Hoe lezen we en hoe moeten we lezen?
1987-03-06
De,geschiedenis van David, die in Gath bij de Filistijnen in zo'n ontzettend gevaar Bij de geregelde bijbellezing komen wel Samuël,21:10-15, ook een keer tegen kwam te verkeren en die zo wonderlijk als ("krankzinnige") aan die Filistijnen mocht ontkomen. Maar wat houden we van zo'n bijbellezing eigenlijk over? Hebben we in die verlossingsgeschiedenis ook voor onszelf een verlossend woord gehoord? ' .1 - Jaargang 31
- nummer 9
Onze fout is vaak, dat we zulke theologen zijn. We hebben David al lang' voorzien van 'alle titels, die maar van toepassing zijn. Hij is de uitverkorene tot het koningschap, de man naar Gods hart, de vade-naar-het-vlees van, Christus. Allemaal zeer goed en waar.
Maar dat goede heeft vaak een slechte bijwerking. Het is dan ook eigenlijk helemaal niet meer zo verbazend, dat de Here David deed ontkomen en dat Hij Davids uitingen van wanhoop zo wonderlijk bekroonde. Dat moest de Here immers wel' doen! Ter wille van, de hele heilsgeschiedenis die zou volgen! Niet verbazingwekkend meer! En dan ook niet vertroostend meer voor ons! Want we hebben Dávid met zijn namen en titels al zo ver en zo hoog weggezet, dat wij er helemaal niet meer bij kunnen. Hoe zou dit gebeuren ons moeten troosten? Wij zijn immers maar "gewone burgers" binnen het koninkrijk van God. Zonder bijzondere titels. Davids verlossing komt echt 'niet zomaar in ons leven binnen. We lezen zulk een' geschiedenis zo vaak als woord op een afstand. Als een woord zonder adres. Daarin zit toch eigenlijk iets' boosaardigs en iets ongelovigs. We houden de Here op een afstand. Om ons vervolgens misschien wel met zovele duizenden af te vragen, waar je nu de hand van de Here nog kunt opmerken!
David als kleine man
In Psalm 34 krijgen we een antwoord op de vraag, hoe David zelf het gebeuren in Gath heeft verwerkt - zie vers 1. Wat ons daarbij moet opvallen is wel, dat Davids verwerking zo radicaal verschilt van de boven geschetste manier van bijbellezen. Er is geen sprake van, dat David hier bezig is de heerlijke en, grote titels te verzamelen, waarop de Here hem recht gegeven heeft. Hij staat beslist niet zo hoog, dat niemand er meer bij kan. Het meest direct spreekt vers 7: "Deze ellendige hier riep en de Here hoorde". "Deze ellendige hier" - daarbij Wijst David overduidelijk op zichzelf! Nu kan niemand zeggen, dat het hier tenslotte 'de grote David gold. Want wie kan kleiner zijn dan “deze ellendige hier"? Met zo'n lage titel - als je het zo nog zou willen noemen - komt David, met kracht bij de kleinen in Israël binnen en kruipt hij zonder meer onder de drempels door, die wij voor de grote, koning van Israël hadden opgericht!
Er onder door! En het is de Here zelf, die krachtig onze verhogingen afbreekt om bij ons binnen te komen. Hij wil immers, dat de ootmoedigen het horen en zich verheugen. Ook zij hebben dat vreemdkoppige in zich om David eindeloos hoog weg te zetten en dan te klagen over hun eigen lot. Ook zij hebben het van nature in zich om aan de troost voorbij te lezen en voorbij te luisteren!
Ootmoedig in Israël
Een ootmoedige is om het zo eens te zeggen een ellendige met een plus. Hij is arm. Hij mist de brede en krachtige armslag van de man die het maakt. Hij heeft' geen kruiwagen en staat er alleen voor. Dat heeft hij met alle ellendigen in de wereld gemeen. Maar wat is dan zijn "plus"? Dat is niet, dat hij misschien toch nog ergens een verborgen bedrag op één of andere bank heeft.
Het "plus" betreft niet de één of andere reserve aan financiën of aan krachten. Neen, we moeten hier maar denken aan Lazazus, de arme Lazarus van Lucas 16 : 19-31. Lazarus was er allerellendigst aan toe. Ziek, niet in staat zichzelf te helpen, veroordeeld tot afwachten en bedelen. Maar pij had een "plus". Waar zat dat dan? Zijn náám! De rijke man krijgt 'geen naam van de Here Jezus. Met zijn rijkdom, kleding en feesten was over hem alles gezegd, àlles!Daarom had hij geen naam meer nodig.
Maar met de armoede en de ellende van de bedelaar was niet alles gezegd. Hij Krijgt een naam: Lazarus - "God is helper" - Eleazar. "God is helper" - Van dit leven gaat een lijn naar omhoog!
Naar God. En dat wordt straks vervuld in heerlijkheid. Daar heb je nu de ootmoedige van de bijbel: Ellendig, als alle armen. Maar hij heet Lazarus - "God is helper". Uit zijn moeilijke leven gaat een lijn omhoog. Naar God toe. En van God uit gaat een vasthoudende hand omlaag - vaak zo lang verborgen! \ Maar het gebeurt toch. En het zal worden vervuld. Zij schuilen bij de Here en zullen 'niet beschaamd uitkomen. Begrijpt u nu ook, waarom David juist die ootmoedigen erbij roept? Zij zijn de mensen, die bij de Here een groot genadetegoed hebben. Het zijn de Lazarussen, die aldoor "appelleren" op de verlossingsbelofte van God en op zijn verlossingsmacht. Welnu, voor hen is het evangelie van Davids uitredding bestemd. David was immers "een ellendige die, riep en dat is bij elkaar genomen precies: een ootmoedige! Eén van de ootmoedigen!
Hier, en nu geen namen en titels. Zo dicht komt David bij hen die onder grote moeiten hebben te wachten op God die helper is! Latenzij het horen en zich verheugen. Davids God- de God der ootmoedigen - hun God! Daarom is Davids uitredding hun evangelie. Allen omvat door dat éne Verbond der genade.
Twee dimensies
David spreekt' allereerst voor de ootmoedigen, die hij hier-en-nu om zich heen weet. Het is zelfs de vraag of David zèlf verder heeft, gedacht dan die eigentijdse kring. De Here is tenslotte altijd meer en altijd rijker dan de profeet die zijn' woord mag spreken. De Here zelf deed dit stukje bijbel -ook dit voor ons bewaard blijven!
Daarmee heeft het om zo te zeggen een dimensie erbij gekregen: Niet alleen de dimensie van de, eigentijdse mensenruimte, maar ook die van de tijd zèlf. Een lijn ook naar komende geslachten. Opdat ook zij het zouden zeggen: "Deze God is onze God". Davids evangelie blijde boodschap ook voor ons. Wij hebben, weet van de gehele, heilsgeschiedenis. Wij mogen kennen Davids grote Zoon. Wij mogen Hem weten aan Gods rechterhand. Wij mogen Hem verwachten als Verlosser uit de hemelen. Met des te hoger toon mogen wij het zeggen en zingen: Davids God is onze God! Toch gaat het met die tweede dimensie - die van de tijd - vaak zo moeilijk. Die tweede dimensie schijnt voor ons grote complicaties op te leveren. Als God de Here hier-en-nu verhoring geeft op onze gebeden en zijn genade schenkt aan broeders en zusters in nood, dan kunnen we Hem echt danken. Wij verblijden ons als de leden van het éne lichaam' - Zie 1 Cor. 12:26.
Maar wanneer, we horen van Gods wonderlijke, verlossingen in het verleden, in de gemeente van vroeger, dan kan zomaar weer die boosaardige manier van bijbellezen over ons vaardig worden, waarover ik het 'had in het, begin. Dan distanciëren we ons zomaar van onze broeders van toen, we rekenen hen niet meer bij ons en ons niet meer bij hen. En we vragen ons.
dan met lichte wrevel af, of de Here hen niet bóven ons voortrok door hun te, geven wat wij vandaag niet meer bezitten. Vroeger tegenóver nu! Is dat de éénheid van de gemeente? Zit het afstand nemen in ons zó in het bloed?
Vertrouwen
Wat is de goede instelling bij het bijbellezen? Dat we zeggen: "Laat ons horen wat de Vader van onze Here Jezus Christus óns aan gunsten heeft bewezen!" In dat vertrouwen gaat het van kracht tot kracht steeds voort. Zo was het ook in Davids tijd. Misschien waren er wel, die van de Here eisten, dat Hij hèn op precies dezelfde manier zou redden als David! Hetzelfde wonder, dezelfde ervaring! In feite een. weigering David met zijn evangelie in het eigen leven binnen te laten!
Zij, die Davids woorden aannamen, hebben misschien helemaal geen apart wonder beleefd. Zij hebben Davids evangelie eenvoudig aanvaard als een blijde boodschap voor henzelf. En toen David koning werd...? Toen hebben zij vast tegen elkaar gezegd: Dit is de vervulling van wat we geloofd hebben! Deze God is onze God. De God die David verloste heeft nu ook ons verlost van de boosaardige tirannie van Saul, die alleen maar heeft gewerkt voor zichzelf en voor Benjamin - 1 Sam. 22:7 - en die de Here heeft verlaten. In David hebben wij van God een echte helper ontvangen, een helper van de ellendelingen! - zie Ps. 72:4. Lezen in dat blijde vertrouwen. Wij , zullen niet schaamrood worden!