Een oudboek - maar springlevend

1989-09-15
  • Jaargang 33
  • nummer 19
Ja, James Hogg leefde als schaapherder van 1770 tot 1835 in de Schotse Hooglanden. Zijn boek is dus allerminst nieuw. Maar zijn probleemstelling is zo boventijdelijk, dat zijn 'Confessions' vandaag nog ons, denkende christenmensen, volkomen boeien. Kent u soms schaapherders, op de Veluwe bijvoorbeeld, die balladen, romans en gedichten maken? Waarschijnlijk niet. Maar in Schotland kwamen (en komen) ze voor. In ons 'eigen' dorpje Dalmally leefde de schaapherder Duncan Ban, een oudere tijdgenoot van .James Hogg, over wie we nog eens. een boekje willen opendoen. Aan Robert Burns gaan we nu maar voorbij. Maar we kwamen meermalen in de Inverarnan Inn, aan Loch Lomond, waar James Hogg graag overnachtte.op zijn herderlijke zwerftochten.
Zijn boek werd gedrukt in 1824 en door drie tijdschriften besproken.
Hogg ging dan ook om met Sir Walter Scott; met William Wordsworth en andere litteraire groten van zijn tijd.
Hij werd serieus genomen, ondanks zijn half jaartje schoolopleiding en ook dit is een typisch Schots verschijnsel.
Zijn boek werd in 1924 heruitgegeven door de Franse schrijver André Gide; de eerste vertaling - 'De versierde Dwaling' verscheen in ons land in 1950; dit jaar de tweede, nu onder de juiste titel. Schrijvers als W.F. Hermans en M. 't Hart leenden er hun pennen aan - dus zeg maar eens dat het boek niet springlevend is. Maarten 't Hart vindt het de enige Calvinistische roman – hij heeft het zelf gezegd.

Constructie

De constructie van Hogg's roman is hecht: gebaseerd op de twee thema's van een sonate of symfonie.
Die thema's zijn de Schotse ambiance van natuurschoon, eenzaamheid, rust en contemplatie enerzijds - en de diepe Schotse religiositeit, een mengsel van christendom, heidendom en bijgeloof, anderzijds.' Deze thema's wisselen elkaar af, beïnvloeden elkaar, houden elkaar in evenwicht en zijn de hoofdbestanddelen van de roman, die klinkt als ...
een symfonie. Maar die thema's worden ook gevarieerd en dat in ruime mate: soms is het de sociale tegenstelling tussen de dappere plattelander en de lagere 'adel; soms de politieke spanning tussen de chauvinistische Schot en de naar Engeland lonkende lairds; dan weer het kerkelijk contrast tussen de puriteinse calvinist en de liberale anglicaan.
Als gevolg van dit krachtenspel ontstond in het brein van James Hogg een beklemmend beeld van de strijd tussen puriteinen, die, (met een wetenschappelijke vertekening van Gods almachtige uitverkiezing) vertrouwen op hun zaligheid op grond van een 'openbaring', enerzijds - en de schare, die deze openbaring gemist heeft en bevend of onverschillig haar eeuwige verdoemenis' tegemoet gaat, anderzijds.(*)

Geen strijd tegen de zonde!

Waar deze vertekening van, de prae-destinatie: van de kansels gepreekt werd (en op de bulten-Hebriden , alsnog geleerd wordt) zijn' çle gevolgen desastreus. De bevoorrechten immers, die met een bijzondere openbaring zijn begiftigd (gewoonlijk de gewenste oplossing van een zware psychische crisis) beschouwen zich als uitverkorenen van eeuwigheid; mensen bij wie niets meer kan misgaan; wie alle misslagen, erfschuld, begane en toekomstige zonden, volkomen vergeven zijn. Bijgevolg behoren die zich, naar hun idee en dat van hun theologische leiders, niet meer tegen hun zondige begeerten te verzetten, kunnen er oplos zondigen zonder enig risico: want Gods vrijmachtige verkiezing en Christus' verdienste hebben hen (zo menen zij) in het Boek des Levens ingeschreven en geen macht kan hen daar uit schrappen.
Sterker: strijd tegen de zonde zou een verachting van Christus' lijden inhouden; ook een mateloze.
zelfoverschatting, als zou een mensenkind iets aan zijn zaligheid kunnen doen. De tekening lijkt hard, maar Hogg heeft zijn tijd terdege verstaan en in de eenzaamheid van de Schotse Hooglanden overdacht.
Zijn hoofdpersoon laat hij dan ook zijn broer, zijn vader en moeder, een verleid meisje en een 'ethische' predikant vermoorden ... zonder een zweem van berouw; nauwelijks met enige beschouwing over het wonder: dat hij dit alles maar kan doen aan Gods vijanden, eeuwige verdoemelingen.

Daartegenover staat de massa van 'onbekeerden', aan wie wel het evangelie wordt gepreekt; maar dit in een machteloos gebaar van overtonigheid, daar de kennis alleen hun verdoemenis zal verzwaren. Ten hoogste, zal uit die massa hier en daar, onder de pressie van hellepreken, een brandhout je uit het vuur gered worden - en dat is genoeg reden om door te gaan. Geen oproep tot bekering; geen aansporing om onze zaligheid uit te werken met vrees en beven, hoewel het God is die in ons werkt zowel de wil als de uitvoering daarvan geen troost in leven en sterven; geen voorschot op de eeuwige sabbath: geen verborgen godzaligheid.
Voor hen, die in deze uitzichtloze positie berusten, blijft als troostprijs: zich nu ten volle uit te leven in de aangenaamste zonden, in eten, drinken en vrolijkheid. Voor hen die er niet in berusten komt de vrees, de verbijstering, de wanhoop. Ook op dit punt is het boek van James Hogg nog niet verouderd: wie de Veluwe en de Eilanden kent weet hier van.
Een belangrijk percentage van onze psychiatrische patiënten wordt gevormd door stakkers, die aan godsdienstwaanzin lijden; en dat zijn geen roomsen, die immers voor elke beleden zonde absolutie is beloofd; dat zijn puriteinse calvinisten, plus calviniste
que Calvin, voor wie het decretum horribile (het vreselijke raadsbesluit) te veel is geworden! (**)

Nog niet zo lang geleden

In mijn jongensjaren bezocht ik de catechisatie; ik heb dat hier al eens verteld. Eens zette onze predikant ons haarfijn de uitverkiezing Gods uiteen, uitgaande van de Schrift, via de Catechismus, via Calvijn, via Kuyper tot op de toen gangbare inzichten., In zijn peroratie riep hij uit: en daarom is het zo dwaas, wanneer het Leger des Heils op onze straathoeken staat te zingen: 'ook voor u is er plaats'; want daarmee gaat het Leger des Heils buiten zijn boekje: alleen God de Heere wijst aan voor wie er plaats is, Hij verkiest en verwerpt. Nog vragen?
Ik zag mijn vinger omhoog gaan.
Kan het Leger des Heils iemand de zaligheid bezorgen door te zingen zoals het doet?
Antwoord: nee! En daarom is het zo dwaas ... enz.
Tweede vraag: kan het Leger iemand uit Gods Boek des Levens zingen?
Antwoord: gelukkig niet.
Derde vraag: wat doet het Leger, des Heils dan verkeerd?
Het derde antwoord is nooit gekomen.

In later jaren werd het gesprek voortgezet. Men probeerde mij te overtuigen dat God "Jacob heeft liefgehad maar Ezau gehaat" hetgeen - daar God alwetend is - dus van eeuwigheid zo was vastgesteld.
Ook dat de Heere de Egyptische Farao heeft 'verwekt' (toen nog vertaald met: in het leven geroepen) teneinde door diens verzet en ondergang tot meerdere ere te komen! Ik las de Bijbel, en die stijfde mijn verzet tegen alles, wat het Evangelie der genade aantastte.
Eens bezocht ik na de morgendienst een kuyperiaanse predikant. Ik vroeg hem of in Gods raadsplan geen plaats was voor onze dagelijkse bekering, voor het werken van onze zaligheid, voor het doen van Gods geboden uit dankbaarheid; of God dan de mens geen onrecht deed, met hem als willoos schepsel ter wereld te brengen. Het antwoord was in alle toonaarden: "uitverkoren van eeuwigheid", "Gods souvereine wil", '"vaten ter ere en vaten ter onere"; alles wees op een grillig despotisme, afgewisseld ,met des pothische grilligheid. In de middagpreek kwam deze predikant nog even op zijn stokpaardje terecht. Hij scheen blij met zijn vondst en riep: "verre zij God van onrecht", want: "De Heer is recht in al zijn weg en werk!" Hij keek mij aan en wees naar mij. Ik heb krachtig nee geschud en psalm 145:6 opgezocht.
Daar las ik: "De Heer is recht in al zijn weg en werk; zijn goedheid kent in 't gans heelal geen perk.
Hij is nabij de ziel, die tot Hem' zucht, Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht, dat ongeveinsd in 't midden der ellenden zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden.
Hij geeft de wens van allen, die Hem vrezen, hun bede heeft Hij nimmer afgewezen."

Toen ik zo ver was, brak ik in tranen en vluchtte de kerk uit. Als een brandhout uit het vuur gered, van deze zeer menselijke en afschuwelijke vertekening van Gods genadige uitverkiezing, die niet wil dat er ook maar één verloren gaat maar dat zij allen tot bekering komen. Terug naar Hogg Vergeef dit uitstapje; het heeft alles met Hogg's boek te maken. Hogg heeft met ijzeren konsekwentie de afschuwelijkheid van deze dodelijke prediking aan de kaak gesteld. Opdat wij zouden geloven in een Schepper, die zo lief deze kosmos had, dat Hij zijn enige zoon gegeven heeft: opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren zou gaan maar het eeuwige leven beërven. Niet straks.
Nu al.

Noten (*) En dan te bedenken, dat het juist Calvijn was die sprak van ecclesia reformata semper reformanda; overdrachtelijk: van onze bekering, gevolgd door een dagelijkse bekering!
(**) Aan Hogg's knappe vooruitgreep op de latere diepte-psychologie (een Jekyll & Hideachtige persoonlijkheidssplitsing, waarbij de ene helft niet weet wat de andere uitspookt) gaan we nu voorbij.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief