Gereformeerde psychiatrie (1)
1989-09-15
Het gebeurt niet vaak dat een 400 bladzijden tellend proefschrift van begin tot eind boeit. Bij het lezen van de dissertatie van Van Belzen over de geschiedenis van de gereformeerde psychiatrie heb ik me echter geen moment verveeld ... (1) - Jaargang 33
- nummer 19
Het proefschrift van Van Belzen is zeker niet alleen van belang voor mensen die geïnteresseerd zijn in de geestelijke gezondheidszorg. Het boek daagt uit tot bezinning op de identiteit van veel christelijke instellingen.
In hoeverre komt onze levensbeschouwing tot uiting in ons handelen? In 'Opbouw' werd deze vraag onlangs nog aan de orde gesteld (2).
Thema
Wat was het doel dat Van Belzen zich had gesteld bij zijn onderzoek?
Hij wilde meer te weten komen over de rol die aan de religie werd toegekend binnen de theorie over,en de behandeling van geestesziekten.
Aangezien vorige generaties in ons land vaak een christelijke achtergrond hadden, moet ook in psychiatrische ziektebeelden het geloof een rol hebben gespeeld. In hoeverre werd hiermee in de behandeling rekening gehouden? Welke gedachten hadden de behandelaars over rol van de religie? Daarnaast wilde Van Belzen te weten zien te komen op welke wijze men aan de levensbeschouwing in de praktijk gestalte gaf.
De Vereeniging
In 1884 werd de Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in Nederland opgericht. Eén van de belangrijkste doelstellingen van deze Vereeniging was het ontwikkelen van een christelijke psychiatrie. Men wilde de psychiatrische theorie en praktijk opbouwen op grondslag van de gereformeerde beginselen. Hoewel de Vereeniging niet van de Gereformeerde kerken uitging, was erdoor het in de statuten noemen van de gereformeerde belijdenisgeschriften - wel sprake van een sterke band met die kerken.
Omdat de doelstellingen nauw aansloten bij het onderzoeksdoel dat Van Belzen voor ogen stond heeft hij het werk van deze Vereeniging tot onderwerp van zijn studie gemaakt.
Godsdienst als geneesmiddel
De Vereeniging zette zich sterk af tegen de bestaande psychiatrische inrichtingen. Men vond deze ontoereikend.
Gereformeerde christenen mochten hun patiënten niet toevertrouwen aan 'inrichtingen waar men het bloed van Christus niet kent', sterker nog: deze inrichtingen zouden zelfs schadelijk zijn voor de aan hun zorg toevertrouwde patiënten.
Van de christelijke hulpverlening mocht men meer verwachten dan' van neutrale instellingen, omdat men zich met Gods hulp van factoren kon verzekeren die op andere instellingen niet konden worden aangewend. Immers: 'ware godsdienst, in de Heilige Geest geopenbaard, is een geneesmiddel'.
Uitwerking
Veel toespraken uit de eerste jaren van de Vereeniging wijzen erop dat men heeft geprobeerd de doelstellingen verder uit te werken. De stuwende 'kracht achter dit streven was Ds. Lucas Lindeboom, die gedurende een lange reeks van 'jaren voorzitter van de Vereeniging was.
Hij was er stellig van overtuigd dat het christelijk beginsel op het praktisch terrein van de psychiatrie toekomst had. Van Belzen vat de visie van Undeboom als volgt samen: "Geloof en wetenschap kunnen niet gescheiden worden; de wetenschap moet in het geloof gefundeerd worden.
Vooral voor de psychologie en de psychiatrie is de Heilige Schrift van belang; zij bevat de voor deze wetenschappen noodzakelijke en nergens elders verkrijgbare informatie over de 'ziel'. Bovendien was Lindeboom van mening dat de uitkomsten van de wetenschap vaak ook al in de bijbel teruggevonden kunnen worden. De invloed van geloof en bijbel moest in alle wetenschappelijk werk terug te vinden zijn".
Verwachting en teleurstelling
De groei van het werk van de Vereeniging was indrukwekkend. In 1886 werd de eerste inrichting geopend (Veldwijk in Ermelo), daarna volgden Bloemendaal (Loosduinen, 1892), Dennenoord (Zuidlaren, 1895), Wolfheze (Wolfheze, 1907) en Vogelenzag (Bennebroek, 1929). Bovendien kwamen uit het werk van de Vereeniging ook de leerstoel psychiatrie aan de Vrije Universiteit en de Valeriuskliniek in Amsterdam voort. Zo werd een vereniging van gereformeerde signatuur het grootste psychiatrische verband in Nederland.
Het snel uitbreidende werk van de Vereeniging bleek - paradoxaal genoeg - een rem te zetten op de ontwikkeling van een eigen gereformeerde psychiatrie. Daarom gingen de gedachten al spoedig uit naar iemand die zou kunnen worden vrijgesteld voor het ontwikkeling van een wetenschappelijk verantwoorde eigen psychiatrische visie. uiteindelijk wordt prof: L. Bouman in 19p7 voor dit werk als hoogleraar aan de Vrije Universiteit benoemd.
In het proefschrift van Van Belzen wordt uitgebreid beschreven hoe Bouman voortdurend heeft geprobeerd een eigen theorie te ontwikkelen.
Vanuit zijn neurologische achtergrond (waarbij men de oorzaak van stoornissen vooral in de werking van de hersenen zoekt) bleek het echter erg moeilijk om duidelijk aan te geven hoe dit onderzoek als basis voor de ontwikkeling van een christelijke psychiatrie zou kunnen dienen.
"Nu had men, juist omdat de gestichtsartsen zich hier ook al niet toe konden zetten, hiervoor een man vrijgesteld, en die deed het ook al niet!" zo verwoordt Van Beizen de teleurstelling van de achterban en in het bijzonder van Lindeboom. AI spoedig na een openlijk konflikt tussen ds. Lindeboom en Bouman (in 1921) vertrekt Bouman als hoogleraar naar Utrecht.
Lindeboom en Bouman waren beiden overtuigd van het belang van een synthese tussen geloof en wetenschap; beiden waren 'onverdacht gereformeerd'. Dat het tot spanningen kwam had te maken met een verschil in visie op de wijze waarop het geloof een plaats 'zou moeten krijgen in de wetenschap.
Dat spanningsveld bestaat nog steeds binnen de psychologie en de psychiatrie, waar ideaal en werkelijkheid maar al te vaak botsen. Nog altijd worstelen veel overtuigde christenen met de vraag op welke wijze hun geloof gestalte kan krijgen in de weerbarstige praktijk van welenschap en hulpverlening
Literatuur: (1) Dit artikel is gebaseerd op de inhoud van deel 1 en 2 'Psychopathologie en religie' door Dr. J.A. van Belzen. Van dit proefschrift verscheen een handelseditie bij uitgeverij Kok in Kampen (400 pagina's, f 49,50).
(2) Drs. D. van der Molen: Geloofwaardig helpen (Opbouw, 7 juli 1989).