Tussen kerk en keuken
1989-09-15
- Jaargang 33
- nummer 19
Beeldenstorm
Uitzendingen op de televisie, die oude kerken en kunstwerken laten zien hebben altijd mijn belangstelling.
Als er tijdens zo'n reportage met afkeuring wordt verteld hoe beeldenstormers 'kunst met grote K' 'hebben vernield, schaar ik me met genoegen onder de kijkers, die hun calvinistische voorouders hoofdschuddend onder de loupe te nemen.
Je krijgt dan meteen een plezierig cultuurminnend idee van jezelf en dat is toch ook weer mooi meegenomen.
Dit jaar hebben we onze vakantie in België doorgebracht. Reinier, onze jongste, kwam thuis met zoveel hunkerende verhalen over vriendjes en vriendinnetjes, die met vakantie naar het buitenland zouden gaan, dat wij een boerderijtje in de Ardennen huurden. Wij hebben de gelegenheid niet gehad om blasé te worden, dus België is voor ons zeer buitenlands: Er is toch wel enige vooruitgang te zien in de kwaliteit van onze vakantieverblijven. Vroeger kwamen we in een verbouwde stal terecht en nu in het woongedeelte van een boerderij.
De familie, waar wij het boerderijtje van huurden, was duidelijk Rooms-Katholiek en getuigde daar in stilte van door ieder beschikbaar plekje te vullen met 'boeken der leken'. Boven de voordeur was een piepklein kapelletje uigebeiteld, waarin een apostel wat nors naar beneden keek, in de gang hingen platen van heiligen en teksten. Ook hingen er boven tafel en bed kruisjes in soorten en maten. "Ik ruik wierook", zei ik toen de boerin ons alleen had gelaten. Mijn man snoof. "Da's gewoon mest", verbeterde hij. Wij pakten koffers uit en Reiniertje kreeg de slaapkamer waar het schilderij hing van een zoet glimlachende vrouw die vijf kindertjes met doorzichtige vleugeltjes wenkte.
Van die glimlach met werd ik narrig.
Als je zo'n vrouw in het echt tegen kwam zou je onmiddellijk denken: "Mens ... doe gewoon". Maar een schilderij is niet voor verbetering vatbaar. AI kijkend voelde ik een warme sympathie opkomen voor mijn calvinistisch voorgeslacht: "Ze hadden groot gelijk, dat ze die beelden in de kerk vernielden" zei ik vol overtuiging. "Ik had meegedaan".
Mijn man knikte "Ik zie jou wel met een schuimspaan een madonna te lijf gaan .. dat was wel iets voor je geweest, ja".
De streek waar we vakantie hielden was schitterend mooi. Midden in de week kwamen onze zonen, die thuis waren gebleven, een paar dagen om de verjaardag van onze oudste in de familiekring te vieren. We stapten die morgen kwart over negen in de auto, om in het naburige plaatsje gepast feestelijk,voedsel in te slaan.
De straten ware nog uitgestorven, zodat wij veronderstelden dat de winkels hier pas om half tien of zo zouden opengaan. Bij de benzinepomp zagen we een man staan en we gingen naar hem toe om te horen of onze vermoedens juist waren.
Op onze vraag hoe laat de winkels opengingen antwoordde hij vriendelijk: "Het is vandaag zondag ... Ze blijven dicht". Verbijsterd keken wij elkaar aan. In de ogen van mijn las ik: "Zou het nou toch waar zijn. Dat van de Belgen". Toen zei hij zachtmoedig maar beslist: "Het is vandaag dinsdag de vijftiende".
De man schudde zijn hoofd: "Voor ons is het zondag ... Het is Hemelvaartsdag vandaag:"
"Die is gewoon knots", dacht ik medelijdend.
Maar toen verduidelijkte hij: "Het is Maria Hemelvaart vandaag. Vieren jullie dat dan niet in Holland".
"Ho ..." zeiden wij, "Nee ... dat is bij ons geen vrije dag". "In Duitsland ook niet... Daar zijn de winkels wel open", lichtte hij ons in. Zijn gezicht vertelde ons, wat zijn mond verzweeg: Ook zulke HEIDENEN.
Gelukkig zaten we maar zeven kilometer van de grens af, dus we hoefden niet te vasten op deze feestdag.
Onderweg vond ik nog een paar scherven. Die waren overgebleven van het beeld van een ruimdenkende vrouw zonder vooroordelen. Ik schopte ze opzij. Opgeruimd staat netjes.