Ingezonden
1989-09-15
- Jaargang 33
- nummer 19
De plaats van de vrouwelijke mens
Primair wil ondergetekende waardering uitspreken voor het fijnzinnige artikel van mevr. Meints-Cruiming op blz. 192 en 193 (Opb. 26 mei). Zij waarschuwt terecht dat we culturele aspecten niet mogen verwarren met het Heilige Woord en toont aan hoe vaak in de Schrift recht wordt gedaan aan de vrouwelijke inbreng.
Omdat ons gereformeerde volksdeel zo gehecht is aan traditie der vaderen, is het gevaar aanwezig om 400 jaar achter te lopen, zelfs tot de culturele tijd van Paulus toe.
Het hierbij gesignaleerde kwaad van dominantie mag ook niet overdreven worden. Het is slechts de buitenkant der Bijbel-verhalen.
In het nabije Oosten gaat geen man de straat op zonder een meegekregen boodschap van huis uit. Op straat mag hij best een leeuw zijn, in huis wordt hij geacht goed te luisteren. Zo is het in de Islam, zo was het ook bij Sarah en Abraham. En anders komt er narigheid van. (Persoonlijke verschillen zijn vanzelf buiten beschouwing.) Soms kunnen theologen nogal moeilijk doen over de zg. 'zwijg-teksten' van Paulus; maar waren zij erbij toen deze op schrift kwamen? Misschien wilde Paulus orde en eerbied voorschrijven waar de Korintiërs bezig waren een sociëteit te maken van de erediensten.
En dan zullen deze teksten ook beter begrepen worden in landen zoals Noord-Sumatra met hun culturele matriarchaat; een bekering tot het patriarchaat als maatschappelijke revolutie kan geen bijbelse grond hebben; voor zulke aardse zaken is Gods Woord onbruikbaar. Als directe informatie.
Bij ons heeft Luther als groot kerkhervormer grote invloed gehad; dit neemt niet weg dat hij een kind van zijn tijd was. Niemand is zo aftands om zijn krasse uitspraken over het vrouw-zijn over te nemen. 0 tempora, 0 mores!
Wij filosoferen liever over een paar hormonen zus en een paar hormonen zo, en geven elkaar de ruimte in natuurlijke beleving. Is het u ook opgevallen dat veel Bijbel-verhalen zo fragmentarisch spreken? Zodat het in onze christelijke vrijheid staat om vele hiaten een eigen cultuuruiting te geven.
H. Bolhuis, Kampen
Naschrift
Naar aanleiding van de ingezonden brief van dhr. Bolhuis wil ik graag het volgende opmerken: Er wordt in deze brief gesproken over een "fijnzinnig artikel". Dat doet me goed, omdat het ook mijn bedoeling is, mijn gevoelens op een christelijke manier duidelijk te maken.
Wij moeten elkaar in de kerken niet bevechten, maar dat wil niet zeggen, dat we dan maar moeten zwijgen. Ik vind dat dit onderwerp mij ook persoonlijk aangaat. Daarom wilde ik de inhoud van het artikel graag even kwijt, in de hoop dat er over wordt nagedacht. Je wordt tegenwoordig toch eigenlijk overal gelijkwaardig behandeld, alleen in de kerk moet je ineens weer horen dat je ondergeschikt bent.
Christus, het Hoofd van de kerk, laat niets merken van een ondergeschiktheid van vrouwen t.o.v. mannen.
Christus liet ook heel fijnzinnig voelen dat onze plaats in deze wereld niet een mindere is. Hij deed dat niet revolutionair, maar ook niet onopgemerkt.
Daarom durfde ik dit artikel te schrijven. Wij zijn niet van Paulus, maar wij zijn van Christus. Christus' doen en spreken is bij mij het hart van het Evangelie, waarop ik ook deze overtuiging vooral baseer.
Paulus was ook maar een mens, alhoewel door God geïnspireerd om de gemeenten van toen in hun situatie bij te staan en raad te geven. Wij kunnen daar veel van leren. Maar Paulus was tijdgebonden, Christus is voor altijd.
Ik spreek niet over 'kwaad van dominantie' in de Bijbelverhalen, maar over de nadruk op de mannenrol in de preken. Enige jaren geleden heb ik eens in het dagblad 'Trouw' een artikel gelezen waarin stond, dat men pas na de tijd waarin de Bijbel is ontstaan ontdekte dat de vrouw ook een actieve rol in de voortplanting heeft. Men dacht in die tijd nl., dat de man zich alleen kon voortplanten en de vrouw slechts zijn zaad baarde en zoogde nadat het tot een levensvatbaar kind was gegroeid.
Vandaar nog steeds die verkeerde benaming 'mannelijk zaad'?
Daarom zegt Paulus misschien ook: gelijk de vrouw is uit de man, is de man door de vrouw.
Ik heb door dit artikel in 'Trouw' ook meer begrip gekregen voor de manvrouw verhouding in de Bijbel. B.V. de belangrijkheid van en het accent op de vaderen. Alleen hij was immers degene die de volgende geslachten voortbracht. De vrouw was daarbij alleen een onmisbaar middel (hulpe?). Wij weten nu beter én ik geloof dat wij daarom ook anders mogen leven. Bovenstaande is ook de reden waarom ik weinig moeite heb met de dominantie van mannen in de Bijbelverhalen. Als het nu maar niet meer tot wet wordt verheven.
Wat betreft de gewoonte in het midden-oosten, waar geen man de straat op gaat zonder een meegekregen boodschap, wil ik graag even opmerken, dat hij tenminste de vrijheid heeft om de straat op te gaan.
Veel vrouwen daar mogen dat niet, of onder een. meestal zwart gewaad, als zijnde niet aanwezig. Ik denk ook zonder boodschap, dus ook geen gelijkwaardigheid. Dat moet bij de christenen juist anders zijn. Jezus haalde de vrouwen naar voren. Hij sprak de vrouwen zelfs aan op straat. Voor Hém waren ze er wel.
Jezus zegt over Maria: "Zij heeft het goede gekozen"; terwijl Maria tussen de mannen zat en Martha dienende in de kerken bezig was. Dat was toen toch eigenlijk de plaats van de vrouw. Dienstbaar meer niet.
Maar ook een (getrouwde) vrouw heeft plichten buitenshuis. Moet weten wat er in de maatschappij omgaat (daar heeft haar gezin trouwens ook profijt van). Zij moet ook meedenken. en meespreken in de maatschappij en de gemeente. Mede verantwoordelijk. God heeft haar immers tegenover de man geschapen.
Samen sterk. Ze hoeft niet meteen vooráán te lopen, maar wel mede dienstbaar zijn. Niet alleen als dienende Martha's maar eventueel ook als afgezant van de gemeente, werken ,in de gemeente. Je wordt toch eerder geaccepteerd in een bijzondere functie? (Trouwens de echte noden wordt je ook niet altijd gewaar, of als het al te laat is). Er wonen tegenwoordig steeds meer jonge vrouwen zelfstandig. Wie gaat daar geregeld heen? Of andere 'gevallen' waar soms een vrouw beter heen zou kunnen gaan. Men heeft bij problemen met opgroeiende kinderen vaak meer aan een oudere vrouw met levenservaring, dan aan een jonge man met nog kleine kinderen.
Je gaat als ambtsdrager eerder naar een gezin met problemen dan als een 'goedwillende zuster'. Het is dus ook praktisch gezien een leegte in de gemeente. God heeft zonder twijfel ook deze gaven aan vrouwen gegeven om ze te gebruiken.
Wij moeten samen zoeken naar wat God in deze eeuw van ons allen (Zijn héle gemeente) vraagt. Eerlijk zoeken en tradities eens los durven laten. Daár is de kerk bij gebaat. (Er is sinds Paulus heel wat veranderd wat betreft de positie en algemene ontwikkeling van vrouwen.) Nogmaals, ook geschikte vrouwen mee laten doen. Geen vrouwen, omdat er zonodig vrouwen in de kerkeraad moeten. Dat is net zo verkeerd. Dan liever alleen mannen die er geschikt voor zijn. Dat betwijfel ik trouwens wel eens, omdat er vaak weinig keus overblijft als men zich maar tot een klein deel van de gemeente beperkt. Geen patriarchaat, ook geen matriarchaat, maar samen heersen over Gods schepping en samen werken in Zijn gemeente. Zo was het Gods bedoeling.
(Gen. 1:26-29). 'Man en vrouw' in één 'adem genoemd. Ik denk dat Gods Woord dáár duidelijk genoeg is.
J.K. Meints-Cruiming, Assen