Over traditie gesproken

1988-04-22
  • Jaargang 32
  • nummer 16
Jong geleerd ...
Ergens in Klein-Azië, Lystra in Lycaonië (Hand. 16: 1 v.v.), trouwde een joods meisje - Eunice - met een griekse jongen. Een gemengd huwelijk: de plaatselijke rabbi zal er niet blij mee zijn geweest. Zeker niet toen er na verloop van tijd een jongetje werd geboren: Timotheos - eer de Heer, lof aan God. Een mooie naam - maar het jongetje werd niet besneden. Zijn vader - de Griek -won.
Maar de moeder won ook: samen met grootmoeder Loïs onderwees zij hem in de heilige Schriften. Samen leerden zij hem lezen en schrijven - zo klein hij was: "van kindsbeen af'. Zij beschikten niet over Hoogeveens leesplankje en bijbehorend rond doosje met rode en zwarte letters. Zij hadden wel ànder lesmateriaal: op de "schoolbank" van Timotheüs legden zij "de heilige Schriften" neer. Schriften - maar tegelijk ook letters (zoals in "literatuur" de litera - letter - nog meeklinkt). Lettertekens: alef, beth, gimel - het abc. Letter voor letter, woord voor woord leerde hij spellen uit Gods lesboek.
"Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten" beval Mozes (Deut. 6 v.).
En dat deden moeder Eunice en grootmoeder Loïs: zij graveerden de heilige Schriften in Timotheüs' hart.
"Hetgeen wij gehoord hebben en weten en onze vaderen hebben verteld, dat willen wij voor onze kinderen niet verhelen; wij willen vertellen aan het volgend geslacht des HEREN roemrijke daden, zijn kracht en de wonderen die hij gewrocht heeft" (Ps. 78: 3, 4). Wat een stof voor de les!
Deze psalm was die beide vrouwen op het lijf geschreven. Ze zongen hem niet alleen - ze déden er naar.
Catechisatie, onderricht in de heilige Schriften, begint thuis. Wat zullen Eunice en Loïs er zelf ook veel van hebben opgestoken en hoe makkelijk konden ze er zo met-elkaar over praten.
Drie geslachten aan het werk met de heilige Schriften: over traditie, dóórgeven aan het volgend geslacht, gesproken!

Aanvullend onderwijs
Terug naar Timotheüs. Als Paulus eens in Lystra komt (Hand. 16: 1 v.v.) horen we Lucas vertellen: "En zie, er was een zekere leerling (!) genaamd Timotheüs, de zoon van een gelovige joodse vrouw, maar (!) van een griekse vader, en hij stond goed bekend bij de broeders te Lystra en Iconium. Paulus wilde dat deze met hem zou gaan en hij nam hem tot zich en besneed hem ter wille van de Joden in die plaatsen, want iedereen wist dat zijn vader een Griek was."
Wat Timotheüs eigen vader niet wilde (laten) doen, dat deed Paulus.
Paulus noemt hem niet voor niets zijn kind (II, 1 : 2; 2: 1). Hij is aan de jongen verknocht.
Daar loopt de tweede lijn: van "vader" Paulus heeft hij ook les gehad.
Niet van de professor uit de school van Gamaliël maar van de confessor, belijder, uit de school van Jezus Christus.
Eunice en Loïs brachten Timotheüs in aanraking met de heilige Schriften: het Oude Testament was op schrift gesteld. Paulus had hem (verder) onderwezen in het onlosmakelijk vervolg daarvan - het Nieuwe Testament (II, 3 : 10a). Hij schrijft: "de gezonde woorden die gij van mij gehoord hebt (II, 1 : 13); de gezonde leer. .. het evangelie der heerlijkheid van den zaligen God, dat mij is toevertrouwd"
(I, 10, 11). Het Nieuwe Testament stond nog niet (compleet) op schrift, maar "vader"
Paulus gafwat hem was toevertrouwd door aan Timotheüs.
Zielsblij was hij dat zijn kind "de goede belijdenis had afgelegd voor vele getuigen" (I, 6 : 12). Hij spoort hem aan: "Gij dan, mijn kind, wees krachtig in de genade in Christus Jezus, en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die (op hun beurt - de derde schakel) bekwaam zullen zijn om ook (weer) anderen te onderrichten (II, 2: 1, 2).
Over traditie, doorgeven aan het volgendgeslacht, gesproken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief