Nog geen besluit over vrouw in het diakenambt

1988-04-29
  • Jaargang 32
  • nummer 17
Op de tweede zitting van de Landelijke Vergadering (LV) stond een belangrijke en controversiële zaak op het agendum: de vraag ofhet schriftuurlijk verantwoord is het diakenambt open te stellen voor de zusters in onze gemeenten.
Omdat er door tijdgebrek geen tweede sprekersronde plaats kon vinden, kon er afgelopen zaterdag nog geen voorstel in stemming worden genomen.

Ds J. C. Schaetfer, tweede praeses, opende de vergadering. Hij verving br. G. Alkema, die wegens een ernstige ziekte zich genoodzaakt had gezien zich voor alle verdere zittingen terug te trekken als moderamenlid. De LV besloot ds J. C. Schaetfer als eerste praeses aan te stellen, en een nieuwe stemming voor een tweede preases te houden. Na drie stemmingen werd ds J. Bouma gekozen en benoemd.
Het openingswoord werd gehouden over Spreuken 3: 1-8. Ds J. C. Schaeffer zei dat in dit gedeelte de opdracht en de belofte wordt gegeven om liefde en trouw te bewaren, niet alleen jegens de Here, maar ook ten opzichte van elkaar.
"Trouw", zei hij, "is volhardende liefde. Liefde, die tegen een stootje kan en ook volhoudt bij meningsverschillen".
"De afgevaardigden staan niet in een los-verband ten opzichte van elkaar, maar vormen een hecht samenwerkingsverband, op onze gemeenschappelijke basis: Gods Woord en de drie formulieren van enigheid" ..

Sprekersronde
.'De eerste praeses gaf ds J. Bouma, voorzitter van de commissie vrouw in het ambt, het woord om het commissierapport toe te lichten. Ds Bouma zei dat de commissie het rapport graag wil verdedigen, na eerst gehoord te heboen wat de vergadering over het rapport te zeggen heeft. Dan kon de commissie daarna ingaan op hetgeen naar voren werd gebracht. De vergadering stemde in met het verzoek van ds Bourria en besloot 'over te gaan tot een eerste sprekersronde.
De eerste spreker, ds J. H. Kamerbeek (regio Utrecht), zei namens zijn regio: "dat het door de commissie gemaakte rapport onvoldoende werd geacht voor besluitvorming op de LV. De door de commissie genoemde argumenten voor de vrouw in het diakenambt zijn te beperkt en onvoldoende. Verder zijn de conclusies te veel gegrond op vooronderstellingen.
"Volgens de regio Utrecht moet het besluit nu niet genomen worden. Wel moet er verder over gestudeerd worden, maar dan wellicht in een ander verband dan de LV. Persoonlijk voegde hij eraan toe dat er niet altijd over de vrouw in het ambt gepraat moet worden, omdat er ook andere nuttige onderwerpen zijn, zoals: de prediking, de opleiding tot de dienst des Woords, onze contacten met andere kerken, en de vraag hoe wij de jeugd erbij kunnen houden.
Ds L. W. G. Blokhuis (regio Harderwijk) onderstreepte de woorden van ds Kamerbeek. Verder vroeg hij zich af waarom de commissie alleen maar naar de exegese van dr Holwerda had gekeken en niet naar bijvoorbeeld die van dr J. van Bruggen en ds C. de Boer. Zijn regio vond dat het schriftuurlijk niet verantwoord is om een vrouw in het diakenambt te hebben. Ds Blokhuis voegde er persoonlijk aan toe, dat volgens hem de commissie te eenzijdig samengesteld was, omdat alle commissieleden voor de vrouw in het ambt zijn.
Hij vond dat niet representatief voor de Nederlands Gereformeerde kerken.
Volgens ds G. van Keulen (regio Harderwijk) gaat het voorstel van Eindhoven voorbij aan de normatieve openbaring van de Heilige Schrift. Het heil draagt namelijk ook een eschatologisch karakter en dat komt in dat stuk niet aan de orde.
Ds A. M. van Leeuwen (regio Enschede-Zwolle) stelde dat in die regio de zaak van de vrouw in het ambt niet in grote mate speelt. Hij haalde een punt uit de toespraak van ds H. de Jong op de Opbouwvergadering aan: het Nazireeërschap.
"Het Nazireeërschap heeft een vrijwillig karakter, maar het betekende ook een afzien van dingen die wel geoorloofd waren in Israël. Als wij die lijn doortrekken naar onze kerken en de zaak van de vrouw in het ambt, moeten wij er voorlopig en vrijwillig van afzien", aldus Van Leeuwen.

Tegenstrijdig
Ds A. Koers (regio Alkmaar-Zaandam) noemde het commissierapport innerlijk tegenstrijdig, onvoldoende en vond dat er van vraagtekens uitroeptekens gemaakt werden. "Er zijn negen kerken in de regio, één is voor de vrouw in het ambt, de andere acht wijzen het zondermeer af. De verschillende kerken vragen zich af of het wel goed is voor de eenheid onder ons en ten opzichte van andere kerken."
Br. A. J. van Helden (regio Amsterdam-Haarlem) vertelde dat in deze regio twee van de zes kerken voor de vrouw in het ambt zijn, één legt zich erbij neer en drie zijn er in de meerderheid tegen.
Ds A. Beeftink (regio Kampen) haalde ds K. H. de Groot aan, die tijdens de Landelijke Vergadering in Enschede over de vrouw in het ambt had gezegd: "Wij komen dan op een weg die de andere kerkgenootschappen niet willen gaan". Beef tink voegde eraan toe: "Ik denk <Jat het de Nederlands Gereformeerde kerken geen goed zou doen. Wij mogen best een eigentijdse kerk zijn, maar dan wel een bij de Schrift eigentijdse kerk". Hij vertelde dat de Nederlands Gereformeerde Kerk van IJsselmuiden blij was geweest met de conclusie van het meerderheidsrapport van de LV Enschede:" ... dat Christus en ook de apostelen ons zo niet zijn voorgegaan. "
Br. P. Hellinga was een andere mening toegedaan. Hij merkte op: "dat wij rekening moeten houden met de plaatselijke situatie en elkaar daarbij een bepaalde mate van christelijke vrijheid moeten toestaan" Ook ds K. Muller (regio Noord) stelde namens zijn regio dat we elkaar landelijk in deze zaak vrij moeten laten.

Ambt
Na de eerste sprekersronde kreeg de commissie de gelegenheid om te reageren op datgene wat over hun rapport gezegd was.
Os J. Bouma: "In de eerste plaats wil ik een misverstand uit de weg ruimen. Ds Blokhuis stelde dat de commissie te eenzijdig is samengesteld. Dat is niet zo; toen we begonnen waren we niet eensluidend. Maar tijdens de vergaderingen zijn wij al discussiërend tot een tamelijk eensluidendende conclusie gekomen".
Over de aanklacht dat het rapport onvoldoende is, zei hij: "Het is een summier, beperkt, maar geen mager rapport.
De vraag is: welke status mogen de zusters hebben, die in de gemeente een taak te vervullen hebben. Wij willen het zo ruim mogelijk maken voor de zusters, om dienst te doen in de gemeente.
Een ambtstheologie is verre van ons. Het enige wat wij duidelijk willen maken was dat er verschil is tussen dienst en ambt. Het ambt is het jasje van de dienaar, die publiekelijk geroepen, bevestigd en erkend is als dienaar van Christus. De drijfveer van de commissie is geweest: de liefde tot de Here, zodat de zusters van de gemeente ook in Zijn dienst bezig kunnen zijn. Wij moeten ons laten besnijden door het Woord van de Here".
Volgens ds Bouma horen de diakenen ook thuis op de kerkeraad: "Dienstbetoon is een zaak van de gemeente, van de kerkeraad. Daarom hoort het diakonaat thuis op de kerkeraadstafel. Een vorm van meeregeren in eigenheid. "

Honorering
Na de reactie van de commissieleden werd overgegaan op een ander onderwerp: de honorering van de predikanten.
Br. J. Kooiman lichtte het rapport van zijn commissie toe: "het in het rapport gestelde minimum wordt niet bedoeld als advies, maar uitsluitend als een strikt minimum honorering. Het minimum moet niet als een norm beschouwd worden en moet ook niet als zodanig fungeren. Het is alleen een advies voor die gemeenten die willen gaan beroepen en dan moeten weten wat het minimum is dat nodig is voor levensonderhoud"
.
Na stemming werd besloten het commissierapport met de toevoeging: 'niet als norm, maar duidelijk als minimum, onder toezicht van de regio te hanteren' aan te nemen.

De volgende zitting van de Landelijke Vergadering in Dronten is D.V. op zaterdag 28 mei. Er wordt dan in ieder geval een tweede inhoudelijke sprekersronde gehouden over de vrouw in het diakenambt. Waarschijnlijk zullen er dan meer voorstellen worden gedaan over de besluitvorming in deze zaak.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief