Afscheid van de persoonlijke God

2011-02-18
  • Jaargang 55
  • nummer 4
Geloven is allang niet meer vanzelfsprekend en dat er een persoonlijk God is die om mensen geeft, is zelfs voor veel religieuze mensen een brug te ver. Geloven in ‘Iets’, in een kosmische energie of kracht, daarvoor is in onze westerse cultuur nog wel gehoor te vinden, maar voor een persoonlijk God veel minder. Het is dan ook een moedige poging van Arjan Markus om hierover te schrijven. Hij is als predikant verbonden aan de Jacobikerk in Utrecht waar hij in gesprek is met niet-christenen. Vanuit deze ervaring schreef hij het boekje Adieu God, over het afscheid van de persoonlijke God.
Fysisch of metafysisch
Arjan Markus nam zelf geen afscheid van God, maar kan zich al schrijvend goed inleven in de vragen van hen die niet – of niet zo makkelijk – in God kunnen geloven. Vrijwel elk onderwerp dat hij aanstipt, draait om een zelfde soort vraag: als er een God is, dan zou je dit of dat verwachten. Op die manier loopt hij veel belangrijke vragen langs. Allereerst, dat het evolutionaire wereldbeeld het bijna onmogelijk maakt om in een persoonlijk God te geloven.
Aan de manier waarop hij dit soort vragen aanpakt is wel te zien dat hij een scholing heeft gehad in de systematische theologie. Hij maakt onderscheid tussen fysische en metafysische uitspraken. De eerste groep beweringen heeft betrekking op dingen die in principe empirisch, proefondervindelijk, te toetsen zijn. Daaronder vallen dus wetenschappelijke uitspraken bijvoorbeeld over de evolutie, maar – volgens Arjan Markus – ook de beweringen van creationisten dat de wereld in zes dagen geschapen is. Daarom zouden we deze ‘fysische’ uitspraken m.i. beter kunnen omschrijven als beweringen die gaan over de manier waarop de werkelijkheid in elkaar zit. Met ‘metafysische’ uitspraken wil de schrijver aangeven dat er naast of boven de fysische werkelijkheid nog meer bestaat. Het gaat om beweringen zoals deze: ‘God heeft het heelal laten ontstaan’ of ‘het universum bestaat toevallig en is zonder bedoeling’.
Bij gesprekken over de verhouding tussen geloof en wetenschap wordt het onderscheid tussen deze twee soorten van uitspraken regelmatig verward. Bijvoorbeeld als schrijvers beweren dat de wetenschap heeft aangetoond dat God een overbodige hypothese is. Dat is natuurlijk een metafysisch uitspraak die volgt niet uit de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Het boeiende van dit boekje vind ik dat de schrijver volop probeert aan de kant van de ongelovige te gaan staan en tegelijkertijd blijft hij kritisch door de reikwijdte van de wetenschap te relativeren.

Kwaad en lijden
Op dezelfde prettige manier bespreekt de schrijver ook andere vragen over het geloven in een persoonlijk God. Staat zo’n overtuiging onze individuele vrijheid en zelfstandigheid niet in de weg? Hoe kun je eigenlijk in God geloven als er zoveel kwaad en lijden in de wereld is? Natuurlijk komen er klassieke antwoorden voorbij, maar toch op een verrassende manier beschreven en in gesprek met verschillende schrijvers. In deze gesprekken is de auteur meer een gids die begaanbare routes wijst, dan iemand die zijn eigen visie en overtuigingen verwoordt. Daarvoor komt pas ruimte aan het eind van het boek.

Gaan geloven
Het laatste hoofdstuk draagt de titel ‘de weg van de herkenning’ en gaat over de vraag hoe mensen gaan geloven. Dat heeft volgens Markus alles te maken met herkenning. In de verhalen over God herken je iets van jezelf en ook iets van God. Zoals schrijvers van het Nieuwe Testament in Jezus iets van God herkenden. Toch wordt niet duidelijk hoe iemand iets van God kan herkennen, want iemand herkennen betekent toch dat je al kennis van die persoon hebt?

Waardering
Arjan Markus schreef een boeiend en prettig leesbaar boek over de vraag of we nog wel in een persoonlijk God kunnen geloven. Hijzelf heeft God niet vaarwel gezegd. Waarom niet? Hij is geraakt door de figuur van Jezus, een persoon ‘van de andere kant’. Ik vind het jammer dat hij niet duidelijker is in zijn spreken over God en over Jezus Christus. Dat is des temeer bevreemdend omdat hij bij alle vragen juist op zoek is naar helderheid. Kernmomenten van het christelijke geloof, zoals de menswording van Gods Zoon en het evangelie van schuld en genade heb ik node gemist. Want ons spreken over God als een persoon heeft toch juist met zijn zelfopofferende liefde te maken? Zouden postmoderne mensen daardoor niet aangesproken kunnen worden?
Kort samengevat: ik vind het een boek dat prettig is om te lezen, dat helder spreekt over veel vragen en (te) voorzichtig een weg wijst naar Jezus.

Markus, A. (2010), Adieu God. Over het afscheid van de persoonlijke God. Meinema Zoetermeer. 124p. € 13,50.

Dr. ing. Rolie Barth is sinds 2004 predikant na een loopbaan in het kernfusieonderzoek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief