Tot op de bodem van de Bijbeltekst
2011-02-18
Vandaag (18 februari) verdedigt Reinoud Oosting (1973) aan de Vrije Universiteit zijn proefschrift1, dat gaat over één van de mooiste gedeelten uit het Oude Testament, Jesaja 40 tot en met 55. D opening is die van ‘Troost, troost, mijn volk’ (40) en het eindigt met de wegen van de Heer, die hoger zijn dan de onze. Wat bewoog Oosting tot deze studie en leverde zijn jarenlange vlijt iets op wat hij aan vrouw en drie dochters uit kan leggen? - Jaargang 55
- nummer 4
Een aardige start van het gesprek met Oosting is meteen al dat zijn aandacht aanvankelijk niet op de theologie gericht was. Na het VWO zette hij zich aan een studie politieke wetenschappen (en rondde die ook af), maar gaandeweg pakte de Leidse student ook al wat mee van de theologische vakken en deed tussen de bedrijven door de vooropleiding met klassieke talen. Hij maakte kennis met het Hebreeuws en dat had direct zijn hart.
Predikantschap?
In 1996 besloot hij alsnog theologie te gaan studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en hij maakte in diezelfde tijd ook een kerkelijke overstap. Oosting: ‘Ik ben in dat jaar getrouwd. Mijn vrouw was van huis uit Vrijgemaakt en ik Christelijk Gereformeerd. Samen zijn we toen Nederlands Gereformeerd geworden in de gemeente van Amsterdam-C, waar ds. Gerrit Zwarts predikant was. Nu wonen we in Leiden en zijn lid van de gemeente van Oegstgeest. We hebben het in onze Amsterdamse tijd goed gehad en dat is nog steeds zo. Ik heb in de jaren dat ik theologie studeerde (1996-2000) ook bewust meegedaan met de Theologische Studiebegeleiding, als een soort nadere kennismaking met de Nederlands Gereformeerde kerken. Daarbij heb ik ook wel gedacht aan het predikantschap, al stond het niet op de voorgrond.’
Studie-geloof
Reinoud was al vrij snel gewonnen voor het Oude Testament en het Hebreeuws, waar hij zich inmiddels meer dan tien jaar mee bezighoudt. De combinatie van diepgaande wetenschappelijke studie en een gelovige betrokkenheid bij de gemeente kenmerkt de promovendus. Hij treedt daarmee in de voetensporen van zijn leermeester, de Oudtestamenticus aan de VU, Eep Talstra, bij wie geloof en Bijbelwetenschappen ook geen twee werelden zijn. Oosting legt dat als volgt uit: ‘Je hebt - wanneer je bijvoorbeeld een boek als Jesaja onderzoekt - allerlei stappen in je omgang met de teksten. Als je puur met de grammatica bezig bent en met woordbetekenissen, dan kan dat nog betrekkelijk los staan van je geloof. En zelfs de inhoud - en daarmee bedoel ik niet alleen de sociale en politieke aspecten van de tekst, maar ook de religieuze kant - kan boeiende stof zijn voor een niet-gelovige wetenschapper. Maar als je de teksten leest in een geloofsgemeenschap, in verbondenheid met God, dan wordt het anders. Dan word je door andere betekenislagen van de tekst aangesproken. En juist door deze gelaagdheid te onderkennen kan ik zowel wetenschapper als gelovige zijn’.
Computer
Na de afronding van zijn theologiestudie met een doctoraalscriptie over Jesaja 40 bleef Oosting ‘hangen’ op de VU en was betrokken bij allerlei onderzoeksprojecten, waarbij hij zich vanaf 2002 concentreerde op Jesaja 40-55. ‘Dat is een mooie eenheid en boeiend genoeg om te onderzoeken, juist ook op het niveau van de zinsconstructies.’ Oosting vertelt over het computeronderzoek van grammaticale constructies in het Hebreeuws, één van de specialiteiten aan de VU en sterk verbonden met Eep Talstra, zijn promotor. ‘Met dit computeronderzoek zijn wendingen met een vergelijkbare zinsopbouw gemakkelijker in kaart te brengen dan vroeger. Die kant van het onderzoek trok me aan, waarbij ik me ook nog eens kon bezig houden met de niet zo eenvoudige profetische geschriften. Veel van wat je daar tegenkomt is poëtisch en dat is moeilijker dan bijvoorbeeld het proza van de verhalen van de aartsvaders in Genesis. Maar juist daarom is er veel te ontdekken en dat boeit me.’
Structuur
Oosting vindt onderzoek op het niveau van de zinsbouw ook nodig bij de bestudering van de Bijbelse geschriften. ‘In de laatste decennia is sterk gewerkt vanuit het denken in poëtische structuren. In een boek als De Bijbel literair1 zie je dat dat vaak leidt tot de gedachte dat de boodschap van een tekst in een soort kern verpakt zit, vaak voorafgegaan en gevolgd door elementen, die iets symmetrisch hebben (a-b-c-b1-a1, met c als kern), een soort ui-structuur. Maar wat dan vaak ondersneeuwt, is dat je in de teksten meegenomen wordt in een betoog, met voortgang in de vertelling. Er is niet alleen maar een centrum, waar alles om draait.’
Juist daarom vindt Oosting het waardevol om, bij de studie van de teksten, aandacht te geven aan de laag van de syntaxis. Zo deed hij dat ook in het onderzoek van Jesaja 40-55. ‘Ik ga in op drie wetenschappers, die op zo’n structuralistische wijze onderzoek hebben gedaan naar deze zestien hoofdstukken uit Jesaja en ik confronteer hun conclusies met de resultaten van mijn syntactische analyse. Als een soort rode draad heb ik me daarbij geconcentreerd op de figuur van Sion/Jeruzalem in Jesaja 40-55.’
Bij de tekst
De onvermijdelijke vraag is natuurlijk welke betekenis dit soort minutieuze wetenschappelijke studies voor geloof en kerk hebben. Reinoud heeft daar wel zijn gedachten over. ‘Misschien dat zo’n proefschrift in directe zin niet zo veel betekenis heeft voor de gemeente. Maar ik hoop wel dat mijn proefschrift uitstraalt, dat het zin heeft om intensief met de Bijbeltekst zelf bezig te zijn. En voor predikanten is het volgens mij waardevol als ze hun Hebreeuws en Grieks zo beheersen, dat ze bij de voorbereiding van hun preek een zekere zelfstandigheid hebben. Bijvoorbeeld wanneer ze voor keuzes komen te staan bij de vergelijking van verschillende vertalingen, maar ook in de omgang met Bijbelcommentaren.’
Jesaja in Babel
Oosting hoort wel eens preken, die qua thema goed zijn, maar waarbij je soms zo weinig meekrijgt van de context en de achtergrond van het erbij gekozen Bijbelgedeelte. ‘Preken zitten vaak snel in de gevoelslaag en kennis krijgt minder aandacht. Ik hoorde pas een preek over een gedeelte uit Jesaja 40-55 en daar sprak de predikant onbekommerd over Jesaja in Babel. Maar de profeet Jesaja leefde in ongeveer 720 voor Christus, terwijl de Babylonische ballingschap 150 jaar later begon. Daar kun je niet zomaar aan voorbijgaan of je moet veronderstellen dat Jesaja zijn tijdgenoten toespreekt alsof ze al in ballingschap in Babel zijn. Bovendien moet je dan uitleggen waarom Jesaja, 200 jaar voordat koning Kores een einde maakte aan de Babylonische overheersing, al met naam en toenaam over deze heerser profeteerde. In zulke gevallen ontkom je er niet aan om iets zeggen over de achtergrond van de tekst.’
Oosting gelooft ook dat de boodschap van preken wel eens scherper en specifieker zou kunnen worden, als predikanten langer luisteren naar de Bijbeltekst. ‘Dat is nodig omdat de teksten ontstaan zijn in andere tijd en cultuur dan de onze en vanuit die achtergrond tot ons komen. Dat laatste ook, want ik geloof van harte dat Bijbelverhalen ook voor moderne mensen betekenis hebben. Trouwens de waarde en de zeggingskracht daarvan is door de eeuwen heen gebleken’.
Handpalm
Je zal als predikant van iemand die bezig is met een promotiestudie over Jesaja maar de vraag krijgen om bij de doop van zijn dochtertje te preken over Jesaja 49:16 – Ik heb je in mijn handpalm gegrift. Reinoud: ‘Mijn vrouw vond het mooi als die tekst centraal zou staan in de doopdienst. Eigenlijk werd dat een heel leuk samenwerkingsproject, want ik heb vanuit mijn studie wat gegevens aangereikt aan ds. Boshuizen en die heeft dat op een hele boodschappelijke wijze in zijn preek verwerkt. Daarbij merkte ik weer hoe het loont als je de verschillende betekenislagen van de tekst met elkaar verbindt.’
Deze liefde voor de Bijbeltekst bracht Reinoud Oosting inmiddels ook in contact met het Nederlands Gereformeerd Seminarie, waar hij op termijn Hebreeuws en Aramees zal gaan geven.
Plannen genoeg. Want in de komende tijd zal Oosting als postdoc onderzoeker aan de Universiteit Leiden bezig gaan met het hele boek Jesaja. En ook dan weer met beide benen op de grammaticale bodem van de teksten van deze profeet.
Drs. Reinoud Oosting promoveert op 18 februari aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het proefschrift Walls of Zion and Ruins of Jerusalem en is de komende tijd als postdoc onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort en lid van de redactie van Opbouw.
Noten
1 R.H. Oosting, Walls of Zion and Ruins of Jerusalem, A Corpus-Linguistic View on the Participant Zion/Jerusalem in Isaiah 40-55.
2J. Fokkelman en W. Weren (red.), De Bijbel literair. Opbouw en gedachtegang van de Bijbelse geschriften en hun onderlinge relaties. Zoetermeer: Boekencentrum 2003.