Vrede als nalatenschap
1989-09-29
In het Oude Testament wordt met het woord 'vrede' een stabiele toestand van welzijn, ja, zelfs van welvaren aangeduid én het daarmee gepaard gaande geluksgevoel zonder meer, maar vaak Is het woord 'vrede' vooral religieus geladen: welvaren als gave en als blijk van Gods gunst.- Jaargang 33
- nummer 20
'Vrede' is dan bijna gelijkwaardig aan 'heil' en 'zegen' (zie b.v. Psalm 85:10-14).
In het Nieuwe Testament krijgt 'vrede' vooral het accent van 'vrucht van het verzoend-zijn met God' en het daaruit voortvloeiende gevoel van rust, waarbij 'vrede' ook vaak het begrip 'heli' benadert. Vanzelfsprekend komt zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament de toekomst nadrukkelijk In het vizier: waar gesproken wordt over Gods vrederijk, waarin het heil van God totaal is verwerkelijkt.
Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u
In de afscheidsgesprekken van Jezus met Zijn discipelen, zoals beschreven in Joh. 14-17, komt in allerlei toonaarden het tegendeel van de vrede aan de orde, samengevat in het woord 'verdrukking', zoals in Joh. 16:33: "In de wereld lijdt gij verdrukking", maar er volgt dan: "maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen". En in dat laatste is nou net de vrede gelegen.
Verder is het opvallend; dat het woord 'vrede' in het Evangelie van Johannes maar zes keer voorkomt: drie keer vóór de kruisiging en drie keer vlak nà de opstanding van Jezus. Kruis en opstanding zijn a.h.w. omsloten door een lichtcirkel van 'vrede'. Die vrede heeft alles te maken mèt en is te vinden in en 'afkomstig vàn de gekruisigde en opgestane Heer. Door dat grote moment, dat keerpunt in de geschiedenis is Jezus' vrede nu met de Zijnen, zijn zij nu omgeven door het heil Gods.
Nu kunnen zij leven onder de beschermende deklaag van de vrede, die de wereld, de nood en de verdrukking tegengaat. Dat is dan toch meer dan alleen maar een innerlijke zielerust - het is in zekere zin een toestand, in elk geval de sfeer, waarin gemeenteleven en geloofsleven zich kunnen voltrekken. Dat is nu de erfenis, die de Heer de Zijnen nagelaten heeft, Zijn vrede, waar een andere Evangelist zou spreken van "het Koninkrijk van Mijn Vader" (Luk. 12:32).
Niet gelijk de wereld die geeft
Kennelijk is er verschil tussen de vrede van de wereld en die van Jezus.
De wereld is de gevallen, tegen God opstandige wereld en zij geeft een vrede, die niet totaal is en die steeds bedreigd blijft; twee vredesluitende partijen geven, zo goed en zo kwaad als dat gaat, beide iets toe, maar het blijft bij een soort gewapende vrede, die gebaseerd is op compromissen, terwijl de problemen ondergronds doorwroeten.
De wereld wil wel vrede geven, maar dan zonder zelf een offer er voor te hoeven brengen. Maar echte vrede, die vertrouwen geeft voor de toekomst, kan nooit zonder offer tot stand komen; wie echt vrede wil stichten, moet daar echt toe bereid zijn en bovendien bereid de ander het zwaarste te besparen. Dat laatste nu gebeurt meestal niet in de wereld, als 'de macht tot elke prijs' in het geding is. Dan wordt nl. vaak de hoogste prijs gevraagd in de zin van capitulatie of verloochening van het geloof.
De vrede, die Christus geeft daarentegen is totaal en definitief; Hij heeft het grootste offer er voor gebracht, de hoogste prijs er voor betaald en daarom wekt de vrede, die Jezus geeft ook zo'n vertrouwen.
Tenslotte is deze vrede onvoorwaardelijk: Jezus' macht is de macht der liefde en daardoor mogen wij leven in een nieuwe herkregen vrijheid: die voor God.
Gevolgen
Het mogen leven in de sfeer van de vrede, die Jezus geeft, zal ons, gemeente van Christus vandaag, moeten brengen tot vergevingsgezindheid jegens elkaar en tot vertrouwen, ongestoorde verbondenheid zonder afgunst en prikkelbaarheid.
We zullen met èn voor elkaar de vrede moeten zoeken op de manier die b.v. de apostel Paulus aangeeft in Ef. 2: Hij is onze vrede. En daarom zal er onder de Zijnen vrede moeten zijn en eenheid, want alleen dàn kan het huis van God gebouwd worden; alleen in die totale vrede en eenheid kunnen het kerkelijk leven en het persoonlijk geloofsleven goed gedijen, is het mogelijk ongehinderd te bidden en te danken, te loven en te belijden, te vergaderen en moeilijke situaties het hoofd te bieden, kortom: gemeente van Jezus Christus te zijn in deze wereld. Geloof, hoop en liefde kunnen alleen dàn groeien en dat heeft alles te maken met het werk van de Geest.
De Heilige Geest
Direkt voorafgaand aan vs. 27 wordt over de Geest gesproken: "Hij zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb." Uit wat er in Joh, 14 verder staat over de Geest en Zijn werk is het volgende te Ieren: De gemeente van de Heer Jezus Christus en van de Geest mag niet zijn een naar binnen gekeerd en naar binnen levend kringetje van gelijkgezinde en gelijkgerichte mensen, wie het te doen is louter om eigen zielerust en vrede, maar moet zijn een naar buiten gerichte en naar buiten, de wereld in, gezonden schare; een gemeente, die op weg is naar het Koninkrijk van de Heer en naar Zijn toekomst. En die gemeente moet in elke situatie haar weg vinden (en kan dat ook door de leiding van de Geest!) en is aan de wereld in elke telkens veranderende situatie het Woord, het Evangelie van Jezus Christus, schuldig. Met het oog daarop heeft Jezus de Geest toegezegd als Trooster, Bijstand en Beschermer aan Zijn gemeente, die in de kracht van de Geest en gedragen door de vrede van Christus vruchtbaar kan werken, naar binnen en naar buiten toe.
Wij zullen vredestichters moeten zijn op alle terreinen van het leven, waar we maar kunnen en als gemeente een voorbeeld moeten geven van in-vrede-samen-Ieven. Het is God immers om vrede begonnen, en dat is dan niet een 'vrede-tot-elke-prijs', zoals de wereld die kent en hanteert, niet een vrede die berust op macht of het recht van de sterkste of grootste, maar een vrede, die gebaseerd is op liefde en offerbereidheid!
Niet ontroerd of versaagd
Het leven in deze vrede in dit bestaan blijft niet onaangevochten, maar verloopt duidelijk steeds met allerlei spanningen. Daarvoor leven we in dèze wereld, waar we bovendien zelf altijd nog een stuk van zijn en in deze. aardse bedeling kan er veel zijn, wat die vrede en gerustheid kan bedreigen; dat is voor ieder weer anders: Voor de één kan dat huwelijksellende zijn, voor de ander één of andere vorm van ziekte, voor weer een ander zal het materiële nood zijn, voor een vierde geestelijke nood en ieder kan voor zichzelf deze lijst nog wel aanvullen: er wordt immers zo ontzaglijk veel geleden in deze wereld. En dan toch: "Uw hart worde niet ontroerd of versaagd"; wat een troost spreekt er dan uit dit woórd! Er kan nog zoveel komen in ons leven aan bedreiging en onvrede, aanvechting en moeite, maar wie Jezus toebehoort, mag leven met de verzekering, die Jezus gaf voor Zijn afscheid, dat Zijn vrede bij hem/haar is, dat Zijn Geest werkt in het leven van de Zijnen, want, zo tekende Maarten Luther in een preek over deze tekst aan: "Hier wordt duidelijk, aan wie God de Heilige Geest geven wil: niet aan met zichzelf tevreden mensen, maar juist aan hen die aangevochten worden"!
Zo spreekt Jezus bij Zijn afscheid (dat geen afscheid voor altijd is geweest!) ook tot ons vandaag het woord van de vrede! Een wonderlijk mooie boodschap is dat eigenlijk, een heerlijke boodschap, die de gemeente van Christus nog altijd mag doorgeven aan ieder die het maar horen wil: Er is vrede, bij het kruis van Golgotha. Het kruis, een symbool van onvrede en vervloeking, is geworden tot hèt symbool van de ware vrede. Voor ieder persoonlijk, die Jezus Christus als zijn/ haar koning aanvaarden wil, geldt die vrede en, hoe moeilijk het dan ook mag worden, te midden van hoeveel doornstruiken de woning van de Heer (zo Luther) ook moge komen te staan, er is altijd de zekerheid van de nalatenschap van Jezus, Zijn vrede, die nu nog alle verstand te boven gaat, maar die eens, op Gods tijd nl. volkomen werkelijkheid zal worden, als de Vredevorst Zijn Vrederijk definitief zal stichten.