Gerefonneerde psychiatrie (II)

1989-09-29
  • Jaargang 33
  • nummer 20
Zoals uit het vorige nummer van 'Opbouw' bleek, verwachtte de 'Vereeniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen 'en Zenuwlijders' op het fundament van de gerefomeerde leer een eigen psychiatrische behandelingsmethode te kunnen ontwikkelen. Al spoedig bleek dat dit Ideaal niet zo gemakkelijk te verwezenlijken was. In dit nummer lezen we nog wat verder In het proefschrift van Van Belzen over de gereformeerde psychiatrie.

Zonde en ziekte
Een vraag die de christelijke kerk altijd bezig heeft gehouden is hoe het lijden op, aarde verklaard kan worden. Ook op de jaarvergaderingen van de Vereeniging kwam dit thema regelmatig aan de orde. Over de oorzaak van krankzinnigheid bestond (in de officiële stukken) geen enkele twijfel: de satan kan zijn vernietigend werk uitvoeren doordat de mensheid als geheel heeft gezondigd.
Hoe kan konkreet (bij een bepaald persoon) de krankzinnigheid verklaard, worden? Een leven in leugen of hoogmoed kan oorzaak van krankzinnigheid zijn; Nebukadnezars krankzinnigheid was een oordeel van God (ds. Notten). Hoewel men de oorzaken van krankzinnigheid binnen de Vereeniging steeds meer probeerde te achterhalen bleef iedere spreker waarschuwen tegen het leggen van een rechtstreeks (individueel) verband tussen zonde en krankzinnigheid. "Ook bekeerde mensen kunnen krankzinnig worden.
Dat de ene mens krankzinnig wordt en de andere niet is voor ons onbegrijpelijk" (Hermanides, 1886).

Krankzinnigheid: ziel en lichaam
De algemene verklaring dat de ziekte bestaat door de 'zonde van het gehele menselijke geslacht' bood echter geen aanknopingspunten voor een specifieke behandeling van psychiatrische patiënten. In de praktijk zou men in neutrale instellingen (met een andere achtergrond) tot dezelfde behandelingsmethoden kunnen komen. Zou een konkreet antwoord op de vraag wat krankzinnigheid is beter de contouren van een behandeling aan kunnen geven?
Ook met dit thema hebben veel inleiders zich beziggehouden. Daarbij kon men niet om de vraag heen wat de ziel is. Steeds weer werd de eenheid van lichaam en ziel benadrukt: beide waren evenzeer aangetast door de krankzinnigheid.
Wanneer de gereformeerde psychiatrie de visie waar zou hebben gemaakt dat lichaam én ziel een rol spelen bij het ontstaan van geestesziekten zou er - aldus Van Belzen sprake zijn geweest van een omwenteling in diagnose en behandeling.
Rond de eeuwwisseling zocht men binnen de psychiatrie voornamelijk naar lichamelijke oorzaken.
De invalshoek van de 'ziel' zou het accent hebben verschoven naar aandacht voor psychische factoren (en daarmee meer aandacht voor psycho-therapie). In de praktijk bleef men de oorzaak echter vooral zoeken in lichamelijke faktoren. Wanneer later de gedachte veld wint dat ook psychische invloeden een rol spelen poneert Haverkate (in 1932) dat het dan niet om 'echte' krankzinnigheid gaat; daarbij is immers sprake van een lichamelijke oorzaak.
Van Belzen trekt als konklusie dat de gereformeerde vooronderstellingen slechts op theoretisch niveau onderschreven werden. In de praktijk werkte men met een model dat niet aansloot op de gereformeerde visie ten aanzien van de eenheid tussen lichaam en ziel.

Bezetenheid
Wanneer men in aanraking komt met mensen die ernstige psychische stoornissen vertonen dringt zich ook de vraag op wat we onder bezetenheid moeten verstaan. Immers: sommige gedragingen lijken veel op beschrijvingen die in de bijbel onder deze noemer vallen. Voor zover men in algemene termen kon spreken was er op dit punt 'weinig verschil' van mening, maar opnieuw ontstonden er problemen toen deze visie konkreet moest worden ingevuld.
Kan iemand onder invloed van demonen ziek worden? En moet zo'n ziekte dan door louter geloof en gebed genezen worden? In de praktijk heeft men nooit een demonische invloed aangewezen. Die invloed viel niet aan te tonen én men aarzelde vanuit de christelijke opdracht tot barmhartigheid. Moet je het lijden van de krankzinnige en zijn omgeving nog verergeren door het oordeel dat hij door de duivel bezeten is? In 1896 brengt Van Dale (geneesheer-direkteur van Veldwijk) op grond van voorbeelden uit de bijbel een onderscheid aan tussen bezetenheid en krankzinnigheid. De Gadarener was bezeten, want hij bezat bovennatuurlijke kracht en bovennatuurlijke kennis (hij kende Jezus als Messias); bij hem varen zichtbaar demonen uit. Saul en Nebukadnezar waren krankzinnig. Zij vertoonden deze kenmerken niet.
Krankzinnigen zijn ziek, hun gehele persoonlijkheid is ziek, zij zijn op dat moment niet verantwoordelijk voor wat zij doen. Krankzinnigheid komt nu nog voor, maar op de vraag of dit ook voor bezetenheid geldt gaat Van Dale niet in, al neigt zijn betoog in de richting van een ontkenning.

Godsdienst en krankzinnigheid
Kan godsdienst een oorzaak zijn van krankzinnigheid? Tegenwoordig is dit een veelbesproken onderwerp, maar een eeuw geleden heeft men zich ook met deze vraag beziggehouden.
Zo worden 'eigenwillige godsdienst' en 'overdreven godsdienstzin' als oorzaak van krankzinnigheid genoemd. Men haast zich om aan te geven dat hiermee nooit de ware, christelijke godsdienst bedoeld kan worden (Van den Bergh, 1885). Tot konkreet onderzoek kwam het echter niet. Slechts eenmaal is grondig wetenschappelijk onderzoek verricht naar de invloed van religieuze motieven in een extreme situatie (een familiemoord die op religieuze gronden door de betrokkenen werd verantwoord; Tolsma, 1945).
Wanneer men echter opmerkt dat "ware godsdienst nooit oorzaak, wel geneesmiddel van krankzinnigheid kan zijn", op welke manier werkt de godsdienst dan genezend? Men had binnen de Vereeniging een sterke.
afkeer van gebedsgenezing ('mystiek dwepen'): Van alleen behandelen mocht men echter ook geen heil verwachten. "God werkt 'middellijk', dus mogen we bidden dat God de middelen zegent en dat verhoring van zo'n gebed bestaat dat is gereformeerd."

De vertaling van gereformeerde uitgangpunten in een konkreet behandelingsplan bleek dus lang niet eenvoudig. Is de Vereeniging er uiteindelijk in geslaagd de pretenties van een gereformeerde psychiatrie waar te maken? Daarover in een volgend nummer nog iets meer.

Samenvatting van een gedeelte uit: Dr. J.A. van Belzen; Psychopathologie en religie (Proefschrift V.U., Amsterdam/Kok, Kampen, 1989).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief