Ingezonden
1989-09-29
- Jaargang 33
- nummer 20
Fundamentalisme
Nadat ik de artikelen over Fundamentalisme en Derde weg gelezen had, bleef ik zitten, met enkele vragen.
Heb ik het wel goed begrepen?
In Opbouw van 21-7-89 pag. 267 worden enkele kenmerken van het verwerpelijke fundamentalisme opgesomd.
In kenmerk 1 komt voor: Als de Schrift door de Heilige Geest onfeilbaar is geïnspireerd, dan komt deze van God zelf en is zij om die reden een vaste grondslag voor leer en leven. Vraag: Is dan deze opvatting, die in veel gereformeerde kerken wordt gehuldigd, het begin of de kern van fundamentalisme?
In kenmerk 2 staat: als karaktertrek de strijdbare houding tegen alle bijbelkritiek en modernisme.
Vraag: Is dit zo onbijbels? Moeten we niet altijd opkomen tegen aantasting van de bijbelse boodschap?
(Uiteraard met liefde en fijngevoeligheid, waar het wel eens aan ontbreekt, maar daar gaat het nu niet om.) Kenmerk 3 zegt: De Schrift spreekt met gezag op alle gebieden des levens. Bij een fundamentalist leidt dat tot de visie op de bijbel als een handboek voor tedere wetenschap waar hij direct de bijbel in stelling brengt en tegen evolutionisme en psychologisme met bijbelse gegevens strijdt.
Vraag: Geloven wij ook dat de Schrift spreekt met gezag op alle gebieden des levens?' En als dat zo is (even afgezien van het woord handboek), zouden we dan niet ook met bijbelse gegevens strijden tegen evolutionisme, psychologisme en nog meer?
Vanwege ruimte en tijd laat ik het voorlopig bij deze drie vragen. Ik ben expres wat kort geweest (heb niet alles geciteerd en heb daardoor hier en daar uw betoog misschien wat scheef getrokken, ik ben 't mij echt wel bewust), maar dit deed ik om de probleemstelling er wat scherper uit te laten springen.
Voor mij en wellicht voor meer lezers is het nog niet helemaal duidelijk geworden: En ik denk dat het, onderwerp belangrijk genoeg is.
Zoudt u zo vriendelijk willen zijn hieraan nog wat aandacht te geven?
Bij voorbaat dank.
J. Poeder, Soest (misschien wel een fundamentalist)
Antwoord
Zeer geachte broeder Poeder,
De redactie van Opbouw stuurde mij de brief toe, die u n.a.v. de artikelen van A. van der Dussen en mij geschreven heeft. De vragen, die u stelde betroffen m.n. de tweede aflevering van mijn artikelenreeks 'Is er een derde weg', waar ik een opsomming geef van kenmerken van fundamentalisme.
U vindt die kenmerken zo gek nog niet en vraagt zich dan ook af: ben ik niet een van hen?
Er is echter iets ingrijpends gebeurt in uw weergave van de drie kenmerken van fundamentalisme. U citeert wel korrekt, maar u houdt te snel op met citeren en daaruit blijkt dat het eigenlijke punt u ontgaan is. Als ik zeg: een communist is een man die er prachtige idealen op na houdt, hij streeft deze echter na met intrige en geweld, dan is het van groot belang om bij de weergave van mijn definitie de tweede zin niet te vergeten.
Anders zou iedereen zou wel communist willen noemen. Hiermee is natuurlijk nog niet gezegd, dat de volle definitie van wat een communist is waar is. Het gesprek daarover is ook zinvol en wil ik niet ontwijken.
Ik kom hier straks nog even op terug.
Eerst nu uw drie kenmerken: 1. Een fundamentalist gelooft, dat de Schrift onfeilbaar geïnspireerd is en om die reden vaste grondslag voor leer en leven. U vraagt: wat in de wereld is er fout aan die stelling? Mijn antwoord is: niets. Het is pas in het tweede deel van mijn beschrijving van dit kenmerk (die ik overigens niet van mijzelf heb; ik volg hier voor het gemak de beschrijving van B. Wentsel Dogmatiek 11,576 e.v.) dat het spannend wordt, nl. een fundamentalist houdt er een heel speciale opvatting op na wat die onfeilbaarheid betekent, nl. feilloosheid in de (fotografische) weergave van de feiten. In mijn lezing ga ik op deze omschrijving breedvoerig in, in de derde en vierde aflevering in Opbouw.
2. Het tweede kenmerk is volgens u: een strijdbare houding tegen alle bijbelkritiek en modernisme. Opnieuw vraagt u: wat is daar nu fout aan? Opnieuw is mijn antwoord: niets. U moet echter wel verder lezen, want de beschrijving van dit kenmerk ging ineen zin zo voort: "en het bestrijdt deze in dezelfde rationele geest als waarmee het wordt aangevallen". Om dit laatste gaat het natuurlijk! Boeken als 'De Bijbel heeft toch gelijk' en internationaal B. Warfield en in mindere mate C. van Til zijn daar voorbeelden van.
3. De Schrift spreekt met gezag op alle gebieden des levens. Direkt brengt hij de bijbel in stelling als ware het een handboek voor geologie en psychologie. U geeft hier mijn omschrijving korrekt weer, maar u vraagt: zouden ook wij niet (afgezien van het woord 'handboek') met bijbelse gegevens tegen evolutionisme en psychologisme moeten strijden?
Mijn antwoord is: ja. Alleen ben ik van mening dat dat niet altijd 'direkt' kan gebeuren: d.m.v. het citeren van een bijbelplaats of z.g. bewijstekst.
De kritiek gaat dus om het woordje 'direkt' en de visie op de bijbel als een handboek voor bijv. de psychologie, zoals dat bij J. Adams gebeurt of een handboek voor geologie, zoals dat in het creationisme gebeurt.
Intussen: waar zijn wij hier mee bezig? Weer voor de zoveelste keer gezellige muurtjes optrekken tussen christenen, die elkaar broodnodig hebben, maar zo nodig menen elkaar te moeten verketteren? Voor zover ik die indruk zou hebben gewekt mijn excuses. Soms was ik in deze lezing ook te kort en ik heb tot mijn schande ook nogal eens in de drukte van deze zomer een drukfout laten zitten. Maar ... het hele artikel was toch bepaald niet onduidelijk in mijn ondubbelzinnige stellingname voor de historische betrouwbaarheid van de Schrift, en in de erkenning van mijn diepe verbondenheid met 'fundamentalisme', zoals het opkomt voor 'fundamentele' zaken. Alleen, waarom zou je daarbij nu nooit mogen zeggen: zo kan het niet, of: pas op dat je ijver geen onheilige ijver wordt. Zo waren mijn opmerkingen tegen het fundamentaLISME bedoeld.
W.G. Rietkerk, Utrecht