Leven uit genade - weten om te gaan met je mogelijkheden (II en slot)

1989-09-29
  • Jaargang 33
  • nummer 20
In het eerste deel van mijn artikel werd, uitgaande van de tegenstelling genade-verdienste, stilgestaan bij de noties genade en heli, en nagedacht over de bij de schepping bepaalde plaats van de mens en de keuzemogelijkheid die daaraan inherent is.
In dit tweede deel wil ik nadenken over het geven van vorm aan de hand van normen en de consequenties daarvan. Het artikel zal worden besloten met een paar opmerkingen over (het wezen van) de christelijke gemeente.

Wet en norm
Dezelfde wetmatigheden die in het geschapene het evenwicht mogelijk maken (zelfs de terminologie getuigt ervan), kunnen chaos veroorzaken.
We zien dit gebeuren ten aanzien van de 'natuurkrachten' op onze planeet en in de kosmos. Het is de naam die in het voetspoor van zijn Schepper, Die uit woestheid en ledigheid de qingen naar hun aard formeerde, iets in de chaos kan bedwingen, cultuur kan bedrijven, vorm mag geven. Dezelfde wet bijvoorbeeld - die de zee haar verwoestende kracht geeft, wendt hij aan om haar te weerstaan en heelheid te bewerken. Wij geven dagelijks dingen vorm. De norm is dat er een steeds hogere vorm van sjalom zal ontstaan. Noem het evolutie.
Daarin komt het geschapene tot zijn bestemming. Ontplooiing in samenhang.
Vrede, recht, ontwikkeling tot optimale heelheid.
Door elke 'dijk' en elke 'dam' waarmee, overeenkomstig Gods goede norm, in welke vormgeving dan ook welk stukje chaos dan ook wordt beteugeld, wordt iets heilzaams verricht, wordt een stukje heil bewerkt.
Het is geweldig dat christenen en barmhartige, vredestichtende, rechtbetrachtende 'samaritanen' op die manier nog samen aan de slag kunnen voor een 'Green Peace' en 'Amnesty International', in ontwapeningsbesprekingen en ontwikkelingswerk.
In allerlei organisaties.
Ingenieurs en bouwvakkers. Medici en farmaceuten. Vorm geven. Chaos bedwingen. Misvorm corrigeren.
Leren van gemaakte fouten. Verder komen. Cultuur bedrijven. Heilzaam bezig zijn. Met steeds betere materialen, steeds doelmatiger methoden en steeds verfijndere gereedschappen. (*)

De anti-norm
Wie zich bij het vormgeven binnen de (kleine) ruimte van zijn mogelijkheden niet laat leiden door de Goddelijke norm die op ontplooiing in samenhang is gericht, maar door die van het egocentrisme, wrikt zijn stukje belang los uit die goede samenhang.
De Here Jezus zei eens: "Wie met mij niet vergadert, die verstrooit".
Dat kun je heel specifiek toepassen op kerkvorming, maar ik denk dat kerkvorming ondergeschikt is aan het totale heilswerk, de heelmaking op kosmisch niveau. Wie in zijn denken en doen niet op Heelheid is gericht, die maakt brokken. Hij werpt uiteen, stelt zich in dienst van de diabolos, de uiteenwerper, de duivel.
De mis-vorming, de chaotisering volgens de anti-norm, neemt wanstaltiger proporties aan naarmate methode en instrumentarium geperfectioneerd worden. Een stad als Bayrut wordt tot een puinhoop door de moderne vernietigingsmiddelen van de rivaliserende belangengroepen.
Op Pleinen van Hemelse Vrede worden terwille van het belang van de voortgang van ideologische heilsplannen jonge mensen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid onder de rupsbanden van tanks verpletterd. En in het belang van de handhaving van verabsoluteerde 'waarheden' en gefossileerde vormen worden kerken gescheurd en vredeskinderen vervolgd. De zee raakt vol met de residuen van de grote economische belangen. Onze bomen sterven aan ons eigenbelang.
Onze kinderen worden aan onze belangen opgeofferd en geaborteerd.
De belangen van de boer staan tegenover die van het milieu.
De belangen van het rijke 'Westen' tegenover die van het arme 'Zuiden'.

Leven vanuit de hoop
In die ambivalente wereld leven we dan. Priesters en levieten, kerkelijke en wereldlijke leiders die godskinderen en medeschepselen genadeloos laten vallen. Vanwege hun belang.
Barmhartige Samaritanen die oppakken wat wij, en wie wij, christenen, laten liggen.
Kunnen wij die wereld redden? Moeten wij de uiteindelijke Vrede brengen?
Het 'eeuwige' recht? De door de Schepper bedoelde, tot volmaaktheid gekomen, Heelheid? Wie houdt zich ten volle aan de norm? Niemand!
'Ongelovigen' niet en christenen niet.
Is dat niet om wanhopig van te worden?
Nee hoor! Want wat wij moeten doen, dat heeft Christus al gedaan.
Hij heeft in onze plaats aan de Norm voldaan. Hij heeft 'de wereld overwonnen'.
Wat wij doen, doen we binnen het veilige raam van Zijn almacht. Hem is gegeven alle macht.
We doen het In Hem. We doen het met Christus mee. Vanuit de vergeving die steeds weer nieuwe kansen biedt. Op grond van de Verzoening, waarmee de Heelheid in de relatie met onze Schepper is hersteld. We kunnen dus heel dankbaar heel hard aan de slag. Wie uit genade leeft, weet om te gaan met zijn mogelijkheden - én te leven met zijn onmogelijkheden.

De christelijke gemeente
Vrede, Recht en Heelheid krijgen vorm in de christelijke gemeente.
Dat is een 'organisch' geheel leert ons de Bijbel. Een lichaam waarin de leden niet elkaars rivalen maar elkaars componenten zijn. De gemeente biedt de juiste biotoop voor godskinderen. Het is daarom dwaas als het gemeentelijk functioneren wordt versmald tot enkel de zondagse eredienst.
In de gemeente is er - maar dan ook heel concreet - ruimte voor de ontplooiing van alle leden. Daar krijgen alle talenten hun kans. Elke individuele ontplooiing is een verrijking voor het geheel. Daar weet men flexibel om te gaan met mogelijkheden.
Daar kom je voortdurend verder in het vormgeven aan eredienst en dienstbetoon. Daar is geen sprake van discriminatie. Ieder telt zoals hij of zij is voluit mee. Vrouwen en mannen.
Oud en jong. Geletterd en ongeletterd.
De welbespraakten en de zwijgers. Binnen die samenhang mag je je ontplooien overeenkomstig je eigen aard en begaafdheid.
Aan de christelijke gemeente zie je hoe. het eigenlijk hoort. Als juist dat er aan ontbreekt, kun je in feite niet eens van een gemeente (= gemeenschap) spreken, wat voor ware kenmerken er volgens het boekje ook zijn.
De gemeente is de plaats waar gelovigen het Woord delen (ook letterlijk, in het heilig avondmaal), dat hen met elkaar en met hun Vader-Schepper verbindt, dat Gestalte heeft gekregen in Jezus, hun Heer, en dat (de) Heilige Geest verleent om er zelf gestalte (vorm) aan te geven. Zelfs het 'goed' krijgt in de gemeente weer de saamhorige status.
In de gemeente wordt vorm gegeven aan de christelijke Boodschap. De gemeente als voorbeeld-ige proeftuin middenin een door 'belangen' aangetaste samenleving. Flexibele levenskern. Flexibel van omvang, samenstelling en vormgeving. Flexibel in het inspelen op de mogelijkheden in de voortgaande ontplooiing van de cultuur.
De 'kerk' moet af van het tempo van het traagste (lees: weerspannigste) , schaap. Behoudzucht biedt geenbehoudenis. En met orthodoxe haarkloverij en formulebewaking wordt geen redding bewerkt. Het is het proces van gehoor geven aan het levende Woord, waarin eis en belofte genadig bijeen zijn.
Er wordt, mijns inziens, teveel 'gepreekt' tegen de afval. Er wordt met de belijdenispapieren gewapperd.
We roepen op tot bekering, maar ook tot terugkeer in onze mottenballensfeer.
Dat werkt niet. Dat werkt trouwens nergens, in welke sociale context dan ook, of die nu communistisch of islamitisch of gereformeerd heet. Als het elan en de flexibiliteit er uit zijn versteent de zaak. En de aard en de hoge staat van het schepsel mens verdragen dat niet. In de gemeenschap en daarom juist in de gemeente, behoren de voorwaarden aanwezig te zijn voor de optimale ontplooiing van elke individu. Daar is de gemeenschap zelf, voor haar eigen voortgaande ontwikkeling en functioneren, van afhankelijk. Ontwikkeling in samenhang. Vrede stichten, recht betrachten, heelheid bewerken.
Moet God het doen? Hij doet niet anders. Wij kunnen nog wel even vooruit.

(*) Dit element mis ik nogal eens, bijvoorbeeld in de lezing van onze broeder, professor Schuurman, gehouden op de studiedag, georganiseerd door de Evangelische Hogeschool, op 25 februari jl. (zie Amersfoortse Studies nr. 3)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief