Van Potchefstroom naar Spakenburg
1987-03-20
Er komt dit jaar weer een synode van de Geref. Kerken (vrijg.) bijeen in Spakenburg D.V. In deze kerken is men gewoon belangrijke rapporten te voren uit te geven, zodat meelevende kerkleden e.a. er kennis van kunnen nemen. U begrijpt dat ik met bijzondere belangstelling uitzag naarhet rapport dat in Spakenburg zal worden uitgebracht over de synode van die Geref. Kerken in Zuid Afrika, gehouden te Potchefstroom in januari 1985. Laatstgenoemde synode is, tegen de verwachting in, volledige correspondentie aangegaan met onze kerken, ondanks, hevige oppositie van vrijgemaakte zijde. - Jaargang 31
- nummer 11
In ons blad heb ik uitvoerig verslag gedaan van onze ervaringen aldaar. Later, bij herlezing, heb ik' me wel eens afgevraagd of wij in ons rapport ons niet hebben schuldig gemaakt aan enige overdrijving, want je houdt sommige dingen niet voor mogelijk onder christenen.
Kort geleden is bij de Vuurbaak het voor ieder verkrijgbaar rapport van deputaten buitenland verschenen en aanstonds heb ik een exemplaar besteld. U herinnert zich dat ds P. Veldstra en ondergetekende, op uitnodiging van die Geref. Kerken onze kerken officiëel vertegenwoordigen.
Op pagina 69/89 van de uitgave van de Vuurbaak vinden we het rapport van de afgevaardigden van de vrijgemaakte kerken. Het is beslist niet aan een gebrek aan ijver te wijten dat deze broeders ds H.J. De Vries en J.J. Schreuder na de beslissing' de synode-vergadering diep teleurgesteld verlieten. Het verwekte enige hilariteit ter synode toen ik opmerkte dat sommige sprekers onze kerken blijkbaar beter kenden dan ik, om de broeders er vervolgens op te wijzen dat in de brieven ' aan de zeven gemeenten in het boek Openbaring in' de regel door onze Heiland eerst het goede wordt genoemd dat Hij er vond, daarna komt de vermaning. Zou er niets goeds te vinden zijn in onze kerken?
Gelukkig waren er ook andere geluiden, want er was een jarenlange ervaring met onze zendelingen, maar in de voorlichting en het rapport van ds. De V. en S. is geen goed woord over ons te vinden.
Achteraf blijkt dat sommigen inderdaad meer konden weten dan ik, want ik lees nu dat bij een eerder contact het rapport Douma met de besluiten uit de Acta van Hoogeveen is overhandigd.
Hoewel op grond van dit rapport de kerken in Noord-Holland, waartoe ik behoorde, niet ter synode zijn ontvangen en a.h.w. geruisloos van het kerkelijk "toneel" verdwenen, heb ik dit rapport nooit gelezen, want ik was het meer dan zat. Men zou dus in Z.Afrika kunnen weten, wie de echte boosdoeners waren ten tijde van de scheuring - één van hen werd door een "tegenstander" van correspondentie notabene geprezen om zijn trouw aan het gereformeerd belijden! - het waren niet de mannen die steeds weer door De Vries c.s. worden genoemd.
Het wil mij voorkomen dat men in het algemeen het rapport Douma niet gelezen heeft en ook niet weet wat er nu precies aan de orde was. In het rapport voor de synode van Spakenburg vinden we opnieuw een opsomming van wat er op onze kerken valt aan te merken tot het laatste nummer van Opbouw; ik ga dit niet meer opnoemen maar sta verbaasd van de speurzin van deputaten die hun huiswerk naar hun maatstaven uitstekend hebben verricht; geen vlekje ontkomt aan hun spiedend oog.
In dit alles zijn ze ijverig bijgestaan door de Vrije Geref. Kerken aldaar en door ds Boessenkool, die schriftelijk "voorlichting" verstrekte over onze kerken, ook regelmatig in de wandelgangen ter synode opdook, terwijl er zelfs uit Korea gewaarschuwd is tegen onze kerken.
Ter synode heb ik ook opgemerkt dat sommige sprekers bevooroordeeld waren door eenzijdige voorlichting over onze kerken. Dit werd in alle toonaarden ontkend, maar uit het rapport blijkt dat men b.v. vóór aanvang van de synode een uitgebreid gesprek had met een ouderling, die onze kerken beschuldigde van het aanvaarden van homofiele praktijken. Deze beïnvloeding gaat nog steeds door, zoals uit het rapport valt op te maken; namen van supporters worden vermeld.
Al eens eerder kwam ter sprake dat, hoewel al meer dan 25 jaar zending wordt verricht in Zuid Afrika in samenwerking met die Geref. Kerken, het nooit tot een officiële erkenning in de vorm van correspondentie is gekomen. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat in de nog ongedeelde vrijgemaakte kerken een zg. dubbele correspondentie onaanvaardbaar was.
Naar art. 27/29 van onze Nederl. Gel. Bel. zou er maar één ware kerk zijn in Nederland en ook in Zuid Afrika. ' Aangezien die Geref. Kerken destijds nauwe contacten onderhield met de Geref. Kerken. (syn) in ons land, kon er geen sprake zijn van een vorm van correspondentie.
De vraag doet zich dan voor wat de broeders in Zuid Afrika komen doen, omdat zij al correspondentie hebben met de Vrij. Geref. Kerken, die destijds gesticht zijn door vrijgemaakte immigranten. Het ziet er echter naar uit dat het principe: geen dubbele correspondentie verlaten wordt. ' In het rapport aan de synode is ds De V. en zijn metgezel in Zuid Afrika in contact met drie kerken, die naast elkaar bestaan.
Eerst is contact opgenomen met deputaten van de al genoemde Vrije Geref. Kerken, die wat moeilijk komen te zitten, wanneer andere kerken worden erkend.
Men was hetechter roerend eens, zo lang het over onze kerken ging.
Vervolgens verschenen de broeders op de synode van die Geref. Kerken in Pochefstroom, officiëel afgevaardigd.Nu lees ik in het rapport dat de broeders ook nog een gesprek hadden met deputaten van die Nederl. Geref Kerken in Zuid Afrika. Met deze kerken onderhouden wij geen directe contacten. De N.G. kerk was in vroeger tijden te vergelijken niet de Geref. Kerken (syn) in ons land. De contacten met deze kerken zijn verbroken, maar op de laastgehouden synode is gebeden voor het herstel van de breuk. Bij deze kerken heeft men een derde ijzer in het vuur.
Als het niet allemaal zwart op wit stond zou je het niet geloven. Met deze kerken hebben wij, zoals ik al zei geen contact, hoogstens zijdelings via de G.O.S. Toch acht ds De Vries het nodig in de bespreking met deputaten van genoemde kerken in te gaan op het ontstaan van onze Nederl. Geref. Kerken door de independentische opstelling van velen; het tolereren van afwijkingen in de leer, zoals die betr. Zondag 22. Nu wordt ook reeds openlijk in publicaties Hoofdstuk I van de Dordtse Leerregels bestreden, zonder dat daartegen tot op heden wordt opgetreden; hij wijst·op het Akkoord van kerkelijk samenleven van de Ned.
Geref. Kerken, welke beknopte K.O., in feite leervrijheid tolereert."
Aldus lezen we op pag. 87. Holland op z’n smalst! ' Waarom moeten wij ook hier zwart gemaakt worden? Het lijkt wel een complex!
Wat zullen we van dit alles zeggen? Nu duidelijk is geworden dat ons blad door de deputaten De Vries c.s. nauwgezet gelezen wordt zou ik hen tot slot van dit artikel willen vragen de achtervolging van onze kerken te staken.
Volgens het verslag van de heer 'Schreuder heb ik maar een dom verhaal gehouden over ons akkoord van samenleven; ik zou gezegd hebben dat wij maar een kleine kerkengroep in de verstrooiing zijn en,dat we daarom een kleine K.O. hebben. Wie het vatten kan, vatte het, roept de heer S. uit, die kennelijk niet tegen zijn verlies kan.
Maar ondanks de gedegen kritiek en de wonderlijke verdediging van onze kant viel de beslissing uit ten gunste van onze kerken. Wat zou daar de, reden van zijn?
In het rapport wordt een broeder in Z. A. genoemd die sprak van een zwarte dag, maar er waren ook anderen die blij waren. Hebben de broeders zich wel eens afgevraagd welke indruk anderen van uw kerken krijgen wanneer deputaten alleen maar kwaad spreken van een andere christelijke kerkgemeenschap.
Daarom,al zou u in alles gelijk hebben - des neen! - houdt hiermee op; want u jaagt andere kerken de schrik , op het lijf. Dacht u dat men in Zuid Afrika gelukkig was met de gang van zaken? Zodra ik op de synode door de aanwezigheid v.an ds De Vries en br. Schreuder de bui zag hangen ben, ik naar de preases dr. J. Visser gegaan en heb gezegd dat ik niet naar Potchefstroom was gekomen om daar met de vrijgemaakte afgevaardigden in debat te gaan over een kerkscheuring die zich in Nederland heeft voltrokken en daar moet worden doorgesproken. De preases was hier blij mee en verzocht vervolgens ds De V. de kerkelijke moeiten in Nederland niet voor het forum van de synode te brengen. (dit in aanvulling op het rapport pag. 78). Hier komt nog iets bij.
Het zendingswerk in Zuid Afrika komt na de scheuring alleen voor rekening van onze kerken, uw kerken' 84 trokken zich terug. Op verzoek van onze zendelingen is contact opgenomen met die Geref. Kerken omdat de zending in samenwerking met hen wordt verricht. Zo kwamen wij naar Zuid Afrika om de, positie van onze zendelingen en ons zendingswerk zeker te stellen in één of andere vorm van correspondentie.
Daarbij hebben wij geen eisen gesteld t.a.v. contacten met uw kerken of de Geref. Int. Synode. Hadden' uw deputaten niet over ons, maar met ons gesproken, dan was er wellicht een modus te vinden geweest voor beide kerken, waren we niet tot een schouwspel geworden en was de Geest des Heren niet bedroefd.