De gemeenten en zijn homofiele broeders en zusters (2)
1987-03-20
De vorige keer ben ik begonnen iets weer te geven uit ,Anne mensen" van Dostojewski.- Jaargang 31
- nummer 11
Daarbij is er van uit gegaan dat die 'arme mensen’ in het boek heel vaak model staan voor anderen in de samenleving,die ook niet of nauwelijks worden geaccepteerd. Op die manier IS het de bedoeling, Van het principe van het exemplarisch Ieren over de armen in de samenleving, iets te weten te komen over de homofielen in de samenleving. In dit laatste artikel laat ik eerst Dostrijewski weer aan het woord. Daarna moeten wij ons afvragen, wat zijn verhaal ons als gemeente te zeggen heeft.
Net als de vorige keer, heb ik 'arme' vervangen door 'homofiel' ' Dewoesjkin schrijft verder:
"Treurig gestemd kwam ik onlangs thuis, zette thee en ging daarna aan tafel zitten om een glas thee te drinken. Maar net zit ik, of Gorsjkow komt de kamer binnen. Het was me eigenlijk vanmorgen al opgevallen dat hij steeds langs de deuren van de anderen heen en weer scharrelde en ook een keer op mij toe wilde komen. Nu moetje weten, dat hij het nog veel moeilijker heeft dan ik, dat is niet eens te vergelijken. Hij is immers getrouwd! Werkelijk, als ik in zijn schoenen stond zou ik niet weten wat ik moest beginnen. Ik bood hem een stoel.
Verder vroeg ik of hij thee wilde. Hij putte zich uit in verontschuldigingen maar nam tenslotte toch een glas. "Zo, mijn beste en hoe gaat het ermee?" vroeg ik. Na een paar 'woorden kwam het eruit: "Goede Makar Aleksejewitsj, ontferm u over ons, sta ons bij, help een ongelukkig gezin." Ik wilde iets in het midden brengen, maar hij onderbrak mij: "Voor,de anderen hier, ben ik bang, of eigenlijk niet bang, maar weet u, je schaamt je ze zijn allemaal zo trots en hooghartig. Ik had u liever helemaal niet willen lastigvallen, ik weet dat u het nu zelf moeilijk hebt; ik heb het alleen gewaagd u te vragen omdat ik uw goedheid ken, omdat ik weet dat u zich zelf in moeilijkheden bevindt - u zult daarom mijn nood kunnen begrijpen. "Wat zal ik zeggen Warenka. Mijn hart kromp ineen bij die woorden. Ik was nog gelukkig vergeleken bij hem! De man voelt zich verloren en opgejaagd, hij heeft behoefte aan een opwekkend woord zo nu en dan, aan een beetje steun en warmte, daarom heb ik hem vriendelijk ontvangen".
Wat Popma en Woldring daarover zeggen, kan volgens mij, ook van homofielen gezegd worden. Een homofiel ervaart vaak, dat hij als mens niet aanvaard wordt. Hij mag op geen achting van mensen aanspraak maken. Hij moet voor ieder een open boek zijn. Voor zijn medemens is hij een object van spot, een ding. Hij mag geen schaamte hebben, geen privacy (geen geheimen, niets persoonlijks, Men wil bij hem 'naar binnen' kijken en met onbescheiden vragen in zijn huis en in zijn leven binnendringen. Hierin voelt de homofiel zich in zijn eer en achting als mens tekort gedaan en gekrenkt. Hij wordt in zijn identiteit bedreigd.
Popma en Woldring wijzen erop, dat het boek van Dostojewski ook het omgekeerde laat zien! In zijn brief van 9 sept. vertelt Dewoetsjkin, dat hij als ambtenaar, in een bepaald stuk een fout gemaakt had en dat hij bij Zijne Excellentie werd geroepen. Met lood in de schoenen ging hij. Daar stond hij met bevende benen. Tot overmaat van ramp sprong er ook nog een knoop van zijn jas. Deze stuitte op de grond en bleef voor de voeten van Zijne Excellentie liggen... Zie hoe hij daarover aan Warwara schrijft:
"Je moet eens horen, wat ik zou willen, vrouwtje: jou en Fedora verzoek ik, tot God te bidden, en als ik kinderen had - zou ik het hun zelfs gebieden tot God te bidden, niet voor hun eigen vader, maar voor zijne excellentie zou. ik willen dat zij baden, iedere dag hun leven lang. Ik zweer je, dat ik - hoe ik ook geleden heb en naar mezelf keek, en mijn vernedering en onvermogen voelde - dus ondanks dit alles zweer ik je: het feit dat het zijne' excellentie in eigen persoon beliefd heeft mij, nietige mug, de onwaardige hand te schudden! paarmee heeft hij mij opnieuw het geloof in mijzelf terug geschonken. Met dit gebaar heeft hij mijn geest weer tot leven gewekt, heeft hij me het leven voor eeuwig verzoet en ik ben er vast van overtuigd dat, hoe zondig ik ook voor de Allerhoogste ben, mijn gebed voor het geluk en welzijn van zijne excellentie, tot zijn troon zal doordringen!
Popma en Woldring zeggen hiervan: De handdruk is van wezenlijke betekenis: Het erkend en geacht worden als mens. Hierin zien wij, dat in de tussenmenselijke relaties ethische momenten een grote rol spelen. Ethische overwegingen, die te maken hebben met de waarde van het mens-zijn. Dostojewski beschrijft - zeggen Popma en Woldring - vragen over relaties tot andere mensen, over lijden en schuld, boete en straf liefde en haat, vergeving en wraak dood en de zin van het leven. Er licht iets op van de ethische dimensies in de sociale verhoudingen. Het probleem van het identiteitsverlies komt naar voren. In zijn mens-zijn wordt de homofiel door zijn omgeving niet beschermd, Hij· wordt in zijn mens-zijn door zijn omgeving juist ernstig aangetast en hij ervaart dit met pijn. Dostojewski geeft de gevoelens, wanneer dat gepaard gaat, op een uitnemende wijze weer.
V09r ons rijzen nu toch wel vragen. Volgens onderzoek is ongeveer 5% van de bevolking homofiel. Er is. geen reden om aan te nemen, dat het in onze kerken .anders is. Het betekent, dat 5% van hen die gedoopt zijn, homofiel is. Wij vinden, dat voor een Christen, de kerk een wezenlijk deel van de omgeving van de samenleving, is. De kerk moet dat ook voor een Christen-homofiel willen zijn: Beantwoordt de kerk aan dit ideaal? Stellen in onze kerken ambtsdragers op huisbezoek aan homofielen geen onbescheiden vragen. Respecteren zij hun privacy, net zo als ze dat bij niet-homofielen doen? Is er in onze kerken voldoende aandacht voor deze ethische kant in de verhoudingen naar de homofiele broeder en zuster? Kan de homofiele broeder of zuster van onze kerk zeggen: "Ik voel mij vaak verloren en opgejaagd. De kerk is in deze boze omgeving 'geheel anders'. De kerk heeft mijn behoefte aan een opwekkend woord zo nu en dan, aan een beetje steun en warmte heel fijn aangevoeld. Daarom hebben zij mij zo vriendelijk ontvangen. Daarom wil ik daar graag mijn Ja -woord geven als antwoord op Gods 'ja', mij bij de doop gegeven?"
U zult begrijpen, dat voor ons als ouders, uw antwoorden op deze vragen erg belangrijk zijn.