Een ervaring uit Grand Rapids

1989-10-13
  • Jaargang 33
  • nummer 21
Iedere keer als ik meneer Mc Cormick (niet zijn echte naam) opzocht wilde hij dat ik met hem bad. Ik kon er eerlijk gezegd niet zo goed hoogte van krijgen, want het was moeilijk om een gesprek op gang te houden en ik was er nooit helemaal zeker van of hij het op prijs stelde als ik hem opzocht. Maar als hij als ik wegging mijn hand beetpakte, en zei dat ik met hem moest bidden, dan wist ik weer dat ik snel terug moest komen. Na een week bijna dagelijks een bezoek bij hem te hebben gebracht begon hij eindelijk te praten. Over zijn moeite om te bidden, omdat hij toch wel wist dat God niet naar. hem zou luisteren. Hij was ernstig ziek en had nooit met God gerekend, en nu was het te laat. Dat was in het kort zijn verhaal. Ik had intens medelijden met hem. We zijn nooit te laat om bij God te komen, maar wat een pijn en angst als je je dat niet durft toe te eigenen. En het was waar, zijn leven was niet zo best, en dat was voor het grootste deel zijn eigen schuld. Maar eindelijk begon hij dan te vertellen over de scheiding van zijn eerste vrouw, om niets. Over de eenzaamheid die hij op die manier over zijn kinderen bracht. Over zijn drinken en mishandeling, ook van zijn tweede vrouw, die hem als christin toch het goede voorbeeld had gegeven. Maar hij had niet geluisterd en was gebleven zoals hij was. En nu lag hij daar, met nieren die niet meer werkten, en een hart dat maar nauwelijks mee kon komen. Niets meer in te brengen.
Gelukkig kon ik hem vertellen dat dat ook niet hoeft. Dat we bij God kunnen komen als we niets meer in te brengen hebben, en dat het nooit te laat is voor vergeving. Het was een waardevol bezoek voor me en het raakte me diep.
Toch zag ik later pas de zwakke kanten van het gesprek. Voor: de Klinisch Pastorale Training die ik hier doe in het kader van mijn studie aan het Calvin Seminary, heb ik een half jaar in een ziekenhuis gewerkt.
Eerst drie maanden in een psychiatrisch ziekenhuis, en daarna drie maanden in een algemeen ziekenhuis.
Een onderdeel van de training is dat we iedere week een pastoraal gesprek zo letterlijk mogelijk uitschrijven.
Dit gesprek wordt dan samen met andere studenten en een begeleider uitvoerig besproken. Zo leerde ik zien dat ik meneer Mc Cormick wel had geholpen om zijn schuld uit te spreken en te belijden, maar dat hij ook heel bang was om te sterven. Dat had uiteraard ook te maken met de schuldbelijdenis, maar er was toch meer angst dan ik herkende in dit eerste gesprek. Toen ik de volgende keer bij hem op bezoek ging was hij .erg moe. Ik verzekerde hem er van dat ik voor hem zou bidden en beloofde snel terug te komen. Toen ik de volgende dag terugkwam bleek hij die nacht te zijn overleden. Het deed me pijn dat hij zijn laatste dagen nog met onzekerheid heeft geleefd: Hij was nog niet in staat geweest om zich de vergeving toe te eigenen.
Tegelijkertijd weet ik dat onze zekerheid niet afhankelijk is van wat we voelen, en ik weet dat zijn belijdenis door God gehoord is.
Dit is een van de ervaringen die voor mij deze periode van praktisch werken waardevol hebben gemaakt. Ik heb gemerkt hoe belangrijk het voor mensen in het ziekenhuis is dat er een pastor naast ze staat en naar ze luistert. En ik heb soms met verbazing gezien hoeveel ik voor mensen kon betekenen door er te zijn, te luisteren, een hand vast te houden en te bidden. Het is een bijzonder rijke periode voor me geweest, en ik heb heel veel geleerd. De begeleiding is zeer intensief en staat op een heel hoog niveau. De begeleiders zijn speciaal getraind, en van de 40 uur per week die ik in het ziekenhuis werkte werd er tenminste 10 besteed aan regelrechte begeleiding. Daardoor leerde ik een heleboel fouten zien, en gelukkig ook langzamerhand vermijden.
Inmiddels is de stageperiode achter de rug. De laatste middag was ik voor het laatst met een familie bij hun stervende moeder. We baden dat ze maar spoedig mocht worden thuisgehaald. Het lijden duurde al zo lang, en de patiënt was klaar om te sterven. Toen ik wegliep realiseerde ik me dat ik die familie eigenlijk nog maar drie dagen kende. Toch was het kontakt intensief. En het is vreemd om dat opeens af te breken.
Dat is een gegeven als pastor in het ziekenhuis, maar helemaal als je, zoals ik, er tijdelijk werkt. Tegelijkertijd realiseerde ik me de kracht van het pastorale werk. In de kritieke situaties van het leven kan een mens niet zonder God, en dan is het belangrijk om er als pastor te zijn. Ik ervaar het als een grote zegen dat ik daar een tijdje midden in heb mogen staan, en dat ik er door heb mogen groeien.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief