Boekbespreking
1989-10-27
J.H. Veefkind 'Jezus op reis' (over Lucas 9-19) Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 139 bladz. f 16,90.- Jaargang 33
- nummer 22
De uitgever introduceert dit boek op de achterzijde van de omslag: 'Jezus op reis' (over Lucas 9-19) is het tweede deel van een 'Lucastriologie' en wordt voorafgegaan door Jezus in Galilea (over Lucas 3-9) en gevolgd door Jezus in Jeruzalem (over Lucas 1, 2 en 19-24).
In deze drie boeken bespreekt J.H. Veefkind het hele Lucasevangelie.
In het bijzonder let hij daarbij op de verschillen tussen Lucas en de andere evangeliën, niet om deze weg te poetsen, maar om de speciale weg en het bijzondere doel van Lucas in het vizier te krijgen.
Niet voor niets immers hebben we vier evangeliën ontvangen. 'Elke zaak staat vast in de mond van twee of drie getuigen - zeker de zaak van Gods Koninkrijk', zegt ds. Veefkind daarvan. De richting van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes is dezelfde, maar hun doel verschilt. En op het doel van Lucas valt in dit boek extra aandacht.
Daarom is, behalve de bespreking van de bijbeltekst, ook de bijbeltekst zélf opgenomen, en wel zo dat het voor de lezer onmiddellijk duidelijk is wat Lucas alléén vertelt en wat hij gemeen heeft met zijn collega's evangelieschrijver."
Daarmee ontvangen we een duidelijk beeld van opzet en inhoud.
Het is een bijzonder boek. De schrijver doet zich ook kennen als een bijzonder mens. Hij poogt ons te doen zien wat wij (meestal luie lezers) in veel gevallen niet direct ontdekken zouden en weet woorden te vinden die ons aanspreken.
Zijn verhaal (want dat is het telkens weer, een vertelling) is eenvoudig.
vol beelden en hij schotelt ons oude en nieuwe schatten uit het Evangelie voor. Geen geforceerde actualiteit, toch wel stof die ingaat op de problemen van deze tijd.
Soms speelt hij met woorden, zo bijv. over het haten van vader en moeder. De Here Jezus eist dat en er helpt geen lieve vader of moeder aan, we moeten allen die ons lief en dierbaar zijn uit de weg ruimen als ze Zijn plaats willen innemen (67).
Door zulk soort accenten te leggen komt het Woord tot je.
Maar de schrijver wacht zich wel tussen dat Woord en ons in te gaan staan, zodat je hem zelf steeds aan het woord hoort of wel hem er bovenuit hoort praten'. Nee, heel eerbiedig wijst hij dit en dat, zus en zo aan, opdat we zouden geloven in onze Heer Jezus Christus en acht slaan op Zijn werk, die moeilijke en zware taak, die Hij op Zich nam.
Je merkt bij lezing van dit boek ook op hoe 'gewoon' het leven van onze Heer zich 'ontwikkelde'. Hij sprak tot het volk, tot farizeeën en schriftgeleerden, tot zijn discipelen, zomaar naar aanleiding van wat Hij tegenkwam.
Zo bijv. met de gelijkenis van die man, die zich een koninkrijk wilde verwerven en zijn knechten tijdens zijn afwezigheid aan het werk zette (19:11-27). Iedereen kon het direct vatten: dat gaat over Archelaüs, die na de dood van zijn vader Herodus diens opvolger wilde zijn.
Daartoe trok deze man naar Rome om bij de keizer zijn wens te bepleiten.
Maar het Joodse, volk was daar helemaal niet lekker mee en stuurde een gezantschap naar Rome "wij willen niet dat deze koning over ons wordt (105). Zo zal het ook gaan met de komst van het Koninkrijk der hemelen. Velen willen de koning ervan niet, maar ze zullen Hem straks moéten erkennen.
Zo'n stukje is illustratief voor veel wat aan studie is verzet om ons het Evangelie (de blijde boodschap) te doen horen en verstaan.
Dat brengt mee, dat je zo'n boek niet in één adem doorleest. Het vraagt steeds weer zo je aandacht dat je stukjes voor de 2e maal moet lezen.
Een boek om bijzonder aan te bevelen.
Voor wie? Voor ieder in en voor velen buiten onze kring. Omdat daarin het Woord respect afdwingt. Het is spijtig dat dit werk eerst nu aandacht ontvangt in dit blad; het is namelijk reeds 3 jaar geleden verschenen.
De oorzaak van dit verzuim is me onbekend. Wel past daarvoor een excuus aan auteur en uitgever.