Pastorale notitie
1989-10-27
- Jaargang 33
- nummer 22
Eén dode vlieg
Het is schrikwekkend om te zien wat één mens in deze tijd kan aanrichten.
Eén rotjongetje kan met een bommetje van een tennisbal en wat oud ijzer een hele voetbalwereld op stelten zetten en een aantal makkers verwonden.
Hij is gestraft met zoiets als tachtig dagen vervangende arbeid. Zwaarder straffen heeft geen zin zeggen mensen, die het weten kunnen. Dat zal dan wel waar zijn, maar heeft dit zin? Iemand - ook al weer iemand die het kan weten - beweerde voor de televisie dat die tachtig dagen best zwaar zijn. Mag dat alstublieft?
Rechters staan in de Bijbel hoog aangeschreven. Tenzij er in Psalm 82 met goden engelen worden bedoeld staan we nergens op aarde zo dicht bij Gods rechterstoel als voor de rechtbank. "God staat in de vergadering der goden, Hij houdt gericht temidden der goden ", lezen we daar.
Daarmee wordt ons een diep respekt tegenover rechters bevolen.
Maar wanneer straks een jong vandaaltje een ramp teweeg brengt en hij wordt vervolgens gestraft met een paar honderd strafregels: "Ik mag geen bommetjes werpen" wordt die eerbied wel op de proef gesteld.
Dit kwade verschijnsel is natuurlijk niet nieuw. De Spreukendichter wist er al van.
"Eén dode vlieg doet de zalf van de apotheker stinken ", constateerde hij en ook hij zal gedacht hebben aan het verderf dat één enkele mens kan aanrichten.
Het kwaad krijgt alleen zo'n enorme reikwijdte, Eén computerfreak kan een heel computerpark lam leggen. Hij behoeft daarvoor niet eens een enorme bolleboos te zijn. De kennis ligt binnen het bereik van ieder met een normaal stel hersens. Volgens prof. Jager uit Delft. Je moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als een terrorist aan de nodige spul/en kan komen om een heel enge bom te maken.
Nu heeft dit verschijnsel een machtige tegenhanger in het feit dat er in de Bijbel geweldige perspectieven worden geopend voor één christen, die het waarlijk waagt, op te treden in de naam van de Here Jezus.
Er zweeft in mijn herinnering een verhaal, waarvan ik niet meer weet wie het schreef.
Het gebeurde in een Nederlands dorp, enkele dagen na de bevrijding van Nederland. Een aantal vrouwen die zich tijdens de bezetting met Duitse militairen hadden afgegeven werden op een boerenwagen één voor één kaalgeknipt en geschoren.
En gelachen dat we hebben!
Toen de derde vrouw onder luid gejuich van de wagen werd gezet kwam er een pater aangewandeld.
Hij klom op de wagen en ging zonder een woord te zeggen op de scheerstoel zitten. Toen was het feest afgelopen. Die pater was een machtige tegenhanger van dat nare jongetje van die bom.
Misschien neemt nu ook de reikwijdte van dit verschijnsel toe.
Eén christen kan de wereld veranderen, schreef Hans Küng. Er zijn 1100 miljoen christenen. Elfhonderd miljoen kansen om de wereld te veranderen.