Tussen kerk en keuken

1989-10-27
  • Jaargang 33
  • nummer 22

Kerkje spelen

"Reinier... ruim je jas eens op" zei ik gisteren tegen onze jongste zoon.
"Ik ben niet Reinier ... Ik ben Piet" zei Reinier opgewekt.
"Best hoor .. Piet, ruim jij die jas dan maar op".
Ik duwde hem zijn jas in de hand en stuurde tegelijk zijn vriendje achter hem aan, want ook vriendjes moeten hun jassen bij voorkeur op de kapstok hangen.
"Eigenlijk wil ik liever meester zijn!"
zei Dirk, het vriendje.
"Goed ... Dan ben jij meester de Vries en ik meester de Jong", bedisselde Reinier.
Ze haalden uit de slaapkamer een krat speel- en knuffelbeesten en zetten de beren; leeuwen en aapjes broederlijk naast elkaar in een kring.
Ik had de hele ark compleet in de huiskamer. Jongste kinderen zitten meestal ruim in hun speelgoed, want ze erven van de oudsten.
"Deze jongen is stout geweest meester de Vries" opende Dirk het spel en hield een oude beer omhoog die van Janneke, onze dochter, is geweest. Het was heel logisch dat hij juist die beer als boosdoener er tussenuit haalde, want die beer heeft een beetje het uiterlijk van een kroegloper. Hij oogt lodderig.
"Die moet meteen op de gang", zei meester de Vries streng en smeet de beer achter een stoel. Nadat de tafel van twee dreunend aan de slecht luisterende klas was uitgelegd en er flink aan de toch al loszittende berearmen was getrokken, bleek het tijd te zijn voor iets anders.
"Laten we maar kerkje spelen", stelde Reinier voor en begon meteen de beesten anders te rangschikken. "Maar niet spotten", zei Dirk ernstig.
Dat klonk allemaal heel bekend.
Een paar dagen geleden had ik het erover met een vriendin, die ook afkomstig is uit een groot gezin en daarbij een hele sloot neefjes en nichtjes, ooms en tantes in de 'nabije omgeving had, hoe vaak je als kind situaties uit het dagelijkse leven naspeelde. Zij speelden bij haar thuis vaak kerkje. Dromerig vertelde ze: "Een van mijn neefjes was altijd dominee. Die had beslist aanleg!
Vrouwen op de preekstoel was iets wat niet eens in je opkwam, dus mijn zusjes en ik waren het gewone kerkvolk.
Daar had je er meer van nodig en er waren ook meer meisjes voorradig.
We hielden hele doopdiensten. Mijn jongste broertje was nog heel klein.
Hoe vaak dat ventje gedoopt is ...
Niet bij te houden! En als hij niet bij de hand was, dan namen we er poppen voor. Maar we mochten niet echt bidden. Dat was oneerbiedig! Alleen Amen mocht je gebruiken en de rest werd aangepast."
"Dat hadden wij ook", zei ik enthousiast.
"Als wij iets speelden waar bij gebeden moest worden, zeiden we gedragen: "Amen de bramen, handjes samen, oogjes toe, morgen spelen we kiekeboe!"
"Wij hadden ook zo iets wonderlijks"
zei mijn vriendin en ze droeg voor: "Hassie Bassie Amen.

Boze mannen kwamen, Alle heerlijkheden, Wij zullen vechten, als dappere knechten, Hassie Bassie Amen,"
We keken elkaar aan en barstten in lachen uit.
"Is die neef van jou nog predikant geworden," vroeg ik belangstellend.
"Nee ... wel ouderling. De laatste keer dat een van mijn zusjes er op bezoek was, moest hij preek lezen.
Toen hij achter de dienstdoende ouderling de kerk in kwam en de preekstoel opging kwam bij mijn zusje het jeugdsentiment volop boven.
Mijn neef vouwde zijn handen, keek de kerk in, opende zijn mond en mijn zusje dacht: "Hassie ..Bassie ... 0 nee, het is echt!"
Reinier en Dirk hebben maar kort kerkje gespeeld. De zon begon te schijnen en de kerkmensen luisterden niet goed. Zonder pardon werden ze weer in het krat gekieperd.
Nog een geluk dat zoiets in werkelijkheid met slecht luisterende kerkleden niet gebeurt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief