Kernmoment in het relaas van Exodus (1)
1988-05-06
Het is gelukkig, dat onze kinderen vaak heel goed op de hoogte zijn van de 'spannende' gebeurtenissen, waarvan het oudtestamentische evangelie-boek Exodus melding maakt. Toch is het voor hen én voor ons niet eenvoudig aan te geven, wat nu toch wel precies de boodschap is van het relaas van Exodus. Terwijl het niet waarschijnlijk is, dat een boek dat een zo dominerende rol speelt in Gods evangelie voor Israël (en voor ons), vàn die boodschap niet ook in zijn struktuur en thematiek blijk zou geven.- Jaargang 32
- nummer 18
Mede aanleiding om daarnaar op zoek te gaan is een met verve gebracht verhaal van een collega van een 'grote kerk' over "het Exodus-model" dat ons gegeven zou zijn als een 'strategie van bevrijding'. Laat ik nu altijd gedacht hebben dat Exodus een uniek document is van een uniek gebeuren: God die uit genade en terwijl dat totaal onmogelijk is, zijn volk verlost. Uiteraard iets dat consequenties heeft voor de verlosten! Maar dat is echt iets anders dan een model als strategie voor ons. > In zijn belangwekkende reeks 'Bijbelse motieven', Opbouw 31 jrg., nrs. 37 t/m 40, gaat J. Horsman op p. 297 in de richting van een' grondmotief voor Exodus.
Hij lanceert de ondertitel 'gered uit de bek van de krokodil', terwijl hij, p. 313, ook 'let op nevenmotieven als dat van 'een hardnekkig volk'. De vraag waar ik met de lezer een antwoord op wil zoeken is deze: is er niet een hoofdthema in dit boek dat bij alle wisseling steeds weer op de voorgrond treedt?
Exodus 1en 2a: Die de wijzen vangt in (het garen van) hun eigen sluwheid (naar 1 Cor. 3: 19, Job 5 : 13).
Van kwaad tot erger ...
Ex. 1 pakt de draad van Genesis heel -kort op. Het komen van Gods zegen over zijn volk wekt bij wie het niet 'kennen' prompt angst voor het volk.
Die moet op zijn beurt maatregelen rechtvaardigen. Ze zijn te bestempelen als 'van kwaad tot erger'. Eerst komen er herendiensten, vs 11. Die verworden al gauw tot slavenarbeid onder mishandeling, vs. 13. Onderwijl eerst bedekte maatregelen tot volkerenmoord, vs 16. Maar na het succes geloofsverzet van Israëls vroedvrouwen treedt deze moord verschrikkelijk en openlijk aan de dag, vs 22. Escalatie!
In het dieptepunt van die ten hemel schreiende ontwikkeling heel sober (hier zelfs zonder eigennamen) het huwelijk van Amram en Jochèbed: Het leven gaat toch verder, hoewelléven? Zwangerschap - zégen? Een 'goed' kind? (men vertale niet 'schoon' want dat staat er niet; 'goed' mag heten wat beantwoordt aan Gods bestemming; Jochèbed kan niet geloven dat God geen bestemming voor haar zoon heeft, al weet ze niet wèlke!) De verschrikking van de vijand brengt de jonge ouders tot zoiets als de moed der wanhoop. Het biezen mandje op de baadplaats, - dat is echt een hartbrekende beslissing van ouders terwille van het overleven van hun kind. Wellicht heeft de in haar hartverscheurende nood vindingrijke moeder een beroep gedaan op de in de oude wereld alom gerespecteerde wet op de gastvrijheid.
Als vondeling zou de kleine het misschien overleven, Hand. 7: 19, 21!
Opvallend: steeds de moeder als handelende persoon! "Dwaze moeder" in Israël tegen de god-koning van Egypte!
God in de wanhoop van zijn volk
Uitgerekend deze wanhoopsdaad wordt door de HERE uit- en omgebouwd tot zijn reddingsdaad. Niet zó maar een bader, neen de prinsès "vindt" Mozes! Er valt in haar woorden iets van waardering te bespeuren voor de vindingrijkheid van de Israëlietische ouders! Echter: op deze wijze komt dit hoe dan ook 'ondergeschoven' prinsessekind in huis en hof van de farao, - de grote vijand en bedrieger! Waar hij 'wordt onderwe-' zen in alle wijsheid der Egyptenaren, en machtig is (!) in zijn woorden en werken' Hand. 7: 22! Iets wat de Schrift van kinderen van Israël vaker noemt in overeenkomstige situatie,denk alleen maar aan Daniël.
Per saldo is het de wreedheid van de farao, als gevolg waarvan de man Gods Mozes wordt opgeleid voor zijn toekomstige taak. Immers zónder die wreedheid geen vondelingschap, geen adoptie door de prinses, geen opvoeding en opleiding aan het prinsenhof.
Zonder woorden horen we hier het motief van de souvereine God die zijn heilig spel speelt met de sinistere maatregelen van mensen. Iets daarvan is te horen zowèl in de constatering van de prinses dat zij door de ouders van 'haar' vondeling min of meer moreel voor het blok is gezet. Als in het besef van Mozes straks, dat zijn Positie en achtergrond toch wel een bijzonderheid moeten zijn, 2: 11.
Stefanus die later zijn Joodse tegenstanders alle door hardnekkigheid gemiste genaden van God verwijt, zegt tenminste: 'Hij meende dat zijn broeders wel zouden inzien, dat God (!) hun door zijn hand verlossing wilde schenken. Maar zij zagen het niet in' Hand 7: 25.
Ik denk dat we hier het thema van Gods verkiezing en verlossing voor het eerst zien oplichten in dit boek.
Een thema waardoor tevens van dit Bijbelboek blijkt 'dat het van God is' (art. 5 NGB). En hoe zonder dit onnavolgbare van God dit boek nooit geschreven had kunnen zijn. Ongeveer aldus aan te duiden: midden in de zwartste verschrikkingen van machten die hun vijandig gezind zijn en de machteloze wanhoopsdaden daaronder van hun eigen mensen, ziet Israël God de draad weven van zijn ongelooflijke verlossing. Daarbij vangt Hij - achteraf en nader toegezien -de machtige 'wijze' in diens eigen garen. Dat is, zegt Paulus later ook, 1 Cor. 1 : 31, 3 : 21, om te leren alléén in de HERE te roemen. De heerlijke en ongelofelijke genade van de HERE als grondmotief en leidraad in zijn 'wet'. Zonder het geloof en besef daarvan valt er met zijn geboden en in zijn dienst niet te leven. Want dan valt de bodem uit je geloof!