Kernmomenten in relaas van Exodus (3)
1988-05-20
Elke gedachte aan een gretige Mozes, die gedreven door heilig enthousiasme en een verknocht volk een slavenopstand ontketende en Israël uit het diensthuis leidde, kunnen we dus vergeten. De man die naar Egypte terugkeert is een gevorderde tegen wil en dank. Maar goed, tenslotte is hij dan toch met vrouwen zonen op weg. Nadat hij nog een instructie van de HERE heeft ontvangen, waarin God Israël aanduidt als Zijn 'eerstgeboren zoon' die de farao moet laten gaan, 4: 23, vgl. Ps. 80 : 16, Hos. 11 : 1. We moeten hier wel denken aan een spreken waarin de HERE zijn verhouding tot Israël stelt tegenover de pretenties van de farao. Deze gold in Egypteland als de zoon van de zonnegod. Heel duidelijk dus: God tegen god, zoon tegen zoon. Binnen dát raam valt Mozes' optreden.- Jaargang 32
- nummer 20
Exodus 4b en 5: ... door de hand van Mozes en Aäron, Psalm 77 : 21
Identiteit
Het lijkt een klein incident, die gebeurtenis in die karavanserai ergens tussen Midian en Egypte. Toen was het dus ook al onveilig langs de weg, denken we. Alleen: wie is de gewelddadige gast die Mozes dodelijk bedreigt? Zodra Mozes' echtgenote de eis van deze 'Gast' hoort, beseft zij hoe laat het is! En besnijdt - tegenstribbelend - haar (jongste") zoon! Je kunt het je zo voorstellen dat het er, na het wèl besnijden van de oudste zoon (Eliëzer?), onder druk van de stam en van de moeder bij de jongste (Gersom?) niet meer van gekomen is.
Geen kinderbesnijdenis dus. Maar dan blijkt dat het 'de God van uw vader, de God van Abraham en Izaäk en Jakob' is, 3 : 6, die Mozes heeft gevorderd! De God die nonchalance met zijn verbond - en met het teken daarvan - ook van Mózes niet 'pikt', vgl. Gen. 17: 13/4. trouwens, hoe zou een Mozes die slordig is inzake de ernst van Gods verbond, een farao kunnen ontmoeten die zegt: 'wie is de HERE, naar Wie ik zou moeten luisteren ... ?' 5 : 2. Waarheid zijn des HEREN paden voor hen die zijn verbond en woorden als hun schatten gadeslaan, - zo leerde menigeen onder ons Ps. 25: 5 (oude ber.)! Mozes werd het angstig gewaar. Zelfs Zippora trok - zij het onder protest - de consequenties.
Maar zo komt er dan toch een opgaande lijn in het relaas. Mozes en Aäron ontmoeten elkaar ergens bij de Horeb. Samen wenden ze zich tot hun volk in Egypte, in de personen van de oudsten. Die zijn onder de indruk vanGods verschijning - het volk nu geloofde, 4: 31. We denken: nu gaat het goed, nu gaat het gebeuren!
Van de regen in de drup?
Maar hun eerste gang naar de farao wordt een ramp. De farao is totaal niet onder de indruk van een openbaring van die God van dat volk, - áls het al waar is. Als de mannen Gods spreken van hun vrees voor de HERE, - de farao kan daar niet mee zitten. Hij wil er niet eens over praten.
Hij brengt alles terug tot waar het hèm om gaat: waarom houdenjullie je volk van zijn werk?, 5 : 4.
Maar blééf het daar nu maar bij!
Echter, dit optreden van Mozes en Aäron heeft een averechts effekt. Als een lawine komen de onderdrukkende maatregelen los: de dwangarbeid wordt zelfs verzwaard, nog onredelijker eisen, tonelen tussen de farao en de Israëlietische opzichters, vs. 16v.v. Ook: botsing met Mozes en Aäron. De onbuigzaamheid van de farao en zijn drastische tegenmaatregelen hebben een domino-effekt op het verslagen volk, de opzichters, Mozes zelf.
Weer belanden we in een dieptepunt.
Israël is nu verder van huis dan ooit.
Zó ellendig is het nog nooit geweest.
In hun bittere wanhoop vragen de opzichters dat Gód Mozes en Aäron maar wil straffen. Verlossing? Laat me niet lachen!
Mozes zelf loopt te hoop tegen God: ~aarom behandelt U dit volk zo hard, U hebt het helemaal niet gered, integendeel, 5 : 22/3. Het is net of de HERE dit absolute dieptepunt expres opzoekt, om daaraan te laten zien dat Hij - en Hij alleen - zijn volk opheft uit het stof, vs,. 24! ofis het inderdaad zijn opzet . . . ?
Als de HERE nadrukkelijk aan Mozes Zijn beloften èn Zijn 'strategie' herhaalt, - dan gáát Mozes nog met die boodschap naar het volk (de oudsten).
Het leidt echter tot niets. Het is uit met het geloof, vgl. 4: 31 met 6 : 8! En als de HERE vervolgens Mozes op zijn missie naar de farao stuurt, gaat de man vrijwel in staking, 4: 10 V.v. Met een ijzersterk argument!
Als de Israëlieten al niet naar me luisterden, hoe zou de farao het dan doen? Met weer de oude grief: en ik ben óók nog zo'n pover spreker!
Het is angstig duidelijk dat we hier het dieptepunt bereiken: niemand gelooft meer in de onderneming die God op zich nam. Geen vriend en geen vijand. Mozes ook niet meer. Geen strijdbaar, overtuigd man Gods treedt de farao tegemoet, maar een man met de radeloosheid in het hart . . .
En dát wordt dan het uitgangspunt voor de geschiedenis van 'de plagen' ... !
Dat zoeken we op ...
Op dit punt gekomen, 6: 13, treft wat in heel wat bijbels geslachtsregister van Ruben, Simeon en Levi wordt genoemd. En wat reeds als het zo bedoeld was, niet compleet zou zijn!
Wat doet dit verhaal hier, een brokstuk van Israëls groslijst?
Blijkbaar dient dit letterlijk 'opzoekende' stuk ertoe, precies op dit punt even de balans op te maken. Aan te geven wie toch wel die Mozes en Aäron zijn, zie 6 : 25/6. Voordat iemand denkt dat moed en doodsverachting, grootsheid en geestkracht van deze mannen Israëls vrijheid uit het vuur heeft gesleept, - voordat iemand denkt 'dat Israëls leiders uitgroeiden boven zichzelf tot mannen van buitengewoon formaat, worden de lezers even fijntjes met twee benen in de werkelijkheid neergezet. Het hele register van de zonen van Jakob wordt nagelopen tot we uitkomen bij die twee gewone mannen. 'Tot wie de HERE gezegd heeft: Leidt de Israëlieten uit Egypte ... ' 6 : 25. Het is maar dat de lezer het niet vergeet.
Ook van hèn gold blijkbaar al: 'door de genade van God ben ik wat ik ben, en Zijn genade is aan mij niet vergeefs geweest . . .! vgl. 1 Cor. 15 : 9-11.
Overigens geeft deze notitie hier ook de 'rolbezetting' van mensen die we tegenkomen: Amram en Jochèbed 19, Aäron 22 (met zijn vier zonen), Korach 20 (zie Num. 16), en Pinehas 24 (zie Num. 25). Mensen op hun plaats in de nabijheid van de Geduchte!