Oefent U in de Godsvrucht! (5 - slot)

1988-05-20
  • Jaargang 32
  • nummer 20
De geschiedenis van de ascese laat eigenlijk een voortdurende inspanning zien om te wandelen door de Geest en niet te voldoen aan het begeren van het vlees (Gal.
5 : 16). Als zodanig is het ernstige streven naar soberheid, kuisheid, ingetogenheid en nede~i~eid te waarderen. Tegelijk is aan alle asceten te vragen, in hoeverre zij nog positief staan tegenover Gods goede schepping. Weten zij wel raad met de levensvreugde die spreekt uit bekende bijbelplaatsen als Prediker 3 : 12; 9 : 7; 11 : 9 en I Tim. 4: 3? Het is onmiskenbaar, dat volgens zowel het Oude als het Nieuwe Test~ent het aardse leven niet samen valt met het zondige leven. De schepping is wel diep aangetast door het kwaad, maar is er niet geheel en al door vervreemd van de Schepper. Het verzoenend sterven van de Here Jezus heeft volgens Paulus immers ook als effekt gehad, dat de schepping in al haar delen met God in verbinding bleef staan (Kol. 1 : 20). Daarom mag, christelijk gezien, de strijd tegen het vlees nooit ontaarden in een afscheid van het aardse leven: raak niet, smaak niet, roer niet aan (Kol. 2 : 21). Toch is die ontaarding in de ascetische traditie hier en daar op te merken, naar te vrezen valt onder invloed van heidens denken. Waar men in het spoor van Griekse wijsgeren een tegenstelling ging zien tussen de Geest en het aardse leven, moest de oefening in de godsvrucht wel gepaard gaan met negatie en zelfs verachting van het lichamelijke bestaan.
Zo staan wij voor de vraag, wanneer ascese nog echt christelijk is: wanneer houdt de strijd tegen het vlees op en begint een in wezen heidens verzet tegen het je thuis voelen op Gods aarde?

Compromis met het vlees
Deze vraag laat zich evenwel ook omkeren: wanneer houdt de omhelzing van Gods goede schepping op en begint een in wezen heidens compromis met het vlees? Ik zou er met kracht voor willen pleiten, deze vraag indringend aan onszelf als Nederlands Gereformeerde christenen te stellen. Want naar mijn overtuiging is er in onze traditie zó op gehamerd dat het christelijk leven een heel aards leven is, dat er te weinig oog is voor het gelijk van de asceten.
Neem nu eens het punt van de welvaart.
Velen van ons hebben geleerd dat welvaart een van die aardse zegeningen van God is, waaraan zij die trouw zijn aan zijn verbond deel krijgen. De voorbeelden van de steenrijke herdersvorst Abraham en de nog rijkere koning Salomo zijn meestal voldoende, om de diskussie te smoren over de vraag of een christen zich tegoed mag doen aan materiële zaken. Maar is dat nu niet te argeloos? De bijbel waarschuwt toch ernstig voor de verstikkende werking die een welvaartsbestaan kan hebben op het geestelijk leven? Het zijn o.a. de lusten des levens, die een vruchtbare ontvangst van de evangelieprediking in de weg staan (Lukas 8: 14)! Wanneer het Koninkrijk van God zich baan breekt in deze wereld, is het de tijd niet om zilver aan te nemen of klederen, olijfbomen en wijngaarden, schapen en runderen, slaven en slavinnen (11 Koningen 5: 26).
Een ander voorbeeld: alcoholgebruik.
Bij de recente herdenking van de geboortedag van Abraham Kuyper, in 1987 150 jaar geleden, kon gniffelend herinnerd worden aan het borreltje waarmee gedronken werd op de opening van de Vrije Universiteit. Gereformeerden zijn niet kinderachtig op dat punt! En staat niet in Psalm 104 dat wijn het hart verheugt? Nou dan! Trouwens, de Here Jezus heeft voor honderden liters wijn gezorgd op de bruiloft van Kana. Reden genoeg dus om maling te hebben aan b.v. de Amerikaanse evangelicals, die het tot de christelijke levensstijl rekenen om zich van alcoholische dranken te onthouden.
Maar nu de andere kant: bij hun werk in de tempel mochten de priesters geen wijn drinken (Lev. 10: 9). Toewijding aan God in de vorm van het Nazireeërschap hield de gelofte van geheelonthouding in! (Num. 6 : 3). En tamelijk scherp zegt Paulus in Ef. 5 : 18: "Bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest." Hebben wij daar ook maling aan?

Levensstijl
Naar mijn mening wordt het hoog tijd dat wij onze gereformeerde levensstijl kritisch gaan doorlichten, b.v. op die twee punten: omgang met de welvaart en het gebruik van alcohol. Dat is allereerst alom ethische redenen geboden.
Wie iets gezien heeft van de ruïneuze, om niet te zeggen demonische gevolgen van een alcoholverslaving, weet hoe dringend het nodig is dat er bezinning komt op de gewoonte om bij de minste of geringste aanleiding een fles te ontkurken.
En wat de welvaart betreft: nu steeds duidelijker wordt, dat die nog altijd in toenemende mate ten koste gaat van het milieu en de Derde Wereld, is er alle aanleiding om serieuzer over soberheid na te denken dan tot dusver gebeurd is.
In dit verband echter wil ik vooral om religieuze redenen pleiten voor soberheid en matiging. Het heeft namelijk ook konsekwenties voor ons geestelijk leven, wanneer wij kritiekloos onze plaats innemen in de welvaartsmaatschappij, inklusiefhaar alcoholgebruik.
Het beslag dat het bezit van een mens op hem kan leggen, kan zo groot worden dat het een beletsel wordt om open te .staan voor de werkelijkheid van God Het is niet toevallig dat de evangeliën meer dan eens beschrijven hoe zij, die de Here Jezus navolgen, alles (moeten) prijsgeven wat zij bezitten: vgl. Lukas 5 : 28; 14 : 33; 18 : 22,28. Daaruit valt niet een absoluut en algemeen geldend verbod op bezit afte leiden - vgl. Hand. 5 : 4 - maar wel wordt aangespoord tot een levenshouding waarbij men slechts en heel losse binding met zijn bezittingen heeft. Vgl. I Cor. 7 : 30,31: "Laten zij die kopen, zijn als zouden zij er niets van behouden; die van de wereld gebruik maken, als zouden zij haar niet ten einde toe gebruiken." Kennelijk is een intense omgang met God onmogelijk, wanneer men met zijn hart is bij wat men bezit of wil bezitten.

Geestelijk leven
Terwijl de asceten bij de waarheid van die eenvoudige regel leefden, bestaat tegenwoordig bij veel christenen het gevaar dat zij eraan voorbijgaan. Het gevolg daarvan is dat velen, meegesleept in de maalstroom van materiële genietingen, de diepte van een stil Godsvertrouwen en een zorgeloze toewijding aan de Here steeds minder kennen. De erkenning dat wij een andere, kostbaarder schat hebben dan onze materiële rijkdom (Matt. 6: 19-21), funktioneert in de praktijk gebrekkig. Ikzelf heb tijdens mijn verblijf in Afrika gemerkt, hoe het geestelijk leven kan opbloeien zodra de dingen waar je normaal op steunt en van geniet wegvallen. Misschien moeten wij daadwerkelijk ascetische trekken aanbrengen in onze omgang met de welvaart, om opener te worden voor Gods liefde en zorg. Vast staat, dat de mate waarin wij luxe genieten en verwend zijn, afbreuk doet aan ons geestelijk leven.
Het zelfde laat zich zeggen van het gemak waarmee christenen grijpen naar alcohol. Gezellige en feestelijke avonden worden al gauw opgeluisterd met sterke drank. Veel mensen ervaren die bijeenkomsten echter als arm aan werkelijk kontakt: men vertelt elkaar meer sterke verhalen dan dat men voor elkaar open staat; de luidruchtige vrolijkheid heeft meer met lichtzinnigheid dan met levensvreugde te maken. Daardoor gaan ook zij die op eèn receptie alleen een glaasje appelsap gebruiken soms met een kater naar huis ... Als dat al van het intermenselijk kontakt geldt, hoeveel te meer dan van de omgang met God? Hoe zal een mens ooit tot openheid voor het bijbelwoord en een innig gebedsleven komen, wanneer hij de werkelijkheid regelmatig een ietsje onder invloed beleeft?

De binnenkamer
Wat ik in het eerste artikel schreef, wil ik nog eens herhalen: het gaat er bij de ascese om, ruimte te scheppen voor de toewijding aan God. ingetogenheid en matiging zijn geen doel op zichzelf, maar dienen de omgang met de Here.
Ook wanneer men erkent dat het geestelijk leven niet in tegenstelling staat tot het aardse - in zijn werk en in de sexualiteit kan men heel dicht bij God zijndient men oog te hebben voor het belang van momenten van koncentratie op de "liefelijkheid des HEREN" (Psalm 27 : 4). Terecht is er vanuit de vrijgemaakte traditie gewaarschuwd tegen een christendom dat zijn kracht zoekt in de mystiek. Hoe licht laat een mens zich niet meeslepen door zijn gevoel en ziet hij de diepten van zijn eigen geest aan voor de aanwezigheid van de Heilige Geest! Toch is alleen deze waarschuwing niet voldoende. Wij moeten even sterk op onze hoede zijn voor een christelijk leven, waarin men geen 'binnenkamer' (meer) heeft (Matt. 6 : 6) en aan een vertrouwelijke gerichtheid op de Vader in de hemel niet (meer) toe": komt. Bij de geloofsoverdracht aan onze kinderen moet dit punt aandacht hebben: veel mensen hebben eenvoudigweg niet geleerd om aan hun relatie tot God vorm te geven in persoonlijke bijbellezing en gebed.
Trouwens, ook op bijbelkringen vraagt het soms een komplete 'omscholing', om niet louter rationeel op de betekenis van bijbelwoorden in te gaan, maar om 'Ze te 'overdenken' (Psalm 119: 150), de wonderen erin te 'aanschouwen' (Psalm 119 : 18), zich erin te 'verlustigen' (Psalm 119: 47). Het zou wel eens heel verrassende gesprekken kunnen opleveren, om elkaar b.v. een half uur voor het eind van de avond gelegenheid te geven tot deze 'meditatieve' benadering van het evangelie.

Oefening
De meeste vormen van ascese waarop de afgelopen weken in Opbouw de schijnwerper is gericht, waren een reaktie op een sterk aan kracht inboetend kerkelijk leven. Juist in tijden dat het christendom gekenmerkt werd door oppervlakkigheid en losbandigheid, zochten mensen naar geloofsverdieping door middel van een leven van training.
Ook wij beleven een tijd waarin veel mensen lijden onder de ontaarding van de gemeente van Christus, zoals die in allerlei gedaantes optreedt: de reduktie van het evangelie tot een politiek programma; het domineren van konservatisme en dorre onthodoxie; een verregaande aanpassing aan de losse eigentijdse moraal; een proces van verburgerlijking, waarbij de kerk zich opsluit in de maatschappelijke middenklasse; de afwezigheid van een echt, authentiek geloofsleven enz. Zo wordt dan ook met een zekere regelmaat de roep om een nieuwe reformatie of een opwekking gehoord.
Nu zal ik de laatste zijn om te beweren, dat daar niet op gehoopt en om gebeden mag worden. Maar ik acht het een illusie om te denken, dat zo'n reformatie of opwekking ons zal komen aanwaaien.
Wat ons in de allereerste plaats te doen staat, is: oefening in de godsvrucht!
We zullen moeten inzien, dat de zozeer gewenste geloofsverdieping alleen verworven wordt door een leven waarin wij ons doelgericht toeleggen op de omgang met de Here in lofprijzing, bijbellezing en gebed. Vandaar dit pleidooi voor christelijk ascese.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief