Nuchterheid

1987-03-27
  • Jaargang 31
  • nummer 12
"Father Brown"
Destijds heb ik me met groot genoegen verdiept inde verhalen van G. K. Chesterton over "Father Brown" Father Brown was een' pastoor van grote armoede en van grote wijsheid en scherpzinnigheid. Die verhalen .hielden een wonderlijke' samenvoeging van elementen in zich besloten: Het detective-element speelde een grote rol; er was sprake van spanning en van fantastische ontwikkelingen; er was ook sprake telkens weer van grote levenswijsheid in de gevoerde ,gesprekken.
Ik herinner me één van die verhalen, waarin een politieambtenaar tegen Father Brown zei, dat hij niet gelovig was - zo ongeveer in deze bewoordingen: "Sorry father, met geloven houdt ik me niet bezig. Ik ben een nuchter mens". Father Brown antwoordde ongeveer als volgt: '"Het spijt me, maar als u zo doorgaat zult u nooit een nuchter mens worden". Dat heb ik onthouden en het was de moeite van het onthouden waard ook. De politieman verbeeldde zich, dat hij een man van defeiten was: de feiten, de feiten en niets dan de feiten! Dat had hij in zijn vak nodig en dat - dat alléén - had gelding voor het gerecht! En daarom (!) kon hij geen gelovig man zijn. Want bij het geloven heb je te maken met een houding van gemoed en gevoel, maar vooral niet met de feiten! Zo dacht hij. En zo denken nog steeds velen. "Geloven doe je maar in de kerk, hier in het werkelijke (!) leven moet je het wéten" . Tegen deze houding laat Chesterton zijn father Brown protest aantekenen.
Een man, die niet gelooft, is niet iemand die een bepaalde gevoelswarmte mist Hij is iemand, wiens leven niet verankerd is in het heil van God, in de genade van Christus. Hij mist de werkelijke ankergrond voor zijn leven, Met al zijn zakelijkheid en feitelijkheid staat hij niet met beide benen op een werkelijke vaste grond. En dat betekent, dat hij niet nuchter is. Hij houdt een moeras voor vaste grond. Zijn gang is onvast en onzeker als die van een dronkaard.

Petrus
Als je dat vers van Petrus leest, dat we hierboven gezet hebben, dan word je toch wel door' een eigenaardige zaak getroffen. Als je een ongelovige dat slot van het vers voorhoudt over de hoop op de genade in de openbaring van Christus, dan zal hij misschien erg gauw zeggen - beleefd of minder beleefd: "Sorry, met geloven houd ik me niet bezig. Ik ben een nuchter mens!". Wat merkwaardig toch, dat Petrus juist over nuchter zijn gesproken heeft, vlak voordat hij de hoop op de genade aan de orde stelde! Juist omdat je nuchter bent vestig je je hoop op de genade! Petrus noemt nuchter wat een ongelovige, iuist helemaal niet nuchter vindt.
Een ongelovige zegt: Ik houd me aan de feiten. Ik blijf nuchter. En daarom geloof ik niet! Hij denkt echt, dat een gelovige met zijn geloof zo'n beetje op een wolk zit, boven het werkelijke leven! Maar Petrus zegt: Het komt er maar op aan, aan wèlke feiten je je houdt. Als je de heilsfeiten van Gods werk in Christus uit je aandacht laat wegvallen, dàn zit je pas op losse grond, in een moeras, op een vluchtige wolk. Dan ben je als een drenkeling; die zich meent te redden door een greep naar ... los drijvend zeewier, ontwortelde waterplanten!' Petrus wil zich niet laten aanpratengeen moment - dat een gelovige niet met feiten zou rekenen. Dat doet hij wel! Nuchterheid: De feiten beslissen en geven de doorslag, de feiten en niet onze dromen. Zo is het inderdaad! Maar de vraag is alleen maar, welke feiten in aanmerking komen! En dan geven alleen de feiten van Gods werk in Christus een werkelijke grond, een werkelijke geborgenheid. Daarin moetje leven verankerd zijn. Daarop moet je geloof en je verwachting gericht zijn!

Kades Barnea
Telkens weer dringt de verkeerde ongelovige "nuchterheid" in de kerk binnen. Telkens weer dringt' de "wijsheid van de computer" de feiten van het heilswerk van God naar de achtergrond! Dat gebeurde al in de begintijd, van Israël als volk. Kades Barnea! ' De tien verkenners hanteren de wijsheid van de computer: De vijand is groter en sterker. De steden zijn groot en hemelhoog versterkt. En het is nog nooit voorgekomen, dat een dubbeltje het van kwartje wint! "Laten we nuchter zijn". Wat doen Jozua en Kaleb (en Mozes)? Stellen zij hun geloof tegenover de feiten? Gaan zij met een warm en vol gemoed op een vluchtige wolk zitten? De veronderstelling alleen is al onzin. Hun geloof is gericht op feiten! En als de Here zijn oordeel over het ongeloof uitspreekt, dan verwijt Hij Israël niet, dat het zijn geloof niet gesteld heeft tegenover de feiten of zoiets, maar dat het volk de feiten van Gods grote heilswerk zomaar vergeten heeft en niet meer laat meetellen in zijn overwegingen! Lees maar Num. 14:22-23 "Geen van de mannen die mijn heerlijkheid gezien hebben, en de tekenen die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, ... zal het land zien, dat Ik onder ede aan hun vaderen beloofd heb!". Als de Here spreekt van zijn heerlijkheid en van de tekenen, dan wijst Hij op een wèrkelijk groots gebeuren - bijvoorbeeld zijn neerdalen op de Sinaï - en dan wijst Hij op wèrkelijke daden van heil - de plagen in Egypte, de doortocht door de Rode Zee.. de reddingen in de woestijn. Deze feiten zijn niet in een computer te stoppen. Die zou er van barsten! Maar feiten zijn het en blijven het!
Waarom hebben de verkenners alleen maar gedacht aan getal en maat en gewicht en aan het dubbeltje dat voor een kwartje te licht is? Is dat dan nuchterheid? In het ongeloof zit iets dat onuitsprekelijk dwaas is! Waarom houd je met overwegen op, voordat de grote feiten van Gods heil bedacht zijn? ' Dwaasheid ja! Maar toch ... wat hebben wij ook te vechten tegen de neiging de "nuchterheid" van de tien voor de ware nuchterheid te houden!

De normale mens
Soms vindt daar in het leven van de christen een akelige samenwerking plaats - tussen slordigheid, schuchterheid en kleingeloof. Dan gaat hij het toch goed vinden, dat het geloof geplaats wordt tegenover feitelijkheid, zakelijkheid, werkelijkheid, (!).
Daarmee doet hij een groot kwaad. Alles wat het Apostolicum aan feiten noemt in verband met onze Here Jezus Christus - van zijn ontvangenis tot zijn wederkomst - wordt dan immers geplaatst in een andere wereld, in een vluchtige wereld. Het gaat zijn werkelijkheidsgehalte verliezen. En daarmee wordt het geloof ontworteld! Er is nog een groot kwaad te noemen.
Wanneer het geloof verwijderd wordt uit de wereld van zakelijkheid en feitelijkheid, dan bereiken we al spoedig het punt, waarop de wereld - de normale wereld - ophoudt bij de computeruitslag en waarop het dak van de normale wereld gesloten wordt zonder dat de Here er bij en er in is! En dan wordt de ongelovige eigenlijk de normale mens. Terwijl de gelovige eigenlijk gekenmerkt wordt door een vreemd "uitstulpsel" naar boven toe.” Zijn geloof steekt boven het normale mens-zijn uit en valt eigenlijk buiten het normale!
Het openbare onderwijs is normaal onderwijs. Het christelijke onderwijs is onderwijs met een vreemde "kop er op", een kop die zelf niet meer bij het normale behoort. Er is een machtige roomse theologische stroom, die in feite deze kant opgaat. Alleen zal men daar liever spreken van supranormaal dan van buitennormaal! Wat gaat ons evangelisatiewerk en élan missen, als we zo denken. Moeten we normale mensen bekeren tot iets dat buitennormaal is? Over de christen komt een soort universele verlegenheid! Terug naar Petrus! Het gaat om de feiten; maar...om welke feiten?
Nooit mag het geloof werkelijkheidsgehalte verliezen! Het is de ongelovige, die de ankergrond mist! En dat mag allesbehalve normaal heten, ook al zou de meerderheid zo leven! Augustinus sprak een woord van geweldige diepte! "Gij hebt ons gemaakt,O God, als op U aangelegd. En ons hart is onrustig totdat het rust vindt in U!".

De normale mens: de mens die gemeenschap heeft en houdt met zijn schepper! De zondaar heeft die gemeenschap verworpen. Maar hij kán dat verschrikkelijke gemis niet dragen. Hij moet dat vreselijke gat gaan opvullen. Redding valt hem ten deel in de weg van de bekering. Maar als hij zich niet bekeert? Dan zal hij het vreselijke gat toch moeten opvullen. Met "goden": de baäls van Kanaän; de allesbeheersende wetenschap; de computer die "zich niet kan vergissen"! En hoe “metaliger" de goden worden, des te meer acht de ongelovige zichzelf een nuchter mens! Om niet te zeggen een normáál mens!
Maar de echte normaliteit en de echte 'nuchterheid worden alleen bereikt in de weg van de bekering, door de verankering van het gehele leven in Gods heilswerk, door de, christelijke geloofsovergave, door de christelijke hoop! We moeten ons de nuchterheid, de feitelijkheid, de zakelijkheid en de werkelijkheid niet laten afpakken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief