De pastor als amateurtje
1987-03-27
In de dagen van olim placht ik eenmaal per jaar naar het strand van Voorne te tijgen om te vissen. Op zaterdag ging er stiekem een pakje vette zagers en zeepieren achter in de koelkast in de hoop dat moeder de vrouw deze biefstuk niet zou ontdekken.. Op maandagmorgen begon het feest al heel vroeg: een hele dag wind in je haar, in je facie, geen gepraat aan je hoofd (excuus!). De eerste inworp was raak: over de zandbank heen en beet. Even later lag de eerste prooi machteloos aan mijn voeten: zo plat als een schol!- Jaargang 31
- nummer 12
Ervaren zeevissers weten dat het alles is of niks .. Wel, het leek alles te worden. Want na korte tijd kwam de tweede en even later de derde: alle drie lekker aan de maat en goed voor de pan. Maar toen keerde het geluk. De zee gaf niets meer, maar over het bolle strand naderde de belager van mijn rust op hoge benen. Ik rook de gezellige Rotterdammer, die ik vandaag niet gebruiken kon.
Maar het onheil bleek ernstiger. Hij bleek nog een vakmannetje te zijn ook en het amateurtje smolt weg onder zijn kritische blik. Was dàt nou een ingooi? Kom hier, dat zal ik eens beter doen! En zó doe je geen wurm aan de haak! En wie vist er nou met één hengel? En was ik werkelijk Rotterdammer? Dan moest ik eens met hem meegaan, want hij had me toch een stekkie in de siad! En als dat niet kon (was ik nog niet met de VUT?) dan kon het toch op zondag! Man, kom nou een keer! Toen was het onheil niet meer te keren..
- Maar kerel, ik sta de hele zondag te vissen op mijn eigen stekkie!
- Waar dan? (verbazing!)
- Op de preekstoel aan de Oranjestraat!
- Bent u dan een dooo...???
Er viel warempel een stilte. De zee bleek nog te ruisen.
Toen begon de biecht. Zijn moeder had hem er bij opgebracht. En hij was op de zondagschooi geweest: En nu hij oud werd moest hij er veel meer aan denken. Maar hij ging maar eens weer! Goeie vangst verder! Dag eerwaarde! Ik kon hem nog juist uitnodigen eens op mijn stekkie te komen op zondag en ik kon hem nog toevoegen dat hij dat stemmetje van binnen niet moest smoren.
Maar toen was hij vertrokken, op hoge benen over het bolle strand, op weg naar de Zuiderhorizon.
Nee, ik heb geen beet meer gehad, de ganse lange dag. Dat gaf gelegenheid tot vissermansfilosofie: er zit best vis, maar sommige vis is heel slim. Die wil zich niet laten vangen. Het is ook wat: zo plat als een schol áan de voeten van de Here Jezus! Wie ontdekt dat je bij Hem bent als een vis In het water? Maar de vissermansfilosofie ging over in zelfonderzoek. Wat had ik dat stom aangepakt. Had ik gevraagd: kom eens zwemmen waar ik vis!
Had ik natuurlijk moeten vragen: mag ik eens komen vissen waar jij zwemt? De man had warempel gelijk: ik ben maar een amateurtje.
P.S. Collega J. Kranenburg, Rolde, verzorgt de Pastorale Notities gedurende het volgende kwartaal.