Theologische ontwikkelingssamenwerking (1)
1987-03-27
Zending wordt tegenwoordig terecht steeds meer gezien als een van de wezensfuncties van de kerk. Een gezonde gemeente weet zich een gezonden gemeente.- Jaargang 31
- nummer 12
Wanneer de omstandigheden veranderen, zal ook de concrete invulling van deze kerntaak van de gemeente andere vormen dienen aan te nemen. Er bestaat niet een model van zendingdrijven, dat onveranderlijk in alle situaties kan worden toegepast. In het volgende wil ik beargumenteren, dat de situatie in grote delen van Afrika (waartoe ik me zal beperken, omdat ik alleen daar enige ervaring heb opgedaan) voor een vorm van zending die Je theologische ontwikkelingssamenwerking zou kunnen noemen; En naar mijn overtuiging is er vanuit de gereformeerde traditie daarin een unieke bijdrage te leveren. Mijn verhaal omvat 5 punten. Na een typering van de situatie van de kerken in Afrika (1) en van de kerken hier (2), volgt een vergelijking met zogenaamde seculiere ontwikkelingshulp (3). Vervolgens een hernieuwd opnemen van de vraag: wat is zending? (4). En tenslotte mijn eigenlijke pointe: een nadere invulling van dat begrip "theologische ontwikkelingssamenwerking".
1.De geweldige problemenvan de jonge kerken in Afrika
Ik wil beginnen met een citaat van Stephen Neill uit zijn boek over Het Anglicanisme: 'De kerk in Afrika gaat gebukt onderhaar eigen. reusachtige sucessen. Zij die haar het meest liefhebben zijn zich van haar tekortkomingen en zwakheden het best bewust - het voortbestaan van oude heidense zeden met veronachtzaming van de christelijke huwelijksopvatting, geloof in tovenarij; wereldsgezindheid en eerzucht. Dat alles is waar. Het meest nodig is niet een betere organisatie, maar een verdieping van het geestelijk leven. Hierbij moeten de' zonen van Afrika zelf de .leiding nemen ;...z.ij alleen kunnen hun volk volkomen begrijpen - maar 'er blijft nog een geweldige taak over die Afrikanen en Europeanen tezamen moeten ondernemen.' *) .
Reusachtige successen. Wij die gewend zijn aan een situatie waar de kerk steeds meer terrein verliest, kunnen ons er moeilijk iets bij voorstellen misschien. Maar het is waar dat de kerk in de derde wereld en speciaal in Afrika, op vele plaatsen een fenomenale groei doormaakt. Enkele cijfers: in 1975 waren er naar schatting 100 miljoen, christenen in het continent Afrika. In 1990 waarschijnlijk 200 miljoen. In het jaar 2000 350 miljoen. Momenteel komen er zo'n 4000 bekeerlingen per dag bij. En 45%van de totale bevolking van Afrika rekent zichzelf uitdrukkelijke tot het christendom in een of andere vorm. Die numerieke groei moet ons er niet toe verleiden de ogen te sluiten voor de niet minder kolossale problemen waarmee de kerken te worstelen hebben.
In de eerste plaats natuurlijk om die enorme aanwas op een of andere manier organisatorisch op te vangen . Nog een cijfer: Afrika heeft gemiddeld 1 (één!) predikant op 12.000 christenen. En het is heel normaal als deze zijn schapen verspreid heeft over 10 à 12 gemeenten; waarbij moet worden aangetekend, dat hij daarbij meestal niet beschikt over de gemakken van een modem vervoermiddel.
Het spreekt vanzelf dat dit allerlei gevolgen heeft voor de manier waarop de ambten en de sacramenten functioneren. Dit probleem is nog het nijpendst in de Roomskatholieke kerk, die ook nog kampt met een priestertekort in verband met het in Afrika zeer impopulaire celibaat.
Maar daar ligt mijns inziens niet eens de grootste uitdaging. Want de kerk bevindt zich middenin een maatschappij waar niet minder spectaculaire veranderingen zich voltrekken.
De meeste Afrikaanse landen ten Zuiden van de Sahara kampen met enorme economische problemen. Inflatie van honderden percentages per jaar bijvoorbeeld, zoals in Oeganda. Bijna altijd afhankelijkheid van één of enkele export producten, waarvan de opbrengst nooit te voorspellen is, vanwege de prijzen op de wereldmarkt, die niet in Afrika. vastgesteld worden. Dan grote maatschappelijke veranderingen als verstedelijking, die zich geleidelijk voltrekken. En de plotselinge diepingrijpende zoals een staatsgreep, waarvan praktisch geen Afrikaans land na de onafhankelijkheid begin zestiger jaren verschoond is gebleven. Deze veranderingen hebben hun weerslag op het denken van de mensen, zoals omgekeerd het denken beo palend is voor een' groot deel van de ontwikkelingen. De westerse moderne techniek is daar, met in het kielzog de seculariserende .kijk op de werkelijkheid.
Hoe zal de Afrikaan daarop reageren, van wie toch gezegd wordt dat hij 'ongeneeslijk religieus' is? De islam is daar ook in veel landen en maakt een niet minder opvallende groei door dan het christendom. En natuurlijk is het communisme er waar het de kans krijgt. Niet ten onrechte heeft iemand Afrika wel genoemd een 'slagveld van ideologieën'. De grootste uitdaging ligt op het wereldbeschouwelijke vlak! Waar zal men het houvast vinden om zich in al deze zaken te oriënteren? Ik wil dit onderdeel nu verlaten, niet omdat er niet eindeloos veel over te zeggen zou zijn, maar de spits van' mijn verhaal ligt daar niet. Informatie over de problemen van Afrika (en niet alleen de problemen) is in overvloed voorhanden voor wie daar interesse in heeft. Mijn ervaring is wel dat die informatie pas echt aankomt, als het niet meer over 'de' Afrikanen gaat als abstracties, maar als 'ginds' een gezicht heeft gekregen, doordat je er mensen kent, die zo totaal anders lijken te zijn en soms toch zo heel herkenbaar. Met hun zwakheden en hun hartverwarmende dingen. Mensen om van te houden.
2. De rijkdom
Nu wil ik de schijnwerper voor het kontrast even richten op ons zelf.Het is niet zo vreemd als wel eens de vraag gesteld wordt: zijn wij luxe kerken? Want het vergt geen diep nadenken om te zien dat dat zo is. De gemiddelde kerkganger is niet degene die zich bevindt aan de bodem van de maatschappij (heel anders dan in Afrika!). Wij missen hele categorieën mensen in ons midden die er volgens het evangelie toch wel zouden horen: de armen, de daklozen, de heroïnehoertjes, enzovoort. Hoe dat nu zo gekomen is wil ik laten rusten, ik constateer alleen maar. Vaak veronderstellen tijd en plaats van onze kerkdiensten (2 per zondag) eigenlijk dat je een auto hebt. Materieel gaat het ons ondanks alle geklaag nog steeds niet slecht. Realiseren we ons, dat wat voor onze predikanten maandelijks wordt gereserveerd voor het emeritaat, soms méér is dan het hele jaarsalaris van menig collega overzee?
Toch is het materiële niet het enige en zelfs niet het eerste waar ik aan denk bij luxe kerken. Onze zereformeerde traditie, die enorme schat aan bezinning en houvast, neergelegd in talloze boeken, bibliotheken, tijdschriften, organisaties, en toch ook nog wel in de harten en levens van de mensen: IS dat geen kapitaal? Letterlijk: talen!en ons toevertrouwd? Wie heeft gezien hoe hongerig elke letter die gedrukt is, wat ook maar en door wie, ook maar, in Afrika wordt verslonden, die gaat zich schamen voor elk boek dat ongelezen in zijn boekenkast staat. Men wil zich graag vormen, ontwikkelen, méér weten van de Bijbel en van Gods wil voor het leven, maar de mogelijkheid is er vaak niet. Ik wil niemand hier onrecht doen, maar de honger en gemotiveerdheid die ik bij Afrikaanse theologische studenten heb waargenomen, zijn hier toch vaak niet zó sterk aanwezig.
Lijden wij misschien ook aan oververzadigdheid?
Het is allemaal zo gemakkelijk te krijgen, je hoeft je niet in te spannen: komt het vandaag niet, dan morgen wel. Zouden we misschien ook geestelijk aan 'weight watching' moeten doen, zodat we niet maar alles als een brei over ons laten komen en consumeren, wat ons wordt voorgezet op de markt der meningen? Zouden we niet tot een echte geestelijke concentratie moeten komen en ons eerst bepalen tot de grote centrale thema's van ons geloof en dáár weer enthousiast over worden: de realiteiten van Schepping, Zondeval en Verlossing, en het perspectief van het Koninkrijk Gods?
*) S, Neill. Het Anglicanisme. Utrecht. p,332,