Missiologische thema's

1987-03-27
  • Jaargang 31
  • nummer 12
Binnen de kring van de Vrijgemaakte Kerken functioneert sinds enige tijd een nieuw instituut: de Gereformeerde Missiologische Opleiding. De a.s.
zendingswerkers worden daar op- en begeleid. Inhet kader van deze opleiding worden jaarlijks themadagen georganiseerd waarop actuele zendingstheologische vraagstukken worden behandeld. De daar geleverde referaten worden nu door de GMO aan een breder publiek. bekend gesteld door middel van publicatie ervan in een nieuw opgezette serie "Missiologische Thema's" genoemd.
Het eerste nummer is nu verschenen: keurig en fleurig uitgegeven door Van Den Berg in Kampen, al liet de kaft van mijn exemplaar na eerste lezing al los; maar ik ben waarschijnlijk een te hardhandig lezer. Deze uitgave bevat twee lezingen gehouden door ds C. J. de Ruyter en de ND-journalist A. Kamsteeg. Laat ik maar gelijk zeggen dat ik dit een zeer lezenswaardige brochure vind, die ik van harte kan aanbevelen. Deze serie zal ook buiten de eigen, vrijgemaakte kring zeker' aftrek vinden, wanneer men het huidige hoge peil zal weten te handhaven.
Het is een loffelijk initiatief van de GMO om ook op deze wijze bij te dragen aan de' wereldwijde gereformeerde bezinning op zending. En men heeft inderdaad een actueel thema bij de kop gevat: zending en bevrijdingsbewegingen : Ik sta wat langer stil bij de bijdrage van ds De Ruyter, omdat de daar aangesneden problematiek mijn bijzondere belangstelling heeft.

Dat wil niet zeggen dat Kamsteeg geen boeiend en degelijk verhaal heeft geleverd. Hij analyseert de politieke situatie waar een zendingwerker zich in bevindt in de Derde Wereld. Hij behandelt bijvoorbeeld het begrip 'bevrijdingsbeweging', geeft allerlei nuanceringen aan, komt ook met een paar konkrete aanwijzingen hoe een gereformeerde zendingwerker zich kan opstellen in een situatie waarin een bevrijdingsstrijd woedt. We zouden zijn bijdrage kunnen typeren als 'afscheid van het piëtisme'. Juist als gereformeerden staan we in tussen veel. evangelisch neo-piëtisme en oecumenische politieke theologieeen precaire positie. Duidelijk is dat Kamsteeg niet wil weten van een kerkelijke vrijblijvendheid, een 'platonisch' zweven boven de concrete situatie waarin de zendingwerker zich bevindt. Hij weet van een priestelijke bewogenheid uitkomend in allerlei vormen van daadwerkelijke bijstand; maar ook van protest tegen concrete misstanden en wantoestanden, met verwijzing naar de profeten. Hij geeft ook concrete voorbeelden. Hij is niet optimistisch over de mogelijkheden van zendingswerkers in de landen waar ze te gast zijn, maar dat betekent nog niet resignatie, eventueel vroom opgepoetst.

De Ruyter gaat in opde bevrijdingstheologieën die veel aandacht genieten vandaag.
Het eerste wat me opvalt in zijn bijdrage is de toon. We zijn gewend van orthodoxe huize veel slogans en kreten te horen, van hoe slecht het wel allemaal is. De Ruyter geeft in een m.i.
fair betoog de bevrijdingstheologie de kans zich uit te spreken. Het is vooral analyse wat hij biedt, met daarmee gepaard gaande kritiek. Hij beweert niet alle. problemen te hebben opgelost, en alle vragen te kunnen beantwoorden. Hij zegt ook ergens eerlijk dat het hem wel aan het hart gaat zo vaak kritiek te moeten oefenen op de bevrijdingstheologie. Hij bezit een goede kennis van de literatuur: en ik vind hem een goede gids om voor het eerst eens kennis te maken met deze wijd vertakte en gecompliceerde theologische beweging die we in alle continenten tegen komen. Hij typeert haar als een pastorale theologie, en dat is terecht. Want ze is niet geboren in de studeerkamer van de theoloog maar in het veld, de praktijk van de pastor die geconfronteerd wordt met nood en armoede, uitbuiting en onderdrukking van zijn gemeenteleden.
En wat doe je daar nu aan?' Op deze vraag wil de bevrijdingstheologie een antwoord geven.
De Ruyter oefent dus kritiek op het antwoord dat deze theologie geeft op deze legitieme vraag. Een van de punten van kritiek die ik hier wil noemen, is dat deze theologie het accent verschuift van de tekst van de Schrift naar de concrete context, situatie van uitbuiting en armoede. Men analyseert eerst de situatie met behulp van het marxisme. En van daaruit gaat men op zoek in de Schrift naar antwoorden, richtlijnen en voorbeelden voor concreet handelen dat de situatie zal verbeteren. De context overheerst de tekst, zo zegt men dan. Dat dit gevolgen heeft voor de gehele theologie, voor het belijden van de kerk, laat De Ruyter duidelijk, zij het wat kort, zien. De Schrift is slechts in zoverre relevant, waar ze concrete antwoorden geeft op concrete vragen die geformuleerd zijn met behulp van het wetenschappelijke socialisme. Dat wordt genoemd de contextualisatie van de theologie. Ik wil op dit punt nader ingaan, de andere zaken die hij aan de orde stelt laat ik dan verder rusten. Ik zou zeggen: leest u zelf; het is de moeite waard.

Maar nu toch iets meer over de relatie tussen de tekst en de context.
De Ruyter verwijt de bevrijdingstheologie dus haar contextualisatie-program. Haar sociaal-politieke vooringenomenheid bepaalt bij. voorbaat de uitkomst van Schriftonderzoek en theologie-beoefening. Nu verwijt de bevrijdingstheologie dat de westerse theologie zelf ook vooringenomen is. Die is ook gecontextualiseerd, gestempeld door de eigen tijd, de eigen cultuur en de denkwereld van een bepaald moment. Men zegt ook wel dat alle theologie historisch is, net zo goed als geloofsbelijdenissen e.d. De Ruyter noemt dit toch een vergissing, en meent dat juist gebleken i dat er een breuk voltrokken werd tussen kerkelijke uitspraken en de eigen culturele omgeving, tussen theologie in Schriftuurlijke zin en de concrete context. Hij verwerpt de contextualisatie, omdat .zo toch de prioriteit van het Woord te kort komt. En natuurlijkheeft hij hier gelijk; en hij weet ook een aantal treffende voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat de kerk juist tegen de eigen context is ingegegaan, op gezag, in onderwerping aan het Woord. Geheel akkoord dus.
Maar toch tegelijk zou ik willen stellen dat geen mens en geen kerk .aan contextualisatie kan ontkomen,' het ook niet moet willen. Wil de kerk relevant spreken in de eigen tijd, in rapport met de tijd, dan is contextualisatie onvermijdelijk niet alleen, kinderen van onze tijd als we nu eenmaal zijn, maar ook gewenst. Afgezien nog van het feit dat heel ons denken en verstaan zich voltrekt in een bepaalde concrete situatie, in die concrete situatie moeten we ook handelen, getuigen, communiceren. En natuurlijk ontkent De Ruyter dat niet. Hij erkent dan ook dat de 16e eeuwse belijdenisgeschriften kenmerken vertonen van de eigen context - gelukkig maar, hoe zou men anders de belijdenissen hebben kunnen verstaan? Men heeft gebruik gemaakt van toenmalige kategorieën en men is ingegaan op toerimalige theologische problemen.' En hij beseft dat de jonge kerken op de zendingsvelden in hun belijdenisvorming de eigen aktuele kulturele situatie zullen dienen te verwerken. Wat is' dat anders dan contextualisatie?
We moeten gewoon erkennen dat kerk en theologie altijd gecontextualiseerd zijn. Dat is geen 'zonde' waar we ons van bekeren moeten; dat is een gegevenheid met ons menszijn, een opdracht voor ons kerk-zijn. Dat te erkennen lijkt me van het grootste belang. De ontkenning ervan leidt tot de ernstigste problemen. Hoe makkelijk komt men er niet toe voor Gods Woord uit te geven wat niet meer is dan gecontextualiseerd mensenwoord. Dat wat men uit de Schrift meent te hebben afgelezen en verstaan in de eigen contextuele vormen, is nog niet noodzakelijkerwijze Woord van God. Laat ik dit eens toepassen op de belijenisgeschriften. Die waren neerslag van gecontextualiseerde theologie; ze waren volop woorden van de kerk in de tijd, de concrete situatie - ook politieke situatie, zie bijvoorbeeld de NGB over de verhouding kerk en overheid: Zo meende men Gods Woord na te spreken. En ze kunnen nog altijd normatieve uitdrukking van ons geloof vandaag gelden, omdat we in hen de stem van God horen zoals we die vernemen in het Woord zelf.

Het punt in geding is dat het Woord het laatste woord heeft. En daar ligt het probleem met de bevrijdingstheologie. De context heeft het eerste en laatste woord. En dat leidt tot wat wel genoemd wordt 'over-contextualisatie'. Dat is het waar tegen De Ruyter terecht waarschuwt. Dan wordt vergeten dat het Woord van' God macht heeft over de context; dat we ons met alle onze gecontextualiseerdheid moeten stellen onder het kritische en oordelende Woord van God.
De bevrijdingstheologie lijdt aan over-contextualisatie. Dat kan ook de gereformeerde theologie overkomen. De Ruyter geeft als voorbeeld de Apartheidstheologie in Zuid-Afrika, En inderdaad is die theologie hermeneutisch van het zelfde laken een pak als de bevrijdingstheologie.
De context overheerst daar de Tekst van het Woord.
Maar het kan alle theologie, al het kerkelijk spreken overkomen, waar in, de hermeneutische cirkel de context het wint van de tekst. Er is dus continuïteit tussen het spreken en handelen van de kerk en de eigen concrete context - anders is communicatie onmogelijk en wordt de kerk een rariteitenkabinet. En er is discontinuïteit, anders verwereldlijkt de kerk, is ze geen zoutend zout meer.
Die spanning mis ik eigenlijk in de overigens heldere Iezing van De Ruyter. Ik heb de indruk dat het veelkerkelijke Debatten ten goede zou komen, wanneer ronduit erkend werd dat we gecontextualiseerd bezig zijn. Dat zou de weg kunnen openen om samen met alle heiligen - die van het verleden en die van het heden - het Woord te lezen en te verstaan in de context zodat over-contextualisatie voorkomen kan worden.

Al met al raad ik u aan dit geschrift aan te schaffen. Het kan ook onze bezinning op zending bevorderen. En daar zijn ook onze kerken mee gediend.

N.a.v. Ophoff, H. W. (red.), Missiologische Thema's, Zending en Bevrijdingsbewegingen. Kampen: Van den Berg 1986, 42 pagina's.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief