NG jeugdwerk professioneler
2011-03-04
De stichting Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk krijgt meer geld voor professionalisering en raakt zijn ‘waterhoofd’ kwijt. De landelijke bijdrage gaat van één naar 1,50 euro per ziel, besloot de LV.- Jaargang 55
- nummer 5
Voorzitter J.W. Bosman van de Raad van Toezicht vertelde, dat zijn raad zichzelf opheft en een bestuur van vijf personen leiding gaat geven aan de jeugdwerkadviseur en een ‘netwerker’. ‘We hadden een raad van drie personen en een vijfkoppig bestuur voor 0,8 werkers. Dat vonden we geen goede verhouding. We worden nu een kerkelijke instelling volgens AKS-artikel 31.4 en we maken geen eigen materiaal meer.’
Het NGJ had twee scenario’s voorgelegd. Het eerste ging uit van een bijdrage van 1,50 euro, waarbij een tekort overbleef van tien mille. Daarin moet dus worden betaald voor ‘extra vragen’. Bij een bijdrage van twee euro zou de NGJ all in werken.
Enkele sprekers vonden een stijging van één naar 1,50 euro echter al fors genoeg. ‘En een nuttige vraag mag ook wel wat kosten’, zei S. Kadijk. Ds. Herman Scheffer vroeg zich af, of organisaties als Youth for Christ niet meer zouden kunnen doen voor de NGK om zo de kosten van het NGJ te drukken. Bosman stelde dat de netwerker moet zorgen voor meer samenwerking met andere organisaties, maar verbond daar geen financiële voordelen aan.
De LV beslist in een later stadium over de samenstelling van het NGJ-bestuur.
Adopteer een kerk
Hoewel kerken en geld volgens Harry Lakerveld een moeizame relatie hebben, komt er mogelijk wel een studie naar de manier waarop kerken elkaar steunen. Daarover neemt de LV in maart een besluit. De inleidende beschietingen waren interessant. De commissie Steunbehoevende Kerken legde de LV een plan voor, waarin kerken met minder dan 160 leden geen steun krijgen om een predikant aan te trekken. Gemeenten met 160 à 210 leden kunnen geld krijgen voor een parttimer en van 210 tot 280 leden voor een voltijds predikant. Lakerveld noemde het idee van adoptie- of moederkerken voor hele nieuwe gemeenten ‘interessant’, maar waagde zich ondanks vragen niet aan bespiegelingen hoe zo’n relatie er moet uitzien. Volgens hem bepaalt de regio of een (nieuwe) gemeente steun moet krijgen. ‘Maar regio’s vonden soms wel eens te gemakkelijk dat steun moest kunnen.’
Sommige vragenstellers vonden de getalsmatige benadering nogal simpel. ‘Een gemeente van tachtig mensen kan erg veel potentie hebben’, zei ds. J. van ’t Hof. Lakerveld verzekerde, dat het ledental niet doorslaggevend is voor steun.
Van ’t Hof vond ook de koppeling aan een predikantsplaats niet vanzelfsprekend. Ds. C.C. Koolsbergen viel hem bij: ‘Bij gemeentestichting hoeft de stichter geen predikant te zijn.’
Ds. Kees de Groot waarschuwde voor een te gemakkelijke benadering van de ‘moederkerk’. ‘Grote kerken hebben ook vaak grote randen.’
De commissie verwacht dat de jaarlijkse steun aan noodlijdende kerken gaat stijgen van een ton naar 130.000 euro. Dat komt mede doordat sommige kerken structurele steun nodig hebben. Door interen op haar reserve met 80.000 euro tot 130.000 euro kan een bijdrageverhoging van drie naar vier euro per ziel nog twee jaar worden uitgesteld. ‘U bent uitgedaagd’, hield Lakerveld de afgevaardigden voor.
Homo’s in ambt
In besloten zitting stelde de LV met overgrote meerderheid (34 voor) een commissie in, die de vraag moet beantwoorden, welke weg Gods Woord wijst als het gaat om benoeming tot ouderling of diaken van gemeenteleden die een homoseksuele relatie hebben. Aan de GKV wordt gevraagd mee te doen in die studiecommissie.
Aanleiding was het besluit van de NGK Utrecht uit 2009, dat deze gemeenteleden in principe benoembaar zijn als ouderling of diaken. Drie regio’s vroegen de LV een uitspraak over de vraag, welke weg Gods Woord daarin wijst. De LV wil dat de commissie de komende drie jaar plaatselijke kerken en homoseksuele gemeenteleden bij haar onderzoek betrekt. Als de kerken elkaar zonder gezamenlijk Schriftonderzoek toestaan een kerkelijk ambt open te stellen voor gemeenteleden met een homoseksuele relatie ‘dreigt dat het gezag van Gods Woord binnen de kerken te ondergraven’, vond de LV.
De LV ging zonder veel discussie akkoord met de gedragscode voor kerkelijk werkers. Het is de bedoeling dat kerkenraden en regio’s de code regelmatig aandacht geven.