‘Plaatselijke toenadering bepaalt ruimte voor andere gemeenten’

2011-03-04
  • Jaargang 55
  • nummer 5
In een tijd, waarin volgens Ad de Boer het aantal samenwerkende en -sprekende kerken ‘spectaculair’ groeit, wachtte de LV met spanning op de toespraken van dr. W. van ‘t Spijker (CGK) en ds. H.J. Messelink (GKV). En waarschuwde De Boer NGK-gemeenten voor een te afwachtende houding.

Van ’t Spijker keek terug naar de periode 1989-1998, waarin de gesprekken over de toe-eigening des heils ‘geen millimeter opschoten’. ‘Maar toen de NGK in 2007 instemde met de gemeenschappelijke verklaring van CGK en GKV over de toe-eigening des heils, sprak de CGK-synode in 2010 uit dat dit onderwerp geen barrière meer is tussen beide kerken. Nog wel moest worden geïnventariseerd welke geschilpunten er nog zijn. We willen ons daarbij laten leiden door de Heer alleen, want wij hebben het gevaar gelopen u te benaderen op basis van andere criteria dan die van het Woord.’
Zo ligt het volgens Van ’t Spijker voor de hand om op de synode van 2013 uitspraken te doen over afvaardiging van niet-CGK-leden uit samenwerkingsgemeenten naar classicale vergaderingen van de CGK. ‘Maar dat willen we als CGK dan wel eerst goed regelen.’

Vertrouwen telt
Messelink legde de nadruk op het belang van onderling vertrouwen. ‘Na 2008 is een sfeer van verootmoediging ontstaan, waarin de NGK hun aandeel in de breuk in de jaren zestig erkenden. Dat is belangrijk om het vertrouwen te laten groeien. We moeten verworvenheden of eigenaardigheden die niet Bijbels zijn, willen opgeven. Een deel van onze kerken is nog argwanend richting de NGK, maar er is ook een sterke wil om samen te werken. Als deputaten past ons bescheidenheid, want plaatselijk wordt vaak snelle vooruitgang geboekt en dat geeft ons weer het vertrouwen om landelijk door te gaan. Al weet ik niet of we erin slagen op 31 oktober 2016 - precies vijftig jaar na het verschijnen van de Open Brief - weer helemaal één te zijn, zoals ds. Mudde heeft uitgesproken.’

Veertig procent
Ad de Boer, die afscheid nam als voorzitter van de Commissie Contact en Samenspreking, turfde het aantal samenwerkingsgemeenten op dit moment. ‘Met de CGK zijn er elf samenwerkingsgemeenten en hebben elf gemeenten elkaar erkend als kerken van Christus. Met de GKV zijn er twee samenwerkingsgemeenten, hebben vijftien elkaar erkend en lopen op minstens tien plaatsen veelbelovende gesprekken. In totaal ruilen 34 NGK-gemeenten, veertig procent van onze kerken, nu kansels met CGK- en GKV-gemeenten.’
Wel liet hij een waarschuwing horen. ‘Sommige kerken zeggen: fijn voor hen, maar wij gaan onze eigen gang. Besef als plaatselijke NG-kerken dat wat je zegt of doet mede bepaalt hoe CGK en GKV tegen de NGK aankijken. Realiseer je dat dat op synodeniveau de kaders beïnvloedt voor wat andere NGK-gemeenten plaatselijk met CGK en GKV kunnen doen. Wees je ervan bewust dat wanneer de ene NGK-gemeente zijn vrijheid neemt, dit de vrijheid van andere NGK-gemeenten in hun relatie met CGK en GKV kan beperken.’
Hij zat 32 jaar in de commissie. ‘In 1979 leek landelijke eenheid met de CGK haalbaar, maar in 1998 raakten we in de ijskast. In 1980 stonden we als NGK en GKV nog in de vrieskou met de ruggen naar elkaar toe, maar daar zag je sindsdien een omgekeerde beweging. Ik heb graag de regie, maar heb in die jaren wel de les geleerd, dat mensen van de kerk de regie niet hebben. Er gebeuren onvoorspelbare en onverwachte dingen en Gods Geest doorbreekt grenzen. Dus moeten wij zorgen dat we die Geest niet in de weg staan.
‘Het voorbeeld van de PKN doet mij niet verlangen naar een fusie van kerken, maar tegelijk is onze breuk onverantwoord voor God en mensen. Ik geloof één heilige, algemene christelijke kerk. Dat heeft mij al die jaren gedreven.’

Sander Klos is journalist en voormalig hoofdredacteur van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief