Als mijn glorie vergaat…
2011-03-04
Een poosje geleden met een familielid een aanleunappartement bekeken. Niet dat wij zelf al aan zoiets toe zijn! Nee, dat schuiven we nog ver voor ons uit. Met z’n tweeën zou je hier ook nooit kunnen wonen zeggen wij zachtjes tegen mekaar. Maar onwillekeurig ben je al rondkijkend de boel aan het inrichten. Conclusie: je moet veel wegdoen als je hier je laatste jaren gaat doorbrengen. Ik realiseer me hoe fijn het is om een eigen plek in huis te hebben waar je alles kunt laten liggen waar je mee bezig bent. Nu de kinderen al jaren de deur uit zijn verkeer ik wat dat betreft in een luxe positie. Wij lopen elkaar hier in huis nooit voor de voeten. Maar wat, als je noodgedwongen zoveel kleiner moet gaan wonen.- Jaargang 55
- nummer 5
Zo kennen wij een hoogbejaard echtpaar dat we nog in hun goede jaren hebben meegemaakt. Ze woonden mooi en ruim. Hij, altijd in de weer voor kerk en samenleving. Zij, kunstzinnig en creatief, en heel betrokken op mensen. Allebei genietend van de goede dingen van het leven en daar ook heel dankbaar voor.
Heel langzaam veranderden hun omstandigheden. Ze moesten van groot naar klein, kleiner, kleinst. En nu wonen ze al een paar jaar in het verzorgingshuis. Ze hebben er het nodige voor hun kiezen gekregen. Soms kun je daar in gesprekken wel iets van voelen al wordt er niet geklaagd. Dan zegt mevrouw: ‘We missen wel veel dingen, maar we worden hier zo goed verzorgd. En we hebben elkaar nog!’ Maar ‘de deuren naar de straat’ van Prediker 12 zijn bij meneer bijna helemaal gesloten en dat is een groot kruis. Dove mensen voelen zich vaak buitengesloten. Een goed gesprek is niet meer te voeren. Mensen gaan je mijden, want het is zo lastig.
Ik moest aan ze denken toen we daar in de buurt met onze familie in de aanleunwoning stonden. Dit is zelfstandig wonen naast een zorginstelling en één stap verwijderd van afhankelijkheid. En dat is een hoofdstuk apart. Want er is veel verschil in kwaliteit bij zorginstellingen. Je kunt het goed treffen maar ook bar slecht. In de media worden meestal reportages getoond van schrijnende omstandigheden, hopeloos tekort schietende zorg. Dat kan aan de instelling liggen. Aan het personeel dat er werkt. Of aan de centjes. Ook is de beleving en omstandigheid van de éne mens de andere niet. Er valt best wat te mopperen.
Het leven wordt er gewoon niet leuker op met het ouder en ouder worden. Je vroegere glorie is vergaan. Daar mag je best eens over klagen want dat is heel erg. Verwacht niet dat je kinderen of je bezoekers dat echt begrijpen. Zij zijn nog niet zover. Fijn dat ze naar je wilden luisteren.
Vlak voor de witte kerstdagen van 2010 schreef onze oude vriendin: ‘Wat is het mooi buiten. Ik zou zo graag de natuur in gaan. Maar die tijd hebben wij gehad, nu maar achter de open gordijnen genieten. Want genieten doen wij. We denken wel aan de moeiten en gevaren, die zich verdubbelen voor velen. Alleen al die zusters, die middernacht hier komen en de velen, die naar huis moeten, de polder in, naar Nijkerk enz. Daar wachten man, kinderen meestal heel klein, op ze. Iedere avond moeten wij ze opdragen en vragen om bescherming en bewaring. Een behouden thuiskomst. Ze zijn er meestal heel rustig onder. Maar ’t is heel wat. Ik heb grote bewondering voor hen allen.’
Als mijn glorie vergaat… kan ik nog bidden en prijzen!
Ytje Veefkind is lid van de NGK in Amersfoort-Noord.