Verlangen naar een betere wereld in muziek
2011-03-04
Verlangen naar een betere wereld is van alle tijden. Misschien is het zelfs wel het meest tijdloze vraagstuk van de mensheid. Peter Sierksma belicht het thema in deel twee van een drieluik aan de hand van tal van songs. Van de idealistische hippies tot een realistisch U2.- Jaargang 55
- nummer 5
Op de recent uitgekomen cd Write about Love van de Schotse band 'Belle and Sebastian' staat een mooi liedje. Het heet The Ghost of the Rockschool en begint met een droom:
I’ve seen God in the Sun
I’ve seen God in the street
God before bed and the promise of sleep
God in my dreams
And the free ride of grace
But it all disappears and then I wake up
Al valt opstaan niet mee en de werkelijkheid nogal tegen, toch blijven de leden van 'Belle and Sebastian' hopen op een betere wereld waarin de mensen aardig voor elkaar zijn en er dingen gecombineerd kunnen worden die anderen niet begrijpen, zoals een gebedje voor iedere auto in de file, gevolgd door de uitroep ‘I want the world to stop!’
Buitenbeentjes zijn het en hun dromen bijzonder, maar wie goed kijkt, ziet dat hun grote verlangen universeel is en van alle tijden. Het sluit aan bij een oeroud hemels verlangen naar een hersteld paradijs, een wereld vol liefde en zonder oorlog, verlies en pijn.
Massaal begrepen
Niets nieuws onder de zon dus. Wel nieuw echter is de moderne, wereldwijde, collectieve herkenning ervan. Waar het in verhalen of tekeningen gegoten ‘grote verlangen’ bij de Indianen in Noord-Amerika en de Polynesiërs in de Stille Zuidzee bijvoorbeeld beperkt bleef tot hun regio of stamgebied, zie je dat wij nu, veel beschavingsvormen later, de hele wereld kunnen bereiken met onze satellieten en nieuwe media. En zo kon het dat miljoenen mensen zich in de jaren negentig herkenden in een nummer als Happy, Shiny People van REM:
Shiny, happy people,
laughing holding hands
There’s no time to cry
Everyone love them
Put it in your hands
Take it take it…
Put it in our heart
Where tomorrow shines
Gold and silver shine.
Stralend hand in hand met iedereen...! Moeilijke theologische of politieke redeneringen of traktaten zijn slechts weggelegd voor weinigen, maar dit soort directe woorden en beelden spreken aan. Het is trouwens ook één van de redenen waarom de popmuziek als voortzetting van het volksliedje en de hymne zoveel invloed heeft op de huidige cultuur. Plat of niet, het wordt meteen massaal begrepen, en dat terwijl het lijkt alsof het voor iedereen persoonlijk bedoeld is en daarmee raakt tot in het hart.
Hippies
Een betere wereld vol liefde en geluk, daar is onnoemelijk veel over gezongen. Maar ik beperk me hier tot een paar songs en stromingen die het echt over een betere samenleving hebben. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de rock-’n-roll leende zich er niet voor. Na de Tweede Wereldoorlog wilden jongeren vooral genieten van de nieuwe welvaart en gewoon lekker dansen op de wilde klanken van sterren als Bill Haley en Elvis Presley. De soul was maatschappijkritischer (denk maar aan Chain Gang van Sam Cooke uit 1960), maar hield het ook graag persoonlijk.
En zo moest de wereld op de hippies wachten voor wat meer idealisme. Maar toen ging het hek ook van de dam. Nooit is er in het westen zo volop en hemels gedroomd van een betere wereld als in de jaren zestig. Het middelpunt van alles was San Francisco. Daar moest je wezen, hartje zomer 1967, en iedereen was welkom, benadrukte Scott MacKenzie, met bloemen in het haar.
Het was de tijd van de vredesbeweging, die protesteerde tegen de oorlog in Vietnam. De tijd van de emancipatiebeweging, die streed voor de gelijke behandeling van zwart en blank (denk aan Martin Luther King en We shall overcome) en vrouw en man. Het was de tijd van Bob Dylan en Van Morrison, van Boudewijn de Groot en niet te vergeten Elly & Rikkert, die voor zij zich bekeerden helemaal opgingen in de flower power.
Karakteristiek voor de periode is het mythische Atlantis van Donovan uit 1969. De folkzanger schildert de hemel in zee van het in lang vervlogen tijden verdronken rijk van Atlantis. In een wereld die behalve door oorlog en strijd meer en meer beheerst werd door onpersoonlijke industriële processen, grepen de hippies terug naar een zuivere boerensamenleving waar alle symbolen van technische vooruitgang ontbraken. Veel langharigen (mijn grootvader noemde mijn broer en neef in die tijd Simson en Absalom) trokken zich in die tijd dan ook terug in leefgemeenschappen op het platteland.
Natuurlijk gold de droom niet voor altijd en iedereen. Met de opkomst van de glitterrock begin jaren zeventig volgde een modieuze reactie waarin juist een futuristisch ideaalbeeld werd aangehangen. Zo zijn bij de Amerikaanse zanger en gitarist Todd Rundgren de akoestische gitaren vervangen door gierende stratocasters en is het platteland veranderd in een stad van de toekomst – een eigentijdse voorstelling van Thomas Mores Utopia: ‘City in my head/Utopia/Heaven in my body…’
Rundgren spreekt van een stad, zoals Johannes dit in Openbaringen doet. Alleen gaat het bij Todd niet zozeer om de vrijheid van de samenleving, maar om de bevrijding van het eigen ego. En die projecteert hij op het witte doek van de hemel: ‘Heaven in my body, Utopia, into the sky it rises…'
Je kunt ook anders naar de luchten kijken. Meer zoals de Franse denker Blaise Pascal (1623-1662). Pascal zag de hemel niet als een eindeloos heelal of een Nirwana of Luilekkerland. Nee, voor Pascal was de hemel synoniem aan ‘het eeuwig heil’. Een toestand die hij onlosmakelijk verbond aan het hemelse koninkrijk op aarde, zoals Jesaja en Johannes dit beschrijven: een koninkrijk waarin ieder mens geheiligd is en waar geen onrecht meer bestaat. Een geweldig vooruitzicht, dat ons echter volgens Pascal niet ontslaat van onze opdracht ook in het hier en nu op aarde zinvol te leven.
John Lennon
Iemand die goed snapte wat Pascal bedoelde, was John Lennon (1940-1980). Verrassend, want als iemand vereenzelvigd wordt met de vredesbeweging van de jaren zestig is hij het wel, de ex-Beatle die met zijn vrouw Yoko Ono op bed in Amsterdam de vrede preekte en daarna zijn droom aan de hand van Imagine (1971) definitief gestalte gaf.
Maar Lennon was niet zo zweverig als hij er in die tijd uitzag. ‘Ach’, zingt hij achter zijn witte piano, ‘hou eens op met dat gezwijmel! De hemel is niks. Als je echt een betere wereld zoekt, steek dan je handen uit de mouwen en doe het hier en nu.’
Voor er misverstanden ontstaan: natuurlijk past Imagine helemaal in de op de vrijheid van het individu gerichte wereld van de tweede helft van de twintigste eeuw. En natuurlijk schokte Lennon de christenheid door met de hemel ook God meteen maar af te schaffen. In die zin gaat hij een stap verder dan zijn ouwe, voor het hindoeïsme gevoelige vriend George Harrison, die eerder dat jaar in zijn roep om vrede (Give me Love, Give me Peace on Earth) en hulp voor het in hongersnood verkerende Bangladesh (Bangla Desh) nog wel de Heer wist aan te roepen. En toch staat John met zijn 'hemel op aarde nú' dichter bij Pascal dan je op het eerste gezicht zou denken:
Imagine there’s no heaven
It’s easy if you try
No hell below us
Above us only sky
Imagine all the people
Living for today…
Met Pascal zag Lennon dat veel mensen geneigd zijn weg te vluchten in het verleden (Donovan) of de toekomst (Rundgren), in plaats van zich bezig te houden met het enige waar we enigszins echt vat op hebben: het heden…
Hetzelfde geldt voor New wave-zangeres Patti Smith. In Peacable Kingdom (2004)sluit zij zich aan bij Lennons sociaal-politieke credo. Maar anders dan hij grijpt Patti, mede onder invloed van haar Jehova-getuigende moeder, terug op Jesaja om die vrede in te vullen:
Maybe one day we’ll be strong enough
To build it back again
Build the Peacable Kingdom
…Why must we hide all these feelings inside?
Lions and lambs shall abide
Eens zullen wij samen sterk genoeg zijn om de wereld zo in te richten dat lam en leeuw (lam en wolf staat er in de Bijbel, en iets verder os en leeuw) samen in vrede zullen grazen. Wij moeten het dus hier doen. In het heden.
Moedeloos
Maar kunnen we dat ook echt? Ik bedoel: alleen, zonder hulp van boven? In het in 1985 speciaal voor het noodlijdende Afrika geschreven We are the World weten Michael Jackson en Lionel Ritchie op een even bijzondere als algemene manier hun oproep van een moreel-religieus appel te voorzien. Omdat we deel uitmaken van Gods grote familie, zingen ze, is het aan ons om voor een betere toekomst te zorgen:
We can’t go on pretending day by day
That someone somehow will make a change,
We are all a part of God’s big family and the truth you know
Love is all we need
We are the world
We are the children
We are the ones who make a brighter day.
Vrijwel alle grote popartiesten van dat moment deden mee en het klonk zo aandoenlijk dat er miljoenen plaatjes van werden verkocht. Maar ondanks dit succes werd de wereld er uiteindelijk niet beter van. Nieuwe rampen en oorlogen volgden, ja, zoveel dat U2 er rond de millenniumwisseling moedeloos van werd. Je hoort het allemaal terug in Peace on Earth (2000).
Bono, ik schreef het al in het kerstnummer van Opbouw, vraagt zich vertwijfeld af of het niet eens tijd wordt dat Jezus ingrijpt. Zijn irritatie legt een open zenuw van het christendom bloot. Dit is namelijk precies wat ‘de wereld’ de gelovigen vaak verwijt: jullie richten je hoop op het hiernamaals, maar maken er ondertussen hier een puinhoop van!
Nee, wachten is niet fijn. En zo blijven we nog steeds achter met die ene vraag of Gods hemels koninkrijk nou een doekje voor het bloeden is of niet.
Ik zelf heb daar als eenvoudige gelovige zelf geen direct antwoord op, maar de Poolse dichter Czeslaw Milosz heeft mij gelukkig eens een mooie hint gegeven. Wij kunnen, zo zegt hij impliciet, dat geweldige, door Jesaja, Christus en Johannes aangekondigde vrederijk zelf (inderdaad) niet dichterbij halen. Het is namelijk een plaats waar juist aardse machthebbers geen macht meer zullen hebben. Daar is de gebrokenheid opgeheven. En dat geeft weer aan, schrijft hij in een prachtig gedicht aan een hindoeïstische vriend (in onze context zou hij zomaar George Harrison geweest kunnen zijn) hoe essentieel de komst van een rechtvaardige rechter van bovenaf voor hem en heel de wereld is:
Wij hadden een God nodig die van ons hield in onze zwakheid,
Niet in de glorie van de volmaakte samensmelting.
Het helpt niet, Raja, mijn lot is verlies,
Strijd, schande en zelfzuchtige zelfhaat,
Bidden om het Koninkrijk,
Het lezen van Pascal.
In een tijd waarin de mens zichzelf en zijn religie soms schromelijk dreigt te overschatten is deze toon een verademing. Dankzij Milosz en Pascal wordt tenslotte ook begrijpelijk hoe Bob Dylan in City of Gold (Saved, 1980) dat nieuwe koninkrijk als een heuse gospel bezingt:
There is a City of Light
Raised up in the heavens and the streets are bright
Glory to God – not by deeds or by might
There is a City of Light
…
There is a City of Grace
You drink holy water in sanctified space
No one is afraid to show their face
In the City of Grace…
Peter Sierksma is historicus en journalist. Hij is lid van de NGK Utrecht.