Goede moed

1988-06-10
  • Jaargang 32
  • nummer 23
"Daarom zijn wij te allen tijde vol goede moed... " (2 Cor. 5: 6-9)
" ...en toen Paulus hen zag, ...en greep moed... " (Hand. 28: 11-16)

Vreemde tegenstelling
Er kunnen momenten zijn in het leven van getuigende christenen, dat de pretentie, waarmee zij het Evangelie aan de wereld aanbieden, hun a.h.w. boven het hoofd groeit en zij zich de moed in de schoenen voelen zinken.
Want waar zij spreken van de meest geweldige dingen van leven en dood schijnt de wereld met die boodschap vaak te spotten: De naam van Jezus wordt nauwelijks genoemd op politieke conferenties, inaugurele oraties of bij de opening van een tentoonstelling of huishoudbeurs of zoiets. Daar komt nog bij dat veel mensen ook christenen, leven onder gestadige angst voor de dood en dat is geen leven. En toch, wat is ons leven hier op aarde anders? Een groot deel van ons leven en van alle menselijke energie richt zich op het voorkomen of afweren van de dood en van alles wat tot de dood kan leiden. Zowel de medische wetenschap en -zorg als het apparaat van justitie en politie strijden tegen de dood en vóór het behoud van het leven. En we kunnen ons zelfs afvragen hoeveel mensen "godsdienstig" zijn uit angst voor de dood!
In zo'n wereld getuigen van Christus is niet bepaald altijd eenvoudig. Er kunnen momenten zijn, dat dan vragen in grote hoeveelheid en in volle omvang op een mens afkomen. Dan weet-ie het niet meer.

Paulus' gebrek aan moed
Ontroerend wordt ons in Hand. 28 verteld, hoe ook Paulus zich in zo'n toestand van "het-niet-meer-weten" bevond, op het moment n.l. dat hij voor de poorten van Rome stond.
Rome was toen de hoofdstad van de wereld, zetel van de regering van de keizer, die zijn legioenen over de hele wereld dirigeerde. Dat was' een belangrijk moment voor Paulus. Hij had er naar verlangd daar te komen.
Rome was de brug naar het westelijker gelegen Spanje, waar Paulus heen wilde om het Evangelie van de komst (= advent) van de verlosser te brengen.
Maar naar de stad, waar de woorden "Evangelie" en "Advent" gebruikt werden voor de intocht van de keizer werd Paulus als gevangene gebracht. Daar, waar de keizer "heer" genoemd werd, zou hij moeten gaan getuigen van de Heer Jezus Christus. Waar de legioenen hun parade houden na over de gehele wereld de Vrede van Rome (=Pax Romana) gebracht te hebben (=de wereld onder Rome's heerschappij gesteld te hebben) moet Paulus gaan spreken over Pax in terra (=Vrede op aarde). Paulus was in Athene geweest, het centrum van de wijsheid waar hij"op de heuvel Areopagus gesproken had over de opstanding van Jezus Christus (Hand. 17); nu komt hij in Rome, het centrum van de macht, de stad, die gebouwd is op zeven heuvels, en hoe zou daar dan moeten blijken, dat de heuvel Golgotha meer waard was dan die zeven prachtige heuvels in Rome, met al haar op die heuvels gebouwde schitterende paleizen?
Zo stond Paulus voor de poorten van' Rome en ineens zakte hem de moed in de schoenen, en wist hij niet meer hoe het moest gaan.

De broeders
Maar dan het andere. Uit Rome kwamen de broeders Paulus tegemoet en alles veranderde toen Paulus hen zag.
We zien hierin iets van de waarde van de broederschap, de gemeenschap der heiligen, die ieder christen nodig heeft. Een mens kan niet op z'n eentje christen zijn! Niet voor niets heeft ook Jezus zelf gesproken, direkt na Petrus' persoonlijke belijdenis. over de gemeente (Matth. 16 : 16-18!). De "broeders" heb je nodig! Zij leven mee en zij lijden mee!
De broeders in Rome hebben tijdens Paulus' verblijf in Puteoli al gehoord van zijn komst. Nu komen ze hem tegemoet.
Het eerste wat Paulus van Rome te zien krijgt, is dat er een gemeente des Heren is. Onder die broeders zullen voor Paulus bekenden en onbekenden geweest zijn: Uit Rom. 16 wordt duidelijk, dat Paulus mensen in Rome van nabij kende, b.v. de moeder van Rufus, die ook "voor mij, Paulus, een moeder geweest is". Het is niet onmogelijk, dat zij er bij geweest is en met Paulus veel gepraat heeft over vroeger en nu. Maar ook de onbekenden, wier namen Paulus daar bij Tres Tabernae voor het eerst hoorde bieden troost. Maar hoe het ook zij. door de aanwezigheid van "de broeders" leert Paulus weer zien, dat er overal mensen zijn, die apart staan en niet meedoen aan de algemeen-geldende ..godsdienst", mensen, die zich met hem en zijn boodschap en met Jezus Christus verbonden weten.
Vergeleken met de vele miljoenen inwoners zullen het er maar weinigen geweest zijn, maar toch overstemt het stille heilige lied der gemeente het geraas van de volken. Het gezamenlijke gebed van Paulus en "de broeders"
was een uiting van de wederzijdse ervaring van de gemeenschap der heiligen.

Moed grijpen
Paulus vatte moed, toen hij de broeders ontmoette. Moed vatten, moed krijgen, moed accepteren als een geschenk, zo staat het er letterlijk. "De broeders" zijn de moed, die Paulus wordt aangeboden. Dat geschenk van God accepteert hij: Nu kan hij de toekomst weer aan. Met elkaar zijn ze Rome binnengegaan met het heel eenvoudige Evangelie van de gekruisigde en opgestane Heer, niet met een sociaal wereldvernieuwingsplan of met allerlei intellectuele diepzinnigheden, maar met de boodschap van troost en vrede voor allen, die in Christus geloven: dat zij te allen tijde goede moed mogen hebben, ook al spreekt alles om hen heen van doodsheid en afval, ook al dreigt de dood heel dichtbij: Boven het sterven is het leven te verkiezen, ook dit aardse leven, dit "in het lichaam ons verblijf hebben". Maar dit heeft één grote schaduwkant: het is "ver van de Heer in den vreemde zijn". Het is "wandelen in geloof, niet in aanschouwen".
Maar wanneer het geloof over zal gaan in aanschouwen, zal een christen pas echt "thuis" zijn, in zijn eigenlijke vaderland, het hemelse Koninkrijk

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief