Internationale Conferentie van Gereformeerde Kerken (slot)

1989-11-10
  • Jaargang 33
  • nummer 23
In de voorgaande artikelen hebben we gezien dat er verschillen in leer en kerkregering zijn aan te wijzen onder de broeders die dit jaar in Vancouver bijeen waren.
Resumerend: de Westminster Confessie verschilt op het punt van kerkregering, verbond en kerk met wat ons geleerd is in de vrijmaking. Het moet voor de broeders met hun geschiedenis (1944, 1967) een merkwaardige ervaring zijn geweest te constateren, dat de presbyterianen een veel ruimere opvatting hebben over de kerk en de gemeenschap van Gods kinderen in de wereld dan zij.

Bleek uit de verslagen in hét Nederl. Dagblad al dat de afgevaardigden uit Schotland en Ierland er moeite mee hadden dat hun steeds de maat werd genomen over hun trouw aan de belijdenis en was men het 'besnuffelen' beu geworden, in een artikel uit het blad: The Monthly Record, van de Free Church van Scotland wordt dit nog duidelijker.
In het blad, door een goede vriend mij toegezonden, komt een artikel voor onder de titel: Ecumenism: lessons from Vancouver '89.
Zoals te verwachten was hadden niet alleen de vrijgemaakte afgevaardigden maar ook de Schotse broeders hun moeiten in Vancouver.
De mij niet bekende schrijver spreekt over teleurstelling bij de presbyteriaanse predikanten, die de conferentie bijwoonden, dat geen van hen was uitgenodigd 's Zondags voor te gaan in één van de vrijgemaakte kerken in Vancouver en omgeving.
Uit het artikel maak ik op dat de Schotse broeders verwonderd staan over de strakke binding aan de belijdenis bij de vrijgemaakte kerken. Zij hebben nooit moeite gehad met onze drie formulieren van enigheid en geloven dat er een fundamentele harmonie is tussen alle protestantse belijdenisgeschriften uit de tijd van de Reformatie.
Bij de opstelling van de Westminster Confessie in 1647 is dankbaar voortgebouwd op bestaande belijdenissen van gereformeerde kerken op het Continent van Europa en de Schotse broeders wisten niet van moeite of onenigheid op dit punt, want de Kerk van Engeland werd gerekend tot de familie van Gereformeerde Kerken.
De bezwaren tegen de Westminster Confessie vooral van de kant van de vrijgemaakte kerken in Afrika en Australië waren daarom een minder aangename verrassing.

Men gaat in de Free Church van Schotland anders met de belijdenis om en verbaast zich er over hoe ver de vrijgemaakte kerken gaan om de eigen zuiverheid veilig te stellen.
Als voorbeeld wordt genoemd dat wie zijn kind wil laten dopen zes belijdenisgeschriften moet aanvaarden: de drie formulieren, de 12 artikelen, Nicea en Athanasius.
Volgens de schrijver in genoemd artikel is het erg moeilijk dit in het patroon of voorbeeld van het Nieuwe Testament te passen, want de 3000 op Pinksteren, de kamerling en de gevangenbewaarder in Filippi waren niet onderwezen tot het niveau van de drie formulieren.
In de Presbyteriaanse kerken, zo lezen we, wordt alleen aan de ambtsdragers ondertekening van de belijdenis gevraagd. Het verwijt van onachtzaamheid op dit punt wordt verworpen, want, aldus de schrijver, het geloof in Christus is de enige kwalificatie voor toelating tot de kerk en het zou absurd zijn te stellen dat zulk een geloof alleen bestaat waar mensen gewetensvol de Westminster Standards kunnen onderschrijven.
Voorts blijkt dat de vrijgemaakten de schrijver niet hebben overtuigd met hun opvattingen over de ware en de valse kerk.
Meteen beroep op Calvijn en A. Kuyper wordt vastgehouden aan de onderscheiding zichtbaar - onzichtbaar, want het lidmaatschap van de zichtbare kerk is in zichzelf geen garantie voor het behoud in Christus.
Het ligt daarom voor de hand dat men de bezwaren tegen dubbele correspondentie (met kerken die in eigen land gescheiden optrekken) niet deelt. In het algemeen kan worden toegestemd dat ware kerken nietlos vàn elkaar mogen bestaan en eenheid moeten zoeken, maar er kunnen omstandigheden zijn, veroorzaakt door historische en culturele verschillen, verbonden met menselijke zwakheid, die dit onmogelijk maken.
Wanneer een gemeenschap een Presbyteriaanse, een Baptistische en een Anglikaanse kerk heeft, betekent dan het behoren tot één van die kerken dat de andere geen ware kerken zijn?
Moet de Baptist een Anglikaan worden of de Presbyteriaan bisschoppen accepteren, zo wordt gevraagd.
Positieve waardering vindt het referaat van Prof. Dr. J. Douma over de apartheid en men verstaat niets van het verzet tegen een gesprek over politieke zaken en wil op dit punt A. Kuyper met zijn souvereiniteit in eigen kring niet volgen.
Het door mij uitvoerig geciteerde artikel is geen officieel stuk van de Free Church van Schotland, maar geeft wel een indruk van de opstelling van deze kerken in de vragen rond de belijdenis en de binding daaraan en van hun leer over het kerkvergaderend werk van Christus.
Voorzichtig uitgedrukt wekt het enige verwondering de vrijgemaakte broeders in dit gezelschap aan te treffen.
Voor alle duidelijkheid wil ik stellen dat het citeren van de Westminster en het artikel in The Monthly Record geen instemming met dit alles insluit.
De erfenis uit de 'dertiger' jaren, het werk van voorgangers als K. Schilder, S. Greijdanus, S.G. de Graaf en A. Janse (om niet meer te noemen) willen we graag bewaren en zo mogelijk uitbouwen.
Bij de presbyterianen vallen invloeden te bespeuren van wat we in ons land de Nadere Reformatie noemen en onze chr. gereformeerde broeders zullen zich bij hen prima thuis voelen.
Waar het mij om gaat is te laten zien dat onze vrijgemaakte broeders in hun contacten met buitenlandse kerken zo ruimhartig zijn. We hopen dat die ruimhartigheid ook in ons land mag doorbreken.
Mogelijk komt er dan ook een eind aan het 'besnuffelen' van onze kerken en de 'voorlichting' die in binnen- en buitenland over ons wordt gegeven. Het is niet mijn bedoeling de zo moeilijke verhouding verder te polariseren.
Onze kerken staan veel dichter bij de vrijgemaakten dan de presbyterianen in Ierland en Schotland.
Daarom volsta ik met twee vragen.
Wanneer de Westminster Confessie als gereformeerd wordt aanvaard en kerkelijke gemeenschap met de Free Church of Scotland wordt aangegaan, hoe moeten we dan aan met "het werk des Heren in de vrijmaking".
In de twist die tot scheuring leidde was dit de eerste zaak in de Open Brief, aangewezen met de wat ongelukkige uitdrukking 'vrijmakingsgeloof'.
Merkwaardigerwijs is ook het tweede punt in de Open Brief aan de orde. Het gaat daarin om de verhouding tot kerken in binnen- en buitenland, die kennelijk Gods kinderen vergaderen, maar niet dezelfde belijdenisgeschriften hebben noch onze samenlevingsregels kennen.
Meerdere malen heb ik geschreven dat bij deze passage in de Open Brief gedacht werd aan de kerken in Korea met welke de vrijgemaakte kerken in correspondentie gingen treden, die ook op de internationale synode in Vancouver als leden aanwezig waren.
Van deze kerken was bekend dat zij de Westminster Confessie als belijdenis hadden en een open avondmaal.
Er is een enorme deining rondom deze vragen in de Open Brief ontstaan.
Het zou een problematiseren van de gereformeerde belijdenis zijn geweest. We laten dit nu voor wat het was en zien dat de vrijgemaakte kerken op hun internationale synode als ware kerken van Christus aanvaarden kerken met een andere belijdenis, die in hoofdzaak overeenstemt met de drie formulieren van enigheid, maar toch ook verschillen vertoont, zeker waar het de samenlevingsregels betreft.
Hiertegen hebben wij geen enkel bezwaar; integendeel wij zijn er blij mee. Maar zou het dan geen tijd worden om eens over de zware oordelen en vonnissen in de zestiger jaren geveld, na te denken. Het ging in die jaren niet om de leer van ds. O. of om onverantwoorde uitlatingen in ons blad en een nieuw, aangepast akkoord van kerkelijk samenleven bestond nog niet eens in gedachten.

Bij het stellen van deze vragen is het niet mijn bedoeling dat er een nieuwe strijd komt om het gelijk, want dat is niet belangrijk. Belangrijk is dat er een niet te verantwoorden scheuring is gekomen onder broeders en zusters van hetzelfde huis.
Wanneer in het buitenland kerken worden aanvaard, die meer, minder of op ondergeschikte punten anders belijden heeft dit gevolgtrekkingen in eigen land.
Vandaag zag ik op de televisie Oosten West-Duitsers dansen op de muur in Berlijn.
Wat zou het een feest zijn wanneer we iets dergelijks beleefden bij het verscheurde gereformeerde volksdeel in ons land.
Laat ons daarom zoeken naar begaanbare wegen, want de tijd is kort en er is al zoveel schade aangericht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief