Rapport over de plaats van jongeren in de gemeente (1)
1987-04-03
I. Al jaren lang wordt er gepraat over problemen die er onder de jongeren van onze kerk leven en problemen die we als kerk met jongeren hebben. En niet alleen in onze kerk, maar ook elders wordt hierover gepraat (discussie Trouw, mei '85). Het is voor iedereen duidelijk dat de afgelopen 20 jaar zodanige veranderingen in de maatschappij hebben plaatsgevonden dat het niet meer vanzelfsprekend is dat jongeren wat geloof betreft in de lijn van hun ouders (en hun kerk) staan. In 1985 rekende 63% van de jongeren zichzelf niet tot enig kerkgenootschap (Youth for Christ onderzoek naar houding van jongeren t.a.v. geloof en kerk). In het zich steeds ontwikkelende moderne levensgevoel is vaak geen plaats meer voor het traditionele geloof. Wat dit moderne levensgevoel is en hoe de maatschappij veranderd is, is niet zo makkelijk onder woorden te brengen. Een aantal punten, echter komt, steeds terug: - Jaargang 31
- nummer 13
- De maatschappij is steeds meer ingesteld op productie, nut en succes.
Om erbij te horen moet je vlot en succesvol zijn. Wat dit betreft worden we door onze omgeving heel sterk in .een gedragspatroon gedrukt. Onze omgeving, bepaalt hoe we zijn en wat we doen (m.n. school, sportclub, soos).
- De maatschappij wordt steeds complexer. De mogelijkheden om je leven in .te vullen zijn onbegrensd, en met meer gestuurd door je afkomst en overtuiging. Je moet maar zelf je weg in kiezen. (Denk aan beroepskeuze, wereld- en landspolitiek, medische ethiek.)
- Er heerst een groeiende catastrofementaliteit: atoomdreiging, terrorisme, kanker, zure regen, derde wereld, AIDS, werkeloosheid.
- De afbraak van de plaats van het gezin, en de nog steeds verbredende, sexuele moraal ondermijnen goede kontakten en relaties. Veel jongeren missen een plaats waar rust, zekerheid en geborgenheid wordt gevonden.
- De TV neemt een aparte plaats in, en is haast synoniem geworden met vrije, tijd (75% kijkt gemiddeld meer dan 1,5 uur per avond - YFC onderzoek). Is er niks op de normale zenders dan is er de video. Niet alleen is de tijd voor het onderhouden van contacten verminderd (gezin!), maar ook komt een verderfelijke levensmoraal (bedrog; overspel, succes ten koste van anderen) de huiskamer binnen. Dit geldt ook voor film, theater, en literatuur.
Wat zijn de waarden en normen van deze maatschappij geworden? In ieder geval ik-gericht: jezelf zijn, voor jezelf opkomen, je rechten hebben, je door niemand laten gezeggen. Je bent geslaagd als je voor jezelf een goede plaats hebt verworven, als je goed gekleed gaat en niet lelijk bent, en een goed betaalde baan hebt, zodat je een mooie auto, een video en ieder jaar een wintersportvakantie hebt.
Dit is slechts een greep (en natuurlijk alleen de negatieve kant) uit hoe de maatschappij eruit ziet voor een jongere, Ook voor een jongere die lid is van onze gemeente. Het is goed om ons af te vragen hoe de gemeente zich opstelt tegen deze veranderende buitenwereld.
Of de gemeente feeling heeft met de maatschappij, of ie niet steeds meer op ,een, eiland komt te staan. Staan we als gemeente echt in de wereld en weten we wat die wereld is, of is de buitenwereld 'buiten' en willen we er niet mee te maken hebben.
Een goede graadmeter is misschien hoe wervend onze gemeente is. Het evangelie heeft zeker aantrekkingskracht, maar geldt dat ook voor de manier waarop we dat voorleven en uitdragen? Een tweede graadmeter is hoe in de kerk opgroeiende jongeren een plaats vinden in de gemeente.
Als de kerk nu constateert dat er jongeren zijn die niet (meer) meedoen aan kerkelijke activiteiten en onverschillig of zelfs vijandig staan tegenover het kerkelijk gebeuren, dan , moet de gemeente, zeker ernstig bij , zichzelf te rade gaan. Jongeren missen in onze kerk contact, gemeenschap en het gevoel dat ze er nodig zijn. Hier komt een specifieke voor onze kerk geldende zaak bij: de grote verscheidenheid aan jongeren in de kerk. Utrecht is een stad die velen van buiten trekt, m.n. studenten. Een aantal van hen sluit zich aan bij de gemeente en heeft hiermee een duidelijke keus gemaakt.. Ze passen zich (schijnbaar) makkelijk aan en zijn relatief actief. Bij jongeren die in onze gemeente opgegroeid zijn kan dit het gevoel versterken minder erbij te horen.
Misschien is dit versterkt door het feit dat na de scheuring de jeugd uiteenviel en ook het kerkelijk jeugdwerk met moeite en anders georganiseerd op gang kwam.
Er is geen duidelijke eenduidige oorzaak aan te wijzen van het probleem dat we constateren (jongeren verlaten de kerk). Een aantal zaken die boven geschets zijn geeft wel een idee in wat voor context het geheel geplaatst moet worden, en ook in wat voor richting de gemeente moet denken en handelen om ook jongeren een goede plaats te geven.
II. Wat staat ons als gemeente op dit moment te doen? De antwoorden zijn voor een gedeelte wel bekend, maar toch goed nog eens op een rijtje te zetten.
a. We moeten onze jeugd steeds weer in gebed aan God opdragen. Dit gebeurt uiteraard door ouders, maar ook de gemeente moet hier verantwoordelijkheid voelen. Gebed in de dienst, op kerkelijke vergaderingen, bijbelkringen en in de gebedssamenkomst is onontbeerlijk. Het is goed als dit gebed concreet is: aan het begin van het schooljaar in het gebed daarbij stilstaan, voor examens of tentamens die ophanden zijn, voor werkzoekende jongeren, voor, een specifieke jeugdactiviteit zoals een kamp of weekend. Gebed voor de catechisaties en clubs. Voor deze zaken zou frequenter gebeden kunnen worden.