Theologische ontwikkelingssamenwerking (3, slot)

1987-04-10
  • Jaargang 31
  • nummer 14
5.Theologische ontwikkelingssamenwerking
Ik ben begonnen met aandacht te vragen voor de grote problemen van de jonge kerken. Vervolgens voor het geweldige kapitaal dat ons als westerse, reformatorische christenen is toevertrouwd.
Daarna kwam het seculiere ontwikkelingswerk aan de orde en het falen daarvan in veel gevallen. En als laatste punt tot dusver de inspirerende en stimulerende visie 'van het Koninkrijk Gods als uiteindelijk doel van de zending. Een visie, dat laatste, want de praktijk is vaak nog ver, ervan verwijderd. Het is een feit dat het leeuwendeel van het, zendingswerk gedaan is en wordt vanuit een traditie, waarin alle nadruk ligt op het topmoment van de individuele bekering, als een emotionele crisis in het slechtste, een werkelijke verandering van het hart (is wedergeboorte) in het beste geval. Zonder dat het duidelijk is wat dat nu voor consequenties heeft voor de dagelijkse praktijk.
Een 2-sporen christendom: zondags in de kerk de christelijke stijl met Bijbellezen, liederen, gebeden. En in het leven blijven de gewone niet-christelijke patronen onverminderd bestaan.
Polygamie en dronkenschap heel opvallend. Tovenarij en magie meer verborgen. Er wordt veel gepreekt in Afrika, veel geëvangeliseerd. Ik zou haast zeggen:meer dan me lief is! Met grote regelmaat verschijnen westerse evangelisten als Osborn of Morris Cerullo op het toneel en trekken stadions vol mensen. En de Afrikanen zelf kunnen er ook wat van. Er zijn vele, vele 'selfmade' evangelisten en de gemiddelde christen' praat gemakkelijk en graag over het geloof.
Men kent niet de schuchterheid (of is het gêne?) die ons vaak eigen is. Maar gevolg is wel dat het geloof te pas en te onpas erbij wordt gesleept en vaak wordt gebruikt om eigen verantwoordelijkheden niet te hoeven oppakken. En het geloof is dan ook vaak gereduceerd tot enkele simpele basiswaarheden die eindeloos worden herhaald, zonder dat hun praktische, betekenis duidelijk wordt. Maar vermag zo'n oppervlakkige boodschap uiteindelijk ook de beter opgeleiden te boeien? Roland Oliver (in The missionary factor in East-Africa) wijst op het schreeuwend gebrek aan goed opgeleide predikanten: 'De elite, die de politieke onafhankelijkheid verwierf en nu politieke macht uitoefent is een geheel seculiere elite, met wie de geestelijkheid nauwelijks effectief kan communiceren. Zo is het werk van de Kerk nog het meest zichtbaar in de dorpen, maar het leven van de steden en speciaal de hoofdsteden, gaat er grotendeels aan voorbij'. (Hij schreef dit in 1964 maar het gaat nog steeds vaak op).") Dit brengt me nu eindelijk op het voornaamste punt: immers, theologische ontwikkelingssamenwerking.
Het gaat erom dat de uitdaging op het niveau waar die ligt, op het vlak van het denken: Op het wereldbeschouwelijke vlak. 'Wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken', Rom. 12:2. Dat is niet denken in de enge logische zin, maar de bron waaruit het nieuwe 'leven in al zijn aspecten, moet opwellen. Dat is de gegrepenheid door iets dat groter is dan jezelf en dat geheel beslag op je legt. Ik denk dat hier de gereformeerde traditie van onschatbaar belang is. Waarom?

Ten eerste, omdat ze breed is tegenover de piëtisische versmalling van veel evangelicals. Vervolgens omdat ze van, huis uit aandacht heeft voor de hele Schrift, dus inklusief het Oude Testament. Speciaal dat laatste, dat moet je niet laten liggen in Afrika. Dat sluit vaak zomaar aan bij de belevingswereld van de Afrikaan. En tenslotte omdat ze als het goed is orthodoxie (is eerbied 'voor de Schrift) weet te combineren met openheid voor echte vragen, zowel in de theologie als in de samenleving. Dit in tegenstelling tot veel moderne theologie, die wel de openheid heeft (en waarvan dan ook veel te leren is), maar die daarvoor een te hoge prijs betaalt. Orthodoxie, ik bedoel daarmee meer een grondhouding, een aanpak, dan een bepaalde confessie. Want die kun je niet zomaar overpoten, die zal blijken tekort schieten in een gewijzigde situatie.
(Het is veelzeggend dat in onze belijdenisgeschriften het onderwerp zending niet ter sprake komt, evenmin als bijv. de gaven van de Geest tot opbouw van het lichaam, beide toch onderwerpen die vandaag ook onder belijdenisgetrouwe christenen, in het centrum van de belangstelling staan.)
Die aanpak, visie, wereldbeschouwing zo u wilt, daarover nu nog iets. Bavinck definieerde het christelijk, geloof als volgt: God de Vader heeft deze geschapen maar gevallen wereld met Zich verzoend door de dood van Zijn Zoon en vernieuwt deze tot een Koninkrijk Gods door Zijn Geest. Dr Albert Wolters wijst erop (in Creation Regained), dat het onderscheidende van'de gereformeerde visie op 3 elementen die hier genoemd worden (Schepping, Zondeval, Verlossing), is dat die elk worden genomen in een integrale, alomvattende zin. Veel moeilijkheden tussen christenen komen hieruit voort, dat de strekking van één of meer van deze noties op arbitraire wijze wordt ingeperkt. *,*)

Het is werkelijk bevrijdend voor Afrika, dat we over de werkelijkheid sprekend, die eerst geheel recht doen als goed geschapen. Dus zonder dualisme stofgeest. Dus inclusief seksualiteit en inclusief de sociale structuren zoals huwelijk of stamverband of staat. En dan: dat de val zich uitstrekt zo wijd als de schepping zelf. Dat zonde meer is dan vergrijp tegen de gemeenschap (de traditioneel Afrikaanse visie, die maakt, dat wat niet ontdekt wordt door de gemeenschap ook niet als zonde gevoeld wordt), maar allereerst iets is van het hart. En dat verlossing ook iets te maken heeft met dit leven. Dat de oude schepping niet wordt afgedankt, maar dat onze werken betekenis hebben, werken die 'we hier en nu doen.' Het komt erop aan dat het leven als een roeping van Godswege verstaan gaat worden. Cultuurmandaat, ja, in plaats van die verlammende afhankelijkheid die ik eerder noemde. Als deze visie echt wortel schoot, dan was Afrika gered! Toerusting met het evangelie: dat betekent dat de mensen daar de radicaliteit en alomvattende zin van deze noties gaan zien in hun betekenis voor hun eigen cultuur. Wat is daarin scheppingsmatig en goed? En wat is daarin het gevolg van de val? En wat zou de verlossing in dit geval kunnen/moeten inhouden? Een voorbeeld: in het verleden hebben zendelingen vak louter negatief gereageerd op het geven van een bruidschat. De vrouw zou zo gedegradeerd worden tot koopwaar. In een aantal gevallen was dat ook zo. Maar er zat toch ook een erkenning in van het huwelijk als scheppingsgegeven: de vaste band tussen een man en zijn vrouw, waar niemand tussen mag komen. Voor ieder 'zichtbaar, omdat er zoveel koeien van eigenaar waren gewisseld. Was het juist dit zonder meer afte schaffen, zodat nu het aantal echtscheidingen soms onder christenen groter is dan onder hen die een traditioneel huwelijk hebben gesloten?

Op basis van het recht doen aan Gods schepping, kunnen we ook komen tot een oprechtere erkenning van de eigen waarde en identiteit van de Afrikaanse culturen. Er schuilt veel terecht verwijt in de woorden van de Keniase theoloog John Mbiti: 'Evangelisatie is uitgevoerd onder valse culturele superiorireit en de Kerk in Afrika heeft zich ontwikkeld in de kontekst van valse culturele inferioriteit. De cultuur van de zendelingen vertelde Afrika feitelijk: tenzij je cultureel besneden wordt, kun je het Koninkrijk Gods niet beërven ...we moesten onze culturen verachten zoals de zendelingen dat deden en ervan weg vluchten, want de zendelingen hadden ze voor gevaarlijk en demonisch verklaard'.
Dit is een eenzijdig 'beeld natuurlijk. (Gekwetstheid leidt meestal tot een eenzijdige reactie.) Goede zending heeft zich altijd ten doel' gesteld het evangelie te verinheemsen. De Bijbel zelf gaat ons daarin al voor. Het evangelie van Johannes is een voorbeeld. Begrippen uit een' hellenistische cultuur, zoals 'woord', 'licht', en dergelijke worden in het evangelie in een heel ander kader geplaatst. Het merkwaardige is dat waar zulks niet gebeurt, waar niet gebruik. gemaakt wordt van begrippen of instellingen van de cultuur, maar het evangelie 'puur' gebracht wordt, de weerloosheid het grootst blijkt tegen de cultuur rondom. (EQ hoe puur is dat puur dan eigenlijk: Amerikaans puur, Engels puur, Nederlands puur?)

Het zij natuurlijk verre onkritisch terug te grijpen op het verleden en de traditionele Afrikaanse cultuur te idealiseren. Want die is per definitie gericht op het in stand houden van de bestaande orde, terwijl het evangelie gericht is op de toekomst, op verandering. Dat wordt ook uitgedrukt door het begrip 'contextualisatie', dat de betekenis van het evangelie voor de actuele, concrete situatie op het oog heeft. Dit woord heeft het vroegere meer statische begrip van 'indigenisatie' of verinheemsing geleidelijk aan vervangen in modem zendingsdenken.
Terug naar het verleden, dat kan niet meer, al was het alleen maar omdat die gesloten samenleving van het verleden niet meer bestaat. Het Westen en het Westerse denken is met al de verandering die ermee gepaard gaan, binnengebroken en dit is onomkeerbaar.

Maar vooral: het evangelie is binnengebroken en het zuurdesem van het Koninkrijk is aan het werk. De vraag wordt vaak gesteld: Was God al aanwezig, vóórdat de zending er kwam, en: Kenden onze voorouders Hem ook? Als zendelingen moeten we de bescheidenheid hebben om te erkennen: wij hebben Hem daar niet gebracht, Hij is ons Zelf vooruit gegaan. Hij was daar al en Hij was met de mensen bezig. Maar we moeten ook de vrijmoedigheid hebben te· blijven volhouden: die algemene, en toch heel persoonlijk gerichte openbaring, die kan' niet juist verstaan worden zonder het licht van het evangelie. Er was 'kennis' Gods ('hoewel zij Hem kenden', Rom. 1:21), maar het was misvormde kennis, en dus toch uiteindelijk geen kennis.
Maar we moeten.dat ook niet als waardeloos terzijde schuiven. Wat maakt dat de ene kultuur zoveel ontvankelijker is voor het evangelie dan de andere? Zou daar ook iets voorbereid zijn door God Zelf?

We mogen niet alleen naar het verleden kijken, maar ook naar de toekomst, om de eigen waarde van de verschillende culturen in het oog te vatten. Want wordt in het Nieuwe Jeruzalem de heerlijkheid van de volken niet binnengedragen? Openbaring 21 was mijn favoriete preektekst in Afrika, omdat het zo duidelijk zegt: jullie mogen er zijn! Je hebt een eigen, unieke bijdrage te leveren, die niemand anders leveren kan!

Ik zou nog iets zeggen over de terugkoppeling naar hier, heel kort. (zending in zes continenten). Tenslotte gaat het over theologische ontwikkelingssamenwerking. In het contact met een andere cultuur leer je ook je eigen cultuur beter kennen. Nadenkend over de vragen van contextualisatie komje voor de vraag: in hoeverre zijn wij zèlf gecontextualiseerd?
Het evangelie is hier wel verinheemst, aangepast bij de waarden en noties van de cultuur (en heeft natuurlijk die waarden en noties ook niet weinig helpen vormen). Maar is die heilzame gerichtheid op de toekomst, op verandering, eruit weg misschien? Vinden wij het wel goed zoals de dingen gaan? Hebben we al een antwoord bijv. op de honderdduizenden moslims in ons midden? Of op de leegloop van de kerken? Op de vervreemding van de belevingswereld van de jongeren, ook van onze eigen jongeren?, etc. etc.

Het is niet zo dat zij ginds arm zijn en wij rijk! We zouden heel wat kunnen leren van zo'n heel andere, intense spiritualiteit, zoals van de kerken in Oeganda, die regelmatig 'all night prayers' houden voor de nood van hun land. Nog één tekst om daarmee te besluiten, 11 Kor. 8:14. Paulus spreekt daar, in het kader van zijn collecte voor de arme kerk van Jeruzalem, over het tweerichtingen verkeer van christelijk geven: 'Uit het oogpunt van billijkheid kome uw overvloed voor het ogenblik (het kan naplelijk ook wel eens veranderen) hun gebrek ten goede, opdat hun overvloed (die ze wel degelijk bezitten, maar waar je nu misschien nog aan voorbij ziet) wederkerig uw gebrek ten goede zou komen en er zodoende gelijkheid zij.'

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief