Gisteren, in Kananggar
1988-06-17
Kananggar is een gemeente in Oost-Soemba, waarover de engelen in de hemel zich verheugen; een gemeente van kinderen Gods in belijdenis en levensopenbaring.- Jaargang 32
- nummer 24
Een gemeente, die in 1937 geleid wordt door een college van oudsten, waarvan elk der leden stuk voor stuk een sieraad zou zijn voor elke Hollandse kerkeraad: mannen, vol des gelooft en des Heiligen Geestes, bezield met heilige zjver voor hun Heere en Zaligmaker; begaafd met wijsheid en kloek verstand, mannen van wie in de volle zin des woords gold: bekwaam om te leren.
(Uit een relaas over Soemba door ds S. J. P. Goossens, d.d. 1937)
Tussen 1937 en nu liggen meer dan 50 jaren. Gisteren was ik in Kananggar en moest denken aan dat merkwaardige getuigenis uit een verleden dat het onze niet meer is. Neergeschreven door een gedenkwaardig man die niet meer onder ons is. Een lofprijzing aan het adres van onze Heere, die onveranderd is en ook graag sprak in Woorden van deze strekking, hoe oordeelde Hij over gemeenten van Philadelphia, Efeze e.a.!
In een halve eeuw is veel gebeurd en voor wie de geschiedenis kent is het duidelijk dat er onzerzijds geen enkele reden tot roem is. Had het uitsluitend aan ons gelegen dan waren de verhoudingen zo verstoord geweest dat wij met de gemeenten op Soemba geen contacten meer hadden. Maar Gode zij dank, ook de gemeente van Kananggar bestaat nog. Ik heb het zelf gezien, gehoord; gevoeld en geproefd, gisteren.
Het was na een indrukwekkende reis door een prachtig landschap dat ons gezelschap de gemeente ontmoette en toegezongen werd met de woorden van Psalm 133: Ai zie, hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen van 't zelfde huis als broeders samenwonen. En welkom geheten werd door guru Johannes, oud 30 jaar en helaas nog vrijgezel. En nog eens werd toegezongen, nu door een Soembanees koor in zulke onnavolgbare keelklanken dat m'n aderen koud werden. En kennis maakte met de broeders ambtsdragers, met oud en met jong, met mannen en vrouwen. De kennismaking alleen al duurde drie en een halfuur, waarop een maaltijd volgde die ik niet licht vergeten zal, waarop een bezoek aan de gemeente volgde dat 's nachts om 3 uur voor een korte slaap werd onderbroken om de volgende morgen in alle vroegte weer te worden voortgezet, om pas in de loop van de dag te worden beëindigd ....
Bij vertrek uit Nederland was door de Commissie voor Contact en Samenspreking met andere kerken verzocht de hartelijke groeten namens de Nederlandse zusterkerken over te brengen.
En zo heb ik in de nacht van 14 op 15 januari door de open luiken van het kerkgebouw van de gemeente, wijzende op de sterrenhemel, helder die nacht, op het zuidelijk halfrond, de broeders en zusters ook maar namens u allen gezegd, en u zult dat zeker wel goed vinden: Was het de Heere niet die ons had bijgestaan, reeds lang zouden we zijn vergaan en elkaar niet gekend hebben.
Die groeten mocht ik weer terug doen en neemt u maar van mij aan dat ook dat welgemeende groeten zijn, van broeders en zusters die hoog tegen onze kerken opzien, die blij zijn met de goede contacten, voor de goede daden en voor het hulpbetoon uit Nederland in de vorm van onderwijs en andere geestelijke en materiële ondersteuning die in velerlei vorm wordt gegeven op soms ontroerende wijze en ook op eenzelfde ontroerende wijze wordt aangepakt en gebruikt, ook dat heb ik gezien in Kananggar, gisteren nog.
Het is niet altijd eenvoudig anderen te helpen, met de hulp aan de zusterkerken op Soemba ligt dat al niet anders.
Die verlegenheid komt zelfs tot uiting in de uitspraken van de Landelijke Vergadering m.b.t. Soemba van 22 februari 1986. Nu moet ik vooraf wel uitdrukkelijk zeggen dat ik toen en ook nu nog erg blij was met deze uitspraken, die er on-omwonden van uitgaan dat de Vrijgemaakte Kerken van Soemba zelfstandige Kerken zijn, die zijn aan te merken als buitenlandse zusterkerken, op grond van eenheid in belijdenis en kerkregering, ondermeer blijkend uit de Geloofsbelijdenis van de Soembanese Kerken. En ik ben ook blij met de uitspraak dat de Nederlands, Gereformeerde Kerken op grond van deze zusterkerk-relatie o.a. een bijzondere verantwoordelijkheid hebben om zoveel als in hun vermogen ligt, de materiële nood van de kerken op Soemba te lenigen. Waarom de Landelijke Vergadering de Soembanese Kerken verzoekt zich l x per jaar tot alle Nederlands Gereformeerde Kerken te wenden met het verzoek tevens een verantwoording van de financiële steun, die in het afgelopen jaar is gegeven, respectievelijk van de doeleinden, waaraan het geld besteed is: ferme uitspraken, dat is wel eens anders geweest. Het is alleen wel zo dat in hoofdzaak gedacht wordt aan materiële steun en wordt aangedrongen op verzoeken daartoe en minder aan de mogelijkheid om geestelijke steun te verlenen, in wezen de kracht van de kerk.
De verlegenheid bij onze wijze van hulpverlening heeft weliswaar niet in het nadeel gewerkt van de band met de kerken op Soemba, toch kan er niet aan voorbij worden gegaan dat we voor wat betreft de toekomst meer gericht zullen moeten werken. De kerken op Soemba zijn nu in grote mate zelfstandig en in sommige opzichten kunnen wij in Nederlandjaloers zijn op bijv. de heilzame werking van de kerkelijke tucht of de gretigheid waarmee ambtsdragers de opleiding volgen. Maar praktisch zijn er minder mogelijkheden dan een aantal jaren geleden, al was het alleen maar de onmogelijkheid om voor de opleiding continue iemand vanuit onze kerken op Soemba te stationeren, er wordt eenvoudig geen visum daarvoor verstrekt.
Dit wordt dan wel weer goedgemaakt door de mogelijkheid nu in Nederland werkzaamheden te verrichten zoals het voorbereiden van een berijming, vertaalwerk e.d. Toch is er uiteindelijk maar één man, ds P. P. Goossens, die zich voor dit werk beschikbaar heeft gesteld.
En gezien de geweldig goede din gen die reeds zijn bereikt, maar ook gelet op het vele werk dat nog op te vatten is zou het toch fijn zijn wanneer uit onze kerken een student of jonge predikant de gedachte eens zou overwegen de Indonesische taal te leren en een bijdrage te leveren aan de in de toekomst toch noodzakelijke vervanging van de huidige docent aan de Theologische School van de kerken op Soemba, ook aan de noodzakelijke vertaling van de Bijbel in het Indonesisch, een vertaling die op dit ogenblik veel te wensen overlaat. Dat is mede de vraag van de Soembanese Kerken, die ik, en dat moet de kerken op Soemba worden toegegeven, meer heb gehoord dan de vraag om materiële steun, hout of bouwmateriaal e.d., dingen die in feite van ondergeschikt belang zijn en door de vereniging S.O.S.
als hulp-dienst wordt verleend naast de hoofd-dienst, en dat is het beschikbaar stellen van een docent voor de opleiding.
De dertien zuster-gemeenten van Oost-Soemba tellen in totaal ca. 1650 leden.
Met de hoorders erbij (hoorders zijn heidenen die door de prediking van het evangelie tot Christus komen) zien ongeveer 2000 mensen uit naar Nederland, waar zij al zoveel opbouwende dingen van hebben ontvangen. Drie predikanten en 11 evangelisten bearbeiden deze gemeenten. In de gemeente van Kananggar was ik te gast, 'k herinner het me goed, 't was gisteren.