Dr G. Meijer over het neo-liberalisme

1988-06-17
  • Jaargang 32
  • nummer 24
Op 26 meij.1. promoveerde aan de Rijksuniversiteit te Groningen de heer G. Meijer, lid van de Ned. Geref. Kerk te Loosdrecht, tot doctor in de economische wetenschappen.
Promotor was prof. F. Hartog. De promotiecommissie bestond uit de heren prof. A. Neutjes, prof. J. Pen en prof. H. J. Wagener.

Het boek, dat dr Meijer geschreven heeft en dat gedrukt is bij Van Gorcum, Assen/Maastricht en 357 blz. telt, geeft uitgebreid en gedetailleerd weer wat neo-liberalen vanaf het ontstaan van het neo-liberalisme denken over economische orde en economische theorie. Het neo-liberalisme als stroming in het denken hierover en over economische politiek is in de jaren twintig en dertig van onze eeuw ontstaan. ' Neo-liberalen wijzen de centrale leiding van en het direkte ingrijpen in het economisch proces af. Zij wijzen echter ook het laissez-faire-liberalisrne af, dat van het standpunt uitgaat, dat er een natuurlijke harmonie in het economisch leven bestaat, hetgeen betekent, dat het economisch proces geheel aan zichzelf kan en moet worden overgelaten.
Het neo-liberalisme zegt daarvan, dat dan machts(monopolie)vorming in het economisch leven optreedt, die het prijs- en marktmechanisme uitschakelt, waardoor gegeven de mogelijkheden niet de optimale .situatie van goederen en diensten voorziening ontstaat.
Neo-liberalen willen machtsünonopolie )vorming in het economisch leven bestrijden o.m. door een uitgebreide mededingingspolitiek. Wel ingrijpen in het economisch proces door de Overheid en/of andere instanties dus, maar dan zoveel mogelijk marktconform, d.w.z. zoveel mogelijk het prijs-en marktmechanisme in takt laten, de werking daarvan niet belemmeren, maar deze juist bevorderen, stimuleren.
Het prijs- en marktmechanisme is, aldus Meijer op blz. 60 van zijn boek, te beschouwen als een proces van kennisoverdracht, waardoor veranderingen in het economisch leven worden geregistreerd en doorgegeven.
Neo-liberalen zijn ook van mening, dat via de prijsvorming de deelnemers aan het economisch proces tot economische calculatie kunnen komen en dat dit probleem in de centraal geleide economie onoplosbaar is. In de centraal geleide economie ontbreken prijzen, die gevormd zijn in het ruilverkeer, waardoor economische calculatie onmogelijk is.
Neo-liberalen hebben zowel economische-als politieke bezwaren tegen de centraal geleide economie, het direkte ingrijpen in het economisch proces en het laissez-faire-liberalisrne.
De politieke bezwaren houden in, dat zij de centraal geleide economie onverenigbaar achten met de democratie, de rechtsstaat, de grondrechten van het individu, de sociale zekerheid, de sociale gerechtigheid en de federatieve, staatsvorm. De vrije ruilverkeerseconomie, die neo-liberalen voorstaan, achten zij daarmee wel verenigbaar.
De term sociale markteconomie poogt aan te geven niet alleen, dat de markteconomie socialer is dan de centraal geleide economie, maar ook, dat de economische politiek bewust gericht dient te zijn om de mogelijkheden, die de markteconomie biedt voor de sociale politiek, uit te buiten, aldus Meijer op blz. 19 van zijn boek.
De sociale markteconomie kan volgens Meijer als een in praktijk gebrachte variant van het neo-liberalisme beschouwd worden.
Neo-liberalen wijzen het laissez-faireliberalisme dus af, omdat dit liberalisme machts(monopolie)vorming in het economisch leven toestaat (deze machts( monopolie )vorming verdwijnt weer vanzelf, aldus dit liberalisme), maar neo-liberalen zijn van mening, dat machts(monopolie)vorming o.m. 'door middel van mededingingspolitiek en wetgeving voorkomen dan wel bestreden moet worden. Deze verdwijnt volgens hen niet vanzelf als gevolg van natuurlijke krachten, de natuurlijke harmonie.

Een groot deel van het boek van Meijer is dan ook gewijd aan mededingingspolitiek.
Hoe kan de gewenste economische orde, de sociale markteconomie bereikt worden? Door zoveel mogelijk o.m. de wetgeving te richten op het bereiken van de situatie (de marktvorm) van volledige mededinging.
Afschaffing van zoveel mogelijk belemmeringen dus, die deze situatie afwezig houden, die een vrij ruilverkeer belemmeren dus.
Ook monetaire aangelegenheden komen in Meijer's boek aan de orde: o.m. de monetaire overinvesteringstheorie, de werking van bank- en geldwezen, vrije versus vaste wisselkoersen, sociale versus particuliere kosten, om slechts enkele te noemen. Dit alles wordt meegenomen en is bedoeld om richtlijnen aan te geven wat in het economisch leven gedaan moet worden om de gewenste economische orde te bereiken, de ordening van het economisch leven, die aangeduid wordt met de term (sociale) markteconomie.
Want deze economische orde ontstaat niet vanzelf en blijft ook niet vanzelf in stand. Ook dit komt in het boek van Meijer duidelijk naar voren.
Dr Meijer heeft zich naar mijn mening grondig in zijn dissertatie-onderwerp verdiept. Hij heeft er zeer veel over gelezen, getuige ook de uitgebreide literatuurlijst, die hij overlegt. Vrijwel alle van belang zijnde neo-liberale auteurs bespreekt hij in zijn boek. Hij heeft zich niet gemakkelijk van het onderwerp afgemaakt.
Hij heeft blijk gegeven het onderwerp uitstekend te beheersen.
Zijn boek is een goed geschrift voor hen, die zich willen verdiepen in de problematiek van de economische orde.
Dr Meijer heeft met zijn dissertatie zich naar mijn mening een erkende plaats in de wetenschappelijke wereld verworven.

Zijn boek vereist grondiger en kritischer bespreking dan ik met dit inleidend artikel gedaan heb.
We kunnen er in elk geval argumenten aan ontlenen om de mensen te vertellen hoe de (sociale) markteconomie er wat de onderscheidene gebieden betreft uit moet zien en langs welke weg(en) deze enigszins te bereiken is dan wel te benaderen is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief