Pastorale Notities
1988-06-24
"Die wondere tijd"- Jaargang 32
- nummer 25
Twee weken geleden roerde ik even het feit aan dat dit jaar een naar verhouding groot aantal predikanten met emeritaat gaat. Dat betekent dat straks bijna de gehele generatie predikanten die de jaren dertig in de gereformeerde kerken bewust hebben meegemaakt, van onze preekstoelen verdwenen is.
Prof Begeman noemde die jaren ooit "die wondere tijd" en ook prof Veenhof gebruikte die uitdrukking graag.
Niet omdat het geestelijk klimaat in die jaren in doorsnee zo goed was, maar om wat er, meer op de achtergrond en vaak in stilte en tegelijk fel bestreden, groeide aan goeds. In het wondere van die jaren hebben onze kerken hun wortels. Of een gemeente zich dat nu bewust is of niet...
Dragen wij alleen het goede van die jaren met ons mee of ook restanten van het kwade? Of tenminste de herinnering aan het kwade.
Enige tijd geleden probeerde ik aan één van mijn zoons duidelijk te maken hoe het geestelijk klimaat was in de kerken waarin ik opgroeide. Ik ken uit ervaring het kwade en het goede van die tijd. Gedurende dat gesprek kwamen er woorden bij mij boven waarvan ik niet wist dat ze zó volledig en onbeschadigd in mijn geheugen voorradig waren dat ik ze zonder enige hapering kon uitspreken.
Hier zijn deze woorden.
Leest u ze met aandacht en proef het ongeestelzjk gehalte ervan.
"Het is alsof de dagen van hoog nationaal besef, eens doorleefd rondom Asafs troon, weer zijn teruggekeerd in het Juda van het westen. "
Dat zijn woorden uit het eind van de jaren dertig. Ik weet niet ter gelegenheid waarvan ze zijn uitgesproken of geschreven en evenmin wie ze heeft bedacht. Ik vermoed dat ze op één van onze gereformeerde verkiezingsoverwinningen slaan. Maar ze moeten zich toen, het klinkt bijna ongeloofwaardig, terwijl ik een jongen van een jaar of zeventien was in mijn geheugen hebben vastgezet. Daar hebben ze ongeveer een halve eeuw gelegen als een boek in je kast dat je totaal vergeten bent.
Ik moet ze toen mooi gevonden hebben. Wat hebben ze daar op de bodem van mijn geheugen al die tijd gedaan? Mijn zoon reageerde: "Jullie hadden toen tenminste wat". Het was net of hij een stukje heimwee in mijn hart raakte.
Ik proef nu. hoe brallend die woorden waren, maar dat ze zo gaaf in mijn geheugen bewaard bleven zou dat er op duiden dat ik ze geestelijk nooit helemaal heb willen opruimen?
In elk geval blijven we tot onze laatste snik vatbaar voor alles waarin een mens kan roemen boven Christus en het kan geen kwaad als er nog een paar mensen onder ons zijn die dal uit ervaring weten.
Het zou wel leuk zijn als er een lezer was die mij kan vertellen hoe ik aan die woorden ben gekomen.
Dan hoor ik dal graag.