Het Liedboek

1988-06-24
  • Jaargang 32
  • nummer 25
Lied 462
De tekst van dit Lied is - zoals in de tijd waarin het geschreven werd gebruikelijk was - iets te uitgebreid, herhalend, wijdlopig. Daardoor gaat de spanning er enigszins uit, al kan dit wel worden opgevangen door het niet in-zijngeheel te zingen. De inhoud is ontleend aan Rom. 13: 11, 12 en voor een deel aan Ef. 5: 8, 14-16.
Wat de melodie aangaat: "het lied is een geliefd gezang geworden niet uitsluitend op grond van de tekst, maar juist vanwege het gelukkige "huwelijk" van de tekst en melodie". (Comp. p. 1060). In de eenvoudige, mooie melodie klinkt duidelijk iets door van een réveil.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 463
De inhoud van dit Lied doet op enkele gedeelten wat romantisch aan, zoals b.v. in de strofe 3 en 5 en in de tekst door het typerende woordje ,,o" in strofe I, 3 en 5. Op 't eerste gezicht lijkt strofe 1 niet aan te sluiten op strofe 2, maar de verbinding is wel aanwezig bij de overweging dat de Vader spreekt door Jezus. De voorkeur verdienen de strofen 1, 2 en 4.
Met betrekking tot de melodie kan worden opgemerkt "dat deze zangwijs (mits in rustig tempo en zeer licht gezongen!) wel degelijk de stille aandacht weergeeft waarvan de tekst spreekt. Als men ter zake attent is, verliest de melodie haar schijnbaar ordinair karakter".
(Comp. p. 1062).
Tekst: 2; melodie: 3.

206 Lied 464
De dichter van dit Lied (J. P. Heye) is voor velen geen onbekende, gedachtig aan de kinderliederen van zijn hand (b.v. "Zie de maan schijnt door de bomen" en "In een blauw-geruite kiel"). "Hij interesseerde zich voor wat men in zijn tijd "het koraal" noemde.
Hijzelf dacht daarbij aan het "stichtelijk lied boven geloofsverdeeldheid" en beschouwde dit als het hoogste kunstwerk voor de brede laag van het volk.
Voor hem was dus het koraal een algemeen godsdienstig lied, waarin het specifiek christelijke niet behoefde en eigenlijk ook niet moest doorklinken.
Bij dit gezang zijn dan ook nauwelijks duidelijke aanwijzingen te maken naar bijbelse woorden of teksten". (Comp. p. 1063, 1064).
De tekst mag beeldend genoemd worden voor die tijd maar is voor onze tijd niet meer passend: b.v. strofe 1: "In het beurtgezang der sferen, in des afgronds bange kreet ruist de lof, de lof des Heren" en strofe 2: "tot Hem stijg' der aarde lied '...Smelt dan samen, Hem ter ere, diept' en hoogheid, lust en leed ...".
De melodie is dezelfde als van lied 435.
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 465
Al is dit Lied geen groots gedicht, hier en daar wat "rijmelig" van aard, in de loop der tijden "is het een bijzonder en geliefd gezang geworden". En ondanks de verouderde taal en stijl ("gevloden"
en ,,o, o"-uitdrukkingen), waarbij er trouwens in de huidige versie wel een en ander is gewijzigd vergeleken met de oorspronkelijke, spreekt het nog even krachtig en helder als weleer. "Het ware gelovig vertrouwen, de voluit evangelische inspiratie is onmiskenbaar en vooral ook herkenbaar. De aandacht wordt gericht op Gods ontferming, op hetgeen God gedaan heeft en voortgaat te doen voor zijn mensenkinderen.
Daarbij kan worden gewezen op Matth. 7: 7-11 en in verder verband ook b.v. Psalm 139 en voorts voor strofe 2 op Matth. 11 : 28-30: strofe 3: Jes. 65 : 1; strofe 4: I Joh. 4: 9-11 en Matth. 6: 19-21 en voor strofe 5: Ps. 73 : 23-28". (Comp. p. 1069).
De goed zingbare melodie is algemeen bekend. Opletten dat het geen deun wordt!
Tekst: 3; melodie: 3

Lied 466
Ook van dit Lied moet worden gezegd dat het tamelijk verouderd is: "Wie is er dan mij tegen" (strofe 1); "En wat er dreig', of wie er woed" (strofe 2).
Daarbij komt in strofe 1 viermaal het woordje "dan" voor. In strofe 3 luidt het: "Ik heb mijn God, dat is genoeg, ik wens mij niets daarneven", hetgeen nogal overtrokken, mystiek gezegd is en een onderwaardering van het gewone menselijke leven inhoudt. In dit verband kan nog worden opgemerkt dat de context van Psalm 73 heel wat sterker is dan de "burgerlijkheid" van dit lied.
De mooie melodie is dezelfde als van lied 254 en 298. Opmerking: de noot f in de 5e regel wordt dikwijls foutief als fis gezongen. Tekst: 3; melodie: 3

Lied 467
Bij het overwegen van de inhoud van dit Lied kost het geen moeite om te verstaan dat het oorspronkelijk geschreven is "door een schoolmeester voor een leerling die op het punt stond de toen lang niet gemakkelijke zeereis naar Amerika te ondernemen". Het kan een .zeemansgebed" worden genoemd dat over heel de wereld gezongen wordt en zo ook in een vertaling in Nederlandse gezangboeken een plaats heeft gekregen.
Door deze opzet is het eigenlijk maar beperkt bruikbaar, toegespitst op gemeenten in havenplaatsen. Overigens brengt vergelijking met Psalm 29 en 89 b.v. wel tot de conclusie dat de zeggingskracht van de Psalmen beduidend sterker is.
Ook voor deze mooie Engelse melodie geldt weer: niet te snel zingen!
Tekst: 2 (beperkt gebruik); melodie: 3.

Lied 468
De tekst van dit Lied, afkomstig van Guido GezelIe, en dus Vlaamse stijl, valt naar zijn inhoud zeer te waarderen.
"Het is typerend voor GezelIe: ingetogen, zuiver, eenvoudig, persoonlijk, priesterlijk. Altijd zal in de stem van de gemeente de persoonlijke klank van de eigen, individuële ervaring en belijdenis mogen blijven doorklinken. In de ge": meente is mijn "ik": ons "wij". (Comp. p. 1076).
De melodie is zeer geschikt voor de tekst: voor de verwoorde gevoelens van schuldbelijdenis en boete. Voor een rustig 'en gedragen zingen is enige oefening aan te bevelen.
Tekst: 3; melodie: 3.

lied 469
Vooral de 3e strofe van dit Lied, eveneens van de hand van Guido Gezelle, wordt nogal eens geciteerd, waardoor het grote bekendheid heeft verkregen.
Dit geldt in belangrijk mindere mate voor de beide eerste strofen, waarbij de 2e strofe vanwege zijn moeilijke tekst nog de meeste problemen oplevert.
Daarbij kan worden opgemerkt dat de bij de 3e regel geplaatste voetnoot dat" wijgt" zoveel zou betekenen als "strijdt", in de volledige werken van Gezelle (Jubileum-uitgave 1931) wordt vertaald met "wijkt". (Comp. p. 1077).
De graag gezongen melodie is "een lied in de volkstoon, gezond en meeslepend.
Een lied om kloekmoedig te zingen!".
Voor de 2e strofe moet ze eigenlijk minder geschikt worden geacht.
Tekst: 3 (m.u.v. strofe 2); melodie: 3.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief