Jezus' volkomen offerande
1989-12-08
Het zal u al lang zijn opgevallen, dat dr. Martin in zijn belangrijke boek niet zijn archeologische en historische vondsten aan de man tracht te brengen. Voor hem is de Schrift begin en eind van zijn studie; zodat hij (typisch onwetenschappelijk) zich door het vooroordeel van het geloof laat leiden.- Jaargang 33
- nummer 25
Executie naar Romeins recht
Jezus heeft er aan meegewerkt, dat het Joodse volk Hem tot koning uitriep, Mrc. 11:1. Daardoor was hij naar Romeins recht des doods schuldig, immers staatsgevaarlijk.
Toen de Joodse leiders hun Sanhedrin-vonnis aan Pilatus ter bekrachtiging voordroegen, (zelf mochten ze geen doodvonnis uitvoeren - hoewel ze zich later wel aan Stephanus hebben vergrepen) gebruikten ·ze dan ook niet het Mozaïsche - maar het voor Romeins recht geldige argument. Maar Pilatus doorzag de truc en was niet enthousiast om mee te werken. Hij trachtte Jezus te sparen, maar kon er niet onder uit toen hijzelf politiek gevaar liep. (Zie Matt. 27:18, 19,22,23,24; Luc. 23:15, 22; Marc. 15:15; Joh.19:12).
De Joodse leiders vroègen dus om de Romeinse kruisdood. Die was bestemd voor slaven, staatsgevaarlijke lieden en misdadigers. Pilatus zat voor het blok: Jezus scheen staatsgevaarlijk, de Joodse leiders schenen een redelijk belang te hebben bij hun eis, en Pilatus hoefde maar zijn handtekening te zetten.
En waar zou die executie moeten plaatsvinden? Het Romeinse recht zei: op de plaats van de misdaad, of op de·plaats van arrestatie, maar in elk geval op een zeer zichtbare plek.
Dat moest dus de Olijfberg zijn: daar had Jezus dagelijks onderwijs gegeven, daar was de hosannatocht begonnen, daar was Hij gearresteerd en daar kwamen veel Paasvierders langs.
Executie naar Joods recht
De doodstraf was door de Heere al vroeg ingesteld, Num. 15:35. Het was de massale steniging, buiten de legerplaats. De ene maal voor een sabbathschender, de andere maal voor een, die opzettelijk de Naam lasterde. Zonden, die niet door dierenbloed konden worden weggenomen; uitsluitend door het eigen bloed.
En Jezus? Hij had erkend Gods Zoon te zijn, Luc. 22:69-71. Voor wie Hem niet geloofden was dit de ergste Godslastering. Naar Mozaïsch recht bestond voor Jezus slechts één straf: steniging buiten de legerplaats.
En waar moest die executie zijn?
Uitgaande van Gods woning en van de Stenen Zaal liep de weg uitsluitend oostelijk. Zoals de mens uit de hof van Eden is gezet door de 'oostpoort'. Zoals Kaïn is weggezonden 'naar het oosten'. Zoals ook later Stephanus door de oostelijke Stephanuspoort is weggebracht. Zoals de Verzoendag-offers, de Rode Koe (die de as voor de reiniging der priesters moest leveren), de zondebok en de bok voor Azazel oostelijk tot buiten de territoriale grens van' de heilige' stad werden geleid. Het zal u in dit verband opvallen, hoe David, vluchtend voor zijn zoon Absalom en schuldbewust, dezelfde weg koos: op de Olijfberg heeft aangebeden en toen de woestijn in ging, als de bok voor Azazel, 2 Sam. 15.
Allen gingen uit Gods tegenwoordigheid vandaan, maar bleven 'voor Gods aangezicht'; wij zouden zeggen: ten overstaan van de Hoogste Rechter ondergingen ze hun lot. En inderdaad zeggen Joods-christelijke schrijvers, dat Stephanus is gestenigd nabij het Mifkad-altaar, nabij het filiaal van de Topos.
Welke executie werd toegepast?
Oe vraag wordt door dr. Martin opgeworpen: konden de Joodse leiders wel met de Romeinse straf genoegen nemen? Zouden ze de heidense straf, door kruisiging, aanvaarden en de religieuze Mozaïsche straf vergeten?
Ging het hun alleen om Jezus' dood - of om de wettelijke en religieuze uitstoting uit de gemeenschap van het bondsvolk. Denk aan de procedure. De leiders zeiden tegen Pilatus: "Wij hebben een wet en naar die wet moet Hij sterven". Daar speelden ze open kaart. En Pilatus zei "neemt gij Hem en oordeelt gij Hem naar uw wet".
Gaf hij hun de vrije hand? Het lijkt erop. Maar Pilatus kon als Romein alleen tot de kruisigingsdood besluiten.
Dat deed hij, noodgedwongen, Mrc. 15:15. En formeel nam hij de 'vrije hand' terug, toen hij de beschuldiging aanbracht 'Koning der Joden'; hetgeen de Joodse leiders danig ergerde, want hiermee werd in feite de vrije hand om Hem te vonnissen naar hun wet teruggenomen!
Het is alles geraffineerd en gecompliceerd.
Dr. Martin is van mening dat de Schrift wijst in de richting van de Joodse steniging. Te weten een steniging, nadat het Romeinse vonnis was uitgevoerd. Een dubbele executie dus, voor Joden en heidenen, voor kerk en wereld. Hij vindt steun in het feit dat de Joodse leiders bij de eerstvolgende gelegenheid (Stephanus) zelf 'de vrije hand' namen, alsof een gewoonterecht was geschapen!
Dubbele executie?
Deze gedachte moet voor theologen en bijbellezers vreemd zijn. Toch gaat dr. Martin hiervoor niet uit van historische gegevens, maar ... van de Schrift. En wel met name bij de profetieën over wat de lijdende Knecht des Heeren te wachten stond, vond hij:' misvormd, niet herkenbaar, gestalte noch luister, veracht, man van smarten, niet om aan te zien, geslagen, verbrijzeld, Jes. 52, 53. Ook: een worm, geen man, een smaad voor mensen, zijn bloed als water vergoten, omringd door stieren, honden, leeuwen die Hem benauwen, zichtbare beenderen, ontwrichte beenderen, zo zou Hij het volbrengen, Psalm .22. En Psalm 38 vult aan: Gods pijlen troffen Hem (scherpe stenen, denkt dr. Martin, die Hem op alle naakte en kwetsbare plekken troffen) zodat geen stukje vlees heel bleef en zijn hart het begaf, verbrijzeld en met stinkende wonden. Ook: verblinde ogen - en dr. Martin meent dat ook Paulus na zijn doorstane steniging grote last met zijn ogen had, Gal. 4:13-15; 6:11, 17.
Het is alles te erg om op te sommen of in te denken. Toch noemt de Schrift wonden, die ver boven de Romeinse kruisdood uitgaan. Hoe genadig, dat zowel Jesaja 53,als de Psalmen 22 en 38 eindigen met de lofzang: dat de Vader het offer van zijn Zoon aanvaardde en op deze wijze. de zonden van de mensheid kwijtschold! '
Ook dr. Martin worstelt met het feit, dat de Heiland na zijn opstanding zo spoedig herstelde en - hoewel aanvankelijk door zijn beste vrienden nauwelijks herkend - aan Thomas slechts de bekende wonden toonde.
We laten de kwestie rusten door er aan te herinneren, dat dr. Martin de Schrift boven de wetenschap stelt.
De twee bokken
Laten we nog even letten op de twee bokken, in Lev. 16:8, 15,21 genoemd. Ze hoorden bij het ritueel van de Grote Verzoendag. Ze moesten volkomen gelijk zijn en op beide werd de zonde van Israël gelegd. Dan werd er geloot: de een werd aangenomen als een Gode welgevallig brandoffer - de ander verworpen, de woestijn ingestuurd. De laatste was de 'bok van Azazel', en uit het boek Henoch kennen we de naam Azazel als van een demonische engel. Deze bok werd aan de duivel prijsgegeven. De andere werd door God aanvaard als een zoenoffer.
Dingen die diepe betekenis hebben, om met Hebreeën te spreken. Jezus, de Zoon des Vaders, werd door God als een volkomen offer aanvaard; een volkomen verzoening voor al onze zonden. Maar wie was Bar-Abbas? Ook hij heette Jezus: zijn voornaam is door de meeste vertalers moedwillig verzwegen, in navolging van Origines. Zijn achternaam Bar-Abbas betekent niet anders dan zoon des vaders. En over de hoofden van deze twee gelijkluidende namen werd een kansspel gespeeld. Door Pilatus. "Wie zal ik vrij laten gaan?"
De onschuldige of de misdadiger?
Het volk koos en Bar-Abbas is verdwenen uit het boek der mensheid.
De wereld heeft het duister liever gehad dan het licht.
Judas
Dr. Martin wijst op deze figuur, sinister maar belangrijk. De offerande van Jezus Christus was geheel overeenkomstig de Mozaïsche offerwetten; met recht kon gezegd worden, dat Jezus de ganse wet kwam vervuilen.
De dierenoffers hadden symbolisch vooruit gewezen op zijn Goddelijke offer, Psalm 40:7-9.
Elk offerdier werd tot aan de tempel gebracht. Jezus' vonnis werd (in de Stenen Zaal) eveneens aan de rand van de tempet geveld. Van de brandoffers werden enkele druppels bloed in de tempel gesprenkeld, voor het tweede voorhangsel, Lev. 4:6. Maar Judas heeft het bloedgeld eveneens in de tempel gestrooid! De priesters wilden de 30 zilverlingen niet aannemen: er kleefde bloed aan.
Wie was Judas eigenlijk? Jezus heeft hem als discipel uitgekozen, maar een jaar voordat ‘de duivel in hem voer' zei Jezus al: "een van u is een duivel", Joh. 6:70. Toch was Judas een priester, zoon van Aäron.
Dat blijkt uit twee dingen, zegt dr. Martin. Hij gebruikte zijn recht van vooraanzitting (Marc. 12:39), waar de priesters op stonden. Want terwijl, Johannes "in de schoot van Jezus, aanlag" bij het laatste avondmaal, kon hij als enige verstaan wat tussen Jezus en Judas gefluisterd is. En voorts kon Judas de tempel inlopen om de 30 zilverlingen te deponeren, Matt. 27:5 en Luc. 22:6. Dat kon alleen een priester doen. Bovendien was Judas, zegt Marcus 14:10, "de een van de twaalf", nummer een, de voornaamste discipel, naar diversen durven te concluderen. Judas, priester, zoon van Aäron, heeft het bloedgeld voor het tweede voorhangsel gestrooid, naar Mozes' inzetting. Zo is Christus' bloed in het heiligdom gestort, zegt Hebr. 13:11.
De verleiding is groot om deze serie voort te zetten. Maar wij stoppen nu.
U moet het boek van dr. Martin zelf maar lezen.