Verzegeld (1)
1988-07-01
Verzegeld met de Heilige Geest der belofte … Ef.1 : 13 - Jaargang 32
- nummer 26
Verzegeld tegen de dag der verlossing ... Ef.4 : 30
Tweemaal schrijft de apostel Paulus dat de gelovigen met de Heilige Geest zijn verzegeld. Beide keren in dezelfde brief: die aan de Efeziërs. Blijkbaar speelde die woordcombinatie hem wat door de gedachten, toen hij deze brief aan het schrijven was. Hij zal er voor zichzelf troost in gevonden hebben; Hij zal er, al verder denkend, ook een reden in gevonden hebben de gemeente een indringende vermaning mee te geven.
Als we denken aan de troost, die de apostel zelf in de verzegeling met de Geest vindt, en die hij graag aan de gemeente wil doorgeven, moeten wij ons realiseren, dat hij de brief aan de Efeziërs schreef vanuit de gevangenis.
(3: 1; 4: 1) Waar en wanneer dat precies was, is niet uit de maken; duidelijk is wel: het was een gevangenschap vanwege. het evangelie.
Niet zo, dat hij van al zijn mogelijkheden was beroofd: hij kon schrijven, hij had de gelegenheid Tychikus met opdrachten naar de gemeenten te sturen (6: 21, verg. Kol. 4: 7), maar toch: niet vrij om te gaan en staan waar hij wilde. En zijn toekomst was onzeker.
De gevangenismuren konden wel eens de voorboden zijn van een levenslange opsluiting, zo al niet van de dood. De gevangenschap kon wel eens een voorproefje zijn van de veroordeling: verzekerde bewaring met het oog op een vonnis en voltrekking er van. Juist dàn speelt door het hoofd van deze "gevangene in <ie Here" (4 : 1) de gedachte aan de verzekerde bewaring voor de toekomst van Christus.
Wat hij aan de gemeente schrijft, geldt immers ook voor hemzelf: in Christus verzegeld met de Heilige Geest der belofte - en die Geest is een onderpand van en een voorschot op de erfenis die ons wacht. Dat is een van de zegeningen van het geloof.
Toen U gelovig werd, schrijft hij aan de Efeziërs, hebt U die Geest ontvangen.
Uw gemeenschap met de Here Jezus Christus betekent, dat de Geest die in Hem woont, ook aan U gegeven is. De Here doet geen half werk als Hij mensen tot geloof brengt; dan verzekert Hij hen tot de dag der verlossing.
Dan zorgt Hij er voor dat ze die dag halen. Zij zullen niet halverwege uit de boot vallen, maar de dag der verlossing bereiken.
We kunnen de uitdrukkingen naast elkaar zetten!
1 : 14 onderpand van onze erfenis, tot verlossing van het volk dat Hij zich verworven heeft - en 4 : 30 - verzegeld tegen de dag der verlossing.
Bij het woordje "tegen" uit de laatste tekst, kunnen we denken aan de duur: Hij zal ons al die tijd bewaren; wij kunnen dat woordje ook opvatten in de betekenis van "met het oog op"daarmee krijgt de eerste betekenis, die van de tijdsduur, een inhoud: door de tijd heen bereiken wij de bestemming, de erfenis. En die erfenis heet: verlossing.
-0-
Nu kunnen we vragen: wat stellen wij ons voor bij die (dag der) verlossing?
Daarbij zijn m.i. drie dingen te bedenken.
Het eerste is dat de verlossing betekent dat we geheel van de last van 'onze zonden bevrijd zijn. Zolang de Here Jezus Christus nog niet teruggekomer.
is om ons bij Zich te nemen, betekent dat, dat de weg der verlossing door het sterven heen gaat. Ons sterven is, om met de Heidelbergse Catechismus te spreken, een afsterven van de zonde en een doorgang tot het eeuwige leven. Want vlees en bloed kunnen het koninkrijk Gods niet beërven (1 Kor. 15: 50): we moeten een verandering ondergaan, hetzij langs de weg van dood en graf en opstanding, hetzij in een "punt des tijds" (St. V. I Kor. 15: 52). Bovendien betekent de dag der verlossing de dag, waarop we, gereinigd van schuld en vrijgesproken in het oordeel, het koninkrijk Gods binnengaan.
Dat koninkrijk, en dat is het tweede waaraan we bij de (dag der) verlossing moeten denken, brengt mee de verlossing van onszelf en al het geschapene van de vloek, die om onze zonde als een dreiging boven het leven hangt. De dood zal niet meer zijn, noch rouw noch geklaag noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan (Openb. 21 : 4).
Alles wordt nieuw, de tranen worden gedroogd.
In de derde plaats betekent de (dag der) verlossing ook: de aarde wordt van alle zondaars rein, de goddelozen zullen niet meer zijn (Ps. 104: 10 nw- ber.). De Bijbel vertelt ons dat niet, om de gelegenheid te bieden ons in het oordeel over goddelozen te verkneuteren - wel om de rechtvaardige oordelen van God te aanbidden.
-0-
Door de Heilige Geest verzegeld te zijn tegen dié dag - en de Heilige Geest te hebben ontvangen als onderpand van dié toekomst, geeft moed en kracht in deze wereld. Het is een troost, als we uit zwakheid in zonden vallen; een bemoediging als we voor de gemeente van Christus soms geen toekomst meer zien; een vrede, als de tegenstand tegen het evangelie en tegen de liefde-heerschappij van Christus ons naar de keel vliegt. De toekomst is zeker. De toekomst van Christus - onze toekomst.