Het grote tekort

1987-05-22
  • Jaargang 31
  • nummer 20
Ik ben geen lieflijke dichter
ik ben de schielijke oplichter
der liefde zie onder haar de haat
en daarop een kakelende daad


Zo begint een gedicht van Lucebert, de 'keizer der vijftigers', Het is nu zo'n 35 jaar oud, maar wat de gedachte erin betreft is het nog steeds modern. Laat mij u even helpen bij het lezen en dan gaan we, er 'wel verder op in. Lucebert wil geen lieve en mooie dingen zeggen, hij wil de rauwe werkelijkheid laten zien. Het woord 'oplichter' kan' meer dan .één betekenis hebben, allereerst natuurlijk de gangbare betekenis van bedrieger. Maar denkt u aan het woord 'oplichten', in de zin van optillen, dan krijgt u een heel andere kijk op de zaak: ik licht de liefde op, zoals ik een deksel kan oplichten en wat zie ik er dan onder zitten? Juist, de haat. Dus: liefde is in werkelijkheid camouflage, ten diepste is haat de drijfveer van de mens. Bij de vierde regel dringt - zich, althans bij mij, het beeld op van een kip die op een ei zit. De kakelende daad bedekt eerst nog die haat. Ik 'vertaal' dat maar zo: wij kakelen veel, gebruiken heel veel mooie woorden, wij doen ook veel, soms zelfs heel veel goede dingen, maar in wezen is het allemaal niets anders dan wat de psychologie sublimatie of rationalisatie noemt. Dat wil zeggen dat wij het slechte van onszelf gaan camoufleren, oppoetsen.
Ten diepste háten wij onze medemensen, wij willen ons naar voren dringen, de baas spelen en de ander onderdrukken. Wij voelen ons in onze belangen bedreigd door die ander die óók zijn portie zal willen hebben. En dan gaan we mooi doen! We storten ons in het sociale werk, we doen aan liefdadigheid, we worden actief in de politiek, we ijveren voor allerlei fraaie doelstellingen. Maar waar gaat het wèrkelijk om? Om ikke, ikke, ikke! En in feite laat het ons koud, nee, willen wij het zelfs, dat de ander dan moet stikken. Liefde is allemaal schijn!

Dezelfde gedachte zit achter een verhaal van Jan Wolkers: Gezinsverpleging. In een christelijk gezin wordt een nog tamelijk jonge vrouw, Marie, opgenomen. Zij wordt verpleegd, in een psychiatrische inrichting, maar om haar voor te bereiden op een terugkeer in de maatschappij wordt zij in een gezin geplaatst. Moeder zegt tegen haar zoontje: "Het is onze christenplicht zulke mensen te helpen", maar hij heeft de avond daarvoor aan de deur geluisterden gehoord dat de financiële vergoeding die ze ervoor krijgen, héél welkom is.
Daar heb je het weer: oppoetsen, mooier maken van de echte reden: christenplicht in naam, geldzucht in werkelijkheid. In het verhaal komt daarna dan ook nog een vrijwel ongeremde haat tegenover de vreemde indringer tot uiting. Tenslotte raakt Marie zelfs helemaal ondervoed want als in de oorlog het eten schaars wordt, geeft moeder het eten dat voor Marie bestemd is aan de eigen kinderen.

Het Boekenweekgeschenk van 1986, De glazen brug, door, Marga Minco, bevat een soortgelijk element: de persoon die joodse meisjes aan onderduikadressen helpt, doet dat niet echt uit idealisme en naastenliefde, maar om seksueel van de meisjes te profiteren. Zelfs in het laatste Boekenweekgeschenk, Het Rookoffer, vind ik iets dat in diezelfde richting gaat. Een lerares aan een rooms-katholieke school heeft een verhouding met een leerling uit de hoogste klas. De collega die haar verraadt, doet dat zogenaamd uit plichtsbesef maar in werkelijkheid neemt hij wraak omdat zij zijn pogingen tot toenadering heeft afgewezen, En de jongen heeft in feite ook alleen maar van haar geprofiteerd; hij laat haar in de steek want ten diepste ging het hem ook alleen maar om zichzelf.

Het is een somber beeld dat we zo van de mens krijgen. Maar leert de catechismus ons ook niet dat 'de mens' geneigd is God en zijn naaste te haten? Is dat eigenlijk niet hetzelfde als wat Lucebert zei? En heeft de Here Jezus daar ook niet de vinger bij gelegd toen Hij de Farizeeërs verweet dat die wel geld onder de armen uitdeelden, maar, dat het hun om de éér begonnen was? En ach, als wij eens iets goeds doen, als wij bij voorbeeld eens een flink bedrag aan Redt een Kind geven, vinden wij het dan ook niet prettig als anderen ons daarom prijzen? Is het dan toch waar dat wij onbekwaam tot enig goed zijn? Dat zegt diezelfde catechismus immers?

En nu komen wij bij het grote tekort van de literatuur. Ja, moderne schrijvers en psychologen hebben gelijk: van nature is de mens geneigd zijn medemens te haten, Maar diezelfde oude catechismus leert ons méér: "...tenzij wij wedergeboren zijn door de Heilige Geest!" Vrijwel geen enkele moderne schrijver komt verder dan wat ik nu overneem uit het grote gedicht Mascheroen 1941 door W. A. P. Smit. Daarin klaagt de duivel de mens aan:

"Zie naar de mensen, God:
Steekvlammen van haat
Die uw wereld verdierven
Tot een baaierd van vuur
En van doodsangst en bloed!
Vergeten zijt Gij
In de verminkte gezinnen
Zonder oudergezag;
In de duistere waanzin
Van de promiscuïteit;
In de grimmige salvo's
Van de vuurpelotons!
Ziet Gij nog altijd
'Kinderen van liefde'
in deze bedrijvers
Van haat?"

En ook het gebed, zegt de duivel, komt alleen maar voort uit
haat en zelfzucht; het gebed van de mens is

"Het laatste en hachelijkste wapen
Van zijn eigenbaat
In de strijd van elk tegen allen:
De strijd van de haat!"

Maar dan neemt in de hemel Gods Zoon het woord: God wil
de verloren mens altijd weer ontvangen:

"Hij wil dat zij in Hem hun Vader zien
Die wachtende staat aan de poort.
En Zijn teder gebaar in hun dromen zien
Dat hen tot de thuiskomst bekoort.
Dat teder gebaar van de Vader ben ik,
Het gebaar dat Zijn liefde vond
Om weg te nemen de ban van de schrik
Waarmee hen de zonde bond."

Aan het slot lezen wij:

"Maar eenmaal zullen om God zich scharen
Het aards en het hemels Jeruzalem:
In het lied van hun liefde zal zich openbaren
De weerklank der Goddelijke Liefde van Hèm!"

Dáár weet de moderne literatuur niet van: er is een Liefde die alle haat overwint. En dáár ligt een belangrijke. taak voor christelijke schrijvers, voor het christelijk onderwijs, voor christelijke ouders en voor de kerk, "Als ik de liefde niet had.." Leest u maar 1 Corinthe 13.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief