Europa (2)
1987-05-29
Inleiding- Jaargang 31
- nummer 21
De naam Europa wordt op twee manieren uitgelegd. De een zegt dat deze naam afkomstig is van de Griekse mythologie. De koning van het oude Kreta had een schone dochter van dezelfde naam. Op een of andere wijze heeft het vasteland ten N.O. van Kreta deze naan geërfd. Een andere afleiding gaat terug op het Hebreeuwse woord 'erev' wat 'donkerte' betekent. Op die wijze verklaard, kan men de betekenis van Europa het best als 'avondland' omschrijven. Vanuit Jeruzalem gezien is China het land waar de zon opgaat en Europa het land waar de zon ondergaat: avondland dus. De tweespalt waar ik in het vorig artikel over schreef: Athene of Jeruzalem, doet zich dus zelf gelden bij de vaststelling van de betekenis, van de naam Europa.
Bloesem
1. De onderstroom van het op de Grieks-Romaanse beschaving rustende humanisme is rond 1800 bij de Frarise Revolutie bovenstroom geworden. In toenemende' mate werd de christelijke bovenstroom onderstroom. Dat betekent niet dat daarmee aan het christelijk karakter van Europa een einde kwam. Integendeel de door evangelieprediking gedurende eeuwen bevruchte bodem van Europa bleef vruchten opbrengen en doet dat vandaag nog. F. A. Schaeffer noemde dat: de vruchten van de vruchten van de vruchten van de Geest. Waarden en normen groeiden uit in het besef van velen, die persoonlijk geen christen meer waren. Het is de bloesem waar dr Kraan in het voorbeeld van de Walcherse appelbomen op doelde. Soms schoner dan de bloesem van vorige jaren. Ik denk aan Acties voor Afrika, Amnesty Internationaal, de voorrang voor het zwakke en misdeelde, het respect voor de uniekheid van ieder mens, menogamie etc. De vraag blijft: zal de bloesem blijvend vrucht voortbrengen' als de bodem echt verzilt raakt?
Toekomstverwachting
In zeker opzicht is ons in de geschiedenis van Europa overkomen wat Jezus al genoemd heeft in Matth. 24 en waarvoor Hij waarschuwde. Ik ga Hiermee over naar het tweede deel van deze inleiding over Europa, nl. wat mogen wij, gezien de achter ons liggende geschiedenis van Europa, nu verwachten van de toekomst? In welk licht mogen wij die bezien?' Inderdaad denk ik hierbij allereerst aan het profetisch licht dat Jezus zelf heeft laten vallen over onze geschiedenis in Mattheus 24. De discipelen treden daar toe op Jezus en vragen hem naar de toekomst: Heer, zeg ons wanneer zal dat allemaal gaan gebeuren, waar U over gesproken heeft...? en dan geeft Jezus een tweedelig beeld van de toekomst van de volkeren. Aan de ene kant zal er een proces van kerstening plaats vinden. Dit evangelie van het Koninkrijk zal gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volkeren en dat zal voortgaan ondanks alle oorlogen en rumoer van oorlogen. Het zal niet zonder uitwerking blijven in waarden zoals wetsgehoorzaamheid en barmhartigheid - maar tegelijkertijd schetst Jezus dàn al een beeld van tegenwerking, en van afval, van wetsverachting en verkilling van de liefde. Hij ziet hoe er in de toekomst van deze gekerstende volkeren een tijd zal komen waàrin er door wetsverachting en verkilling van de liefde een groot vacuüm zal ontstaan. In dat vacuüm zullen de valse. christussen opstaan die aan teleurgestelde mensen .zullen toeroepen: zie, hier is het! Bij mij moetje zijn en zij zullen velen verleiden.
Geloof ze niet, zegt Jezus nadrukkelijk - want als dit gebeurt dan is mijn komst nabij. "Wat het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen".
Aasgieren
Dit laatste geheimzinnige woord is van grote betekenis. "Waai het aas is - daar vergaderen zich de arenden". Zei de O.V. Maar Jezus bedoelde echt gieren - die op een dood lichaam neerstrijken.
Het is wel sterk dat die vertaalfout parallel loopt met een historische vergissing. Velen zijn de valse messias sen nagelopen in onze tijd en zij leken arenden: op iedere. Duitse soldatenhelm stond een arend. Maar het bleek een gier te zijn. Gieren hebben zich op Europa neergestort toen er in de vorige eeuw zo'n diep ingrijpend vacuüm werd geschapen: Lenin en Stalin, Hitler en Mussolini. Alle -ismen en ideologiën hebben hun oorsprong in de geestelijke leegheid en domheid waarin Europa is aangekomen toen het de mens in het middelpunt stelde en het evangelie de rug toekeerde. Daar staan wij als christenen niet buiten - integendeel - daar staan wij middenin.
Wij zijn er mede schuldig aan dat het zover heeft kunnen komen. Soms heeft de kerk zelfs openlijk zo'n gier binnen gelaten - andere keren heeft zij geen krachtig protest laten horen - en geen tegengif gevormd. Ook binnen de muren van de kerk is vaak de liefde verkild - en zelfs soms de wetteloosheid binnengeslopen .. Wij zijn op zijn minst gezegd niet in staat geweest tot nu toe dit geestelijk vacuüm op te vullen. Wij staan met verschrikkelijk lege handen en moeten dat ook beseffen. Alléén als de Here ons opnieuw wil gebruiken - alleen als Hij opnieuw aan het werk gaat is er weer enige hoop dat zelfs het lot van onze Europese landen een keer ten goede neemt.
Is er nu voor dit laatste enige bijbelse hoop? Lijkt het beeld van C.S. Lewis van de gescheiden vrouw niet erg hopeloos? Lijkt het beeld van Kraan van de door een vloedgolf uit zee verzilte bodem niet onomkeerbaar - en heeft prof. Van Ruler niet gezegd, toen ·hij sprak over Europa als Gods experiment: "Gods experimenten mislukken altijd!” Heeft de eerder in mijn inleiding geciteerde Kardinaal Simonis toen hij sprak over de heiden-apostel Willibrord niet ook een paar weken geleden de retorische vraag gesteld, nl.: Hoe zou Willibrord over ons denken als hij vandaag uit zijn graf zou opstaan. Zijn wij niet geestelijk terug op het peil van de Kaninefaten?
Hij voegde eraan toe: steeds meer mensen beschouwen het als de Kanifaten vroeger God als een onpersoonlijke kracht - niet als Iemand met een gezicht, die je bij name kent.
Al dit soort beelden en uitlatingen van Lewis en Kraan; Van Ruler en Simonis zijn enerzijds scherp en waar en anderzijds - ze laten ons zo troosteloos achter. Ontmoedigd, omdat wij denken - ja een gescheiden vrouw keert niet terugen een verzuurde bodem is niet meer te redden - en de tijd van hoop op succes van Gods experiment is voorbij...
Bunker-ideologie
Ons uit de samenleving terug trekken en op het einde wachten? Dat is de Bunker-ideologie: trek je terug in een bunker waar je veilig hoopt te zijn als de bommen vallen...! Daarom wil ik eindigen, met een wending die velen van u verassend in de oren mag klinken. Ik knoop daarvoor aan bij de stelling waarmee ik het eerste deel van mijn lezing besloot, nl. hoe bijzonder het eigenlijk is dat op het moment de nageschiedenis van Golgotha - de vóórgeschiedenis overtreft. Als ik de vóórgeschiedenis als vóórgeschiedenis van een volkerenwereld tenminste pij Abraham in Gen. 12 mag laten beginnen, was dat 1800 vóór Christus en nu zijn we er meer dan 1.900 ná. Had Israël niet in het O.T. een voorafschaduwende rol, zoals Europa in het Nieuwe Vebond vervult? Hebben juist de Europese volkeren niet altijd een diep besef gehad dat zij verbondsvolkeren waren?
Maar als dat zó is als het gedoopte Europa het verbondsvolk van God in het Nieuwe Verbond mag heten op soortgelijke wijze als Israël dat was in het Oude Verbond -liggen daar dan in deze parallellie niet onvermoede beloften van heil en niet van onheil?
Late regen?
Nu ga ik dezelfde beelden van Kraan en Lewis, van Van Ruler en Simonis toch met andere ogen bezien. Want in Israël hebben wij hèt bijbelse voorbeeld van een land waarover God de vroege regen bracht - vóór de ballingschap maar waar de profeten ons ook leren te bidden voor een late regen.
Ja, wij willen de HERE kennen, er naar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dageraad is zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen, die het land besproeit. (Hosea 6:3). Waarom zou de Here de verzilte bodem van Europa niet door een late regen van een uitstorting van Zijn Geest kunnen laten reinigen en genezen?
En nu het 2e beeld; in Israël zelf hebben wij het levensgrote voorbeeld van een vrouw die gescheiden wàs van haar man. maar die de Here door Zijn liefde weer opnieuw voor zich won en de laatste huwelijksband was nog dieper dan de eerste! Hosea 2:13. "Daarom ziet, Ik zal. haar (deze -van mij gescheiden .vrouw) lokken en in de woestijn leiden en daar spreken tot haar hart".
Maar: is Israël, het oude verbondvolk niet zelf het grote bewijs dat Gods experimenten nooit mislukken? Zijn daar geen eeuwige beloften voor gegeven in Rom. lI! Moeten wij dan niet aan Kard. Simonis antwoorden op de vraag: zijn wij terug op het peil. van de Kaninefaten? Nooit maakt God zijn geschiedenis ongedaan. Hij gaat verder met. dat wat zijn hand begonnen is. De momenten van geestelijke leegheid en ontrouw vormde de Here bij Israël om tot monumenten van Zijn trouw.
Hoe zou ik u prijsgeven, Efraïm, u overleveren, Israël?
Hoe zou Ik u prijsgeven als Adama,
u maken als Zeborin?
Mijn hart keert zich om in mij,
ten volle wordt mijn erbarming opgewekt,
ik zal mijn brandende toom niet ten uitvoer brengen.
Ik zal Efraïm niet verder verderven
Want Ik ben God en geen mens, Heilig in uw midden!
Heilsbeloften
Met deze beloften voor Europa wil ik sluiten. Ik geloof met heel mijn hart dat de parallel opgaat, dat 1250 jaar Europees christendom niet als sneeuw voor de zon zullen versmelten. Maar dat God zijn verbondsvolk van het Nieuwe Verbond dezelfde trouw bewijst als Zijn verbondsvolk van het Oude Verbond. Misschien breekt het heil pas dan goed door dat deze twee elkaar weer leren vinden, maar dan niet op de basis van het humanisme - maar op de basis van een diep besef - wij hebben het verspeeld en Gods heil niet op aarde gebracht - en jullie ook niet. Laten wij dan beide uitgaan naar, de Here met schuldbesef en een verbroken hart maar ook met een diep vertrouwen dat de Here blijkbaar daarom ons beide heidenen en Joden, onder ongehoorzaamheid heeft besloten om zich over ons beiden nu in ongekende diepte te kunnen ontfermen ... Zodat wij straks Paulus zullen kunnen naspreken:
O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods,
Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!
Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen, Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid,
Amen.
(Romeinen 11:30-36).