Boekbespreking

1987-06-26
  • Jaargang 31
  • nummer 25
Drs. G. van Dooren, " .... En wij zijn ontkomen. "
Verhaal van kerkstrijd in oorlogstrijd.
Deel 1, Uitgave van Oosterbaan en Le Cointre, Goes, 198 pag. prijs: 124,50

Wij hebben dit boek bijna in één ruk uitgelezen.
Het heeft ons van het begin tot het eind geboeid. Nu scheelt het wel, dat we zelf als jongen de strijd van de Meet af daarin hebben verdiept. Ds Van Dooren heeft na geruime tijd in Canada de rust gevonden terug te kijken op zijn Wezepse jaren. Gelukkig trof hij voldoende documenten aan in eigen archief en heeft hij de rest vanuit zijn geheugen weten aan te vullen. Het is een goed leesbaar verhaal geworden!
Zo nu en dan ontbreekt de humor niet, maar in doorsnee is het doortrokken vim diepe ernst. Ds Van Dooren kwam als pastor van de kudde te Wezep op de Veluwe voor de beheersende vraag te staan hoe hij verder moest preken als hij de leer van de veronderstelde wedergeboorte met huid en haar zou slikken in opdracht van de oorlogs-synoden.
Hij kón dat niet! Dan zou hij de verkondiging van Gods rijke Verbondsbeloften ondergraven en een streep halen door zijn pastoraat. Juist in Wezep bleken verschillende belijdende leden de Avondmaalstafel te mijden. Men wist niet of men uitverkoren was. Er moest toch eerst iets met je gebeuren.
Tot op het sterfbed toe verkeerden broeders en zusters in dikke duisternis.
Ds Van Dooren heeft elke week zitten te zwoegen op zijn preken en zich steeds weer afgevraagd: Hoe kan ik de mensen verlossen van die martelende onzekerheid?
En hij zag het gebeuren! Ze kwamen naar de Avondmaalstafel met schroom, soms pas aan de laatste tafel, maar ze kwámen na jaren en jaren. Van Dooren heeft ook de jeugd op katechisatie voorgehouden waarom het ging in de strijd tegen een leerformule, die bindend werd opgelegd. Daarbij kwam de oorlogstijd. Het leven raakte ontwricht.
Wezep liep niet voorop in de tijd van de Vrijmaking. Pas na de oorlog kwam in de grote dorpsgemeente op de Veluwe de breuk. Maar de predikant heeft zijn kerkeraad wel goed geïnstrueerd en de gemeente uitstekend voorgelicht. Ook zijn katechisanten wisten van het monster van een bovenschriftuurlijke binding en van 'de klauw van het beest'. Met het laatste wordt bedoeld de hiërarchie van de generale synode, die zich een macht aanmatigde in die jaren waardoor het leek alsof zij een opperkerkeraad was. De knecht zat te paard en de vorst (de kerkeraad) ging te voet. De omgekeerde wereld! De afgevaardigden van Wezep en Hattem werd door de klassikale vergadering de deur gewezen. Het was buigen of barsten.
Men zei aan het adres van Wezep: Als je het er niet mee eens bent, ga dan heen, verbreek dan het kerkverband!
Of tegen de predikant: leg je ambt dan neer! Dergelijke taal hebben wij ook in de zestiger en zeventiger jaren aan ons adres vernomen. Maar is dat de taal van de liefde? Zit daar wervende en behoudende kracht in? Of wil men van de zaak af, omdat men de rust verkiest? Ds Van Dooren heeft door Gods genade stand gehouden en zijn gemeente te Wezep bewaard bij het fundament van apostelen en profeten. Daarvan plukt de ned. gereformeerde kerk aldaar vandaag nog de rijke vruchten. Op dàt fundament is voortgebouwd door de predikanten, die de gemeente hebben gediend en dienèn.
Daarbij staat centraal de binding aan Schrift aan belijdenis. Op pag. 23 schrijft Drs. Van Dooren dit: ,,3. Voor zover mij bekend, heeft in geen andere gemeente artikel 32 van de Nederlandse 'Geloofsbelijdenis zulk een dominerende rol gespeeld als alweer - in Wezep. Ik denk aan de voor ons zo belangrijke volzin: 'Zo nemen wij dan alleen aan hetgeen dienstig is om eendrachtigheid en eenheid te voeden en te bewaren, en alles te onderhouden in de gehoorzaamheid Gods'."
Nog enkele opmerkingen: Op pag. 43 wordt het dorp Wilsum bij Kampen door de auteur betiteld als een klein gehucht. Ik denk, dat de inwoners van dit leuke dorp dit de schrijver niet in dank zullen afnemen en m.i. terecht!
We zijn het niet met de auteur eens als hij poneert, dat er een schriftuurlijk beginsel gemoeid is met de afspraak om 's middags Catechismus te preken. Hij verbindt dat met het gegeven, dat de Bijbel spreekt van herder en leraar en niet omgekeerd. Daarom dus 's morgens de vrijestof-preek en 's middags de Catechismus-preek.
Maar de dominee is steeds in èlke kerkdienst beide: herder.en leraar! (Zie pag. 115).
Wij verwachten, dat voor dit stevig gebonden en keurig uitgegeven boekwerk niet alleen in Wezep e.o., maar in het hele land veel belangstelling zal bestaan.
We willen het heel hartelijk aanbevelen en zien met verlangen uit naar het in uitzicht gestelde tweede deel, waarin bepaalde gebeurtenissen nog nader zullen worden belicht en verschillende zaken zullen worden uitgediept!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief