Calvijn in Afrika ?! (1)
1987-07-03
Calvijn en Afrika: dat lijkt een vreemde kombinatie. Wie 'Afrika' zegt, denkt aan tropische regenwouden en hongerende kinderen, aan sprinkhanenplagen en sloppenwijken, aan bloedige stammenoorlogen en aan wildreservaten. De naam 'Calvijn' roept de gedachte aan een totaal àndere wereld op: die van sobere, witgekalkte kerkgebouwen waarin slepend psalmgezang klinkt; die van strenge dominees en gedempte levensvreugde; die van ex-gereformeerden, die schimpen op Catechismuszondagen en huisbezoek. Hoe zouden die werelden elkaar ooit kunnen raken?- Jaargang 31
- nummer 26
Inderdaad: zolang bovengenoemde beeldvorming bepalend is voor wat men zich bij 'Calvijn' en 'Afrika' voorstelt, hebben die twee geen boodschap aan elkaar. Maar hoed u voor de karikaturen! In Afrika is ook een snelgroeiende kerk, die een dringende behoefte heeft aan goed opgeleide predikanten en evangelisten van eigen bodem. En Calvijn is ook een geniaal denker die een even diepzinnig als groots ontwerp van een, bijbelse theologie heeft nagelaten. Daarom heb ik het gewaagd, aan de theologiestudenten van, de FATEB, de "Faculté de Théologie Evangelique de Bangui", kollege te geven over de leer van de Heilige Geest, voornamelijk volgens Calvijn. Over die onderneming, die plaats vond in het kader van de uitzending van drs H. de Jong en mij door de Stichting Evangelische Toerusting Afrika (EvTA), wil ik in dit en de komende nummers van OPBOUW verslag doen. Ik stel mij voor eerst enige impressies te geven van de Centraal Afrikaanse Republiek, waar de F ATEB gevestigd is. Daarna wil ik iets vertellen over de glimp die wij van het kerkelijk leven in Afrika hebben opgevangen. Vervolgens komt het onstaan en de opzet van de FATEB aan de orde, alsmede de korte geschiedenis van onze kontakten mèt deze opleiding. Dan, in de vierde plaats, zal ik ingaan op de inhoudelijke kant van de zaak: hoe is Calvijn daar ontvangen? Ik wil eindigen met een aanduiding van de problemen en perspektieven van dit instituut en onze relatie ermee.
1.De Centraal Afrikaanse Republiek
Stelt u zich voor: over een rode, stoffige aardbodem lopen wegen met zoveel gaten, putten en hobbels, dat zelfs de overvloedig geveerde Renaults en Citroëns er binnen de kortste keren in afgeleefde rammelkasten veranderen. Langs de kant van de wegen staan armoedige huisjes en hutten, soms afgewisseld door sierlijke, ommuurde villa's. In de berm worden hier en daar spullen te koop aangeboden: ananassen (verrukkelijk), mango's (overheerlijk), stokbroden (iets minder van kwaliteit dan in Frankrijk), een soort oliebollen (u glimlacht? een van mijn gastheren lachte zich slap toen hij hoorde dat wij die dingen met Oud en Nieuw eten ... ), maniok-bladeren (een soort groente; eh ... je moet er van houden), plastic flessen met een liter benzine, sigaretten, enz. enz. Op bijna elk uur van de dag zijn er massa's mensen op straat: . veel voetgangers, de dames vaak smaakvol gekleed en in een natuurlijke elegantie lasten op het hoofd dragend; maar ook talloze Motobecane-brommers (allemaal blauw) en taxi's (allemaal geel, luid toeterend en zo vol dat de passagiers meer op dan naast elkaar zitten). Dat alles in een omlijsting van groen: palmen, grote mangobomen, huizenhoge kaktussen en weeldrig bloeiende struiken.
Ziedaar een beeld van Bangui, de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek, even ten Noorden van de evenaar.
Het land was tot 1960 een Franse kolonie, maar ook nu nog hebben de Fransen er een dikke vinger in de pap.
De meeste bekendheid ontleend de huidige republiek overigens aan ex-keizer Bokassa, die onlangs op beschuldiging van o.a. moord en verduistering van regerinsgelden tot de doodstraf is veroordeeld. Op de TY hebben we flitsen gezien van het proces dat tegen hem gevoerd is.
Bangui is niet meer dan een uit z'n krachten gegroeid dorp, dat in 1889 gesticht is en nu zo'n 300.000 inwoners telt. Het ligt aan een grote rivier, de Oubangui, die voor een deel de grens met Zaïre vormt (het vroegere Belgisch Kongo). Verder zijn er uitgestrekte savannen, maar ook restanten van tropisch regenwoud waarin zich wild ophoudt. Helaas hebben ds De Jong en ik daarvan weinig gezien; we waren nu eenmaal niet met vakantie.
Nu nodigt het klimaat ook niet uit om er vakantie te houden. Het is er met alleen erg warm, maar ook zo vochtig; dat zelfs de Afrikanen er last van hebben -laat staan op koelheid ingestelde Nederlanders. In de tijd dat wij er waren - eind april tot eind mei - was men in afwachting van het regenseizoen, dat echter maar niet wou doorzetten.
Het gevolg daarvan was: lage waterstanden in de rivier en watervallen die tot bijna niets waren teruggebracht.
En daarvan was weer de konsekwentie dat de elektriciteitscentrale, aangewezen op waterkracht als zij nu eenmaal is, niet aan de vraag kon voldoen.
De regering had voor dat probleem een eenvoudige oplossing bedacht: men sloot gewoon een uur of zes per dag de elektriciteit af. Dientengevolge bracht de ventilator, in ons slaap- en studeerkamertje, maar zelden de koelte waarvoor hij was aangebracht; funktioneerde de koelkast als een gebrekkige bewaarplaats en zaten wij 's avonds om half zeven als het al helemaal donker waslijdzaam voor het huis te wachten tot de lichten weer aanfloepten. Lastiger was, dat ook de watervoorziening te wensen over liet. Urenlang soms kon je je handen niet wassen, niet douchen, het toilet niet doorspoelen. We bereikten dan een staat van plakkerigheid die ons hevig kon doen verlangen naar herfststormen voortjagend over een grauwe Noordzee!
Intussen gaat het hierbij over niet meer dan luxe-problemen. Veel Centraal Afrikanen beschikken namelijk in het geheel niet over elektriciteit waterleiding en moderne toiletten; daarvoor is het land veel te weinig ontwikkeld. Er is weliswaar geen echt hongerprobleem, maar er heerst wel armoede. Je ziet er veel gehandicapten die slechts over uiterst primitieve hulpmiddelen beschikken en soms bedelend aan de kost komen.
Het prijspeil van levensonderhoud is er hoog - daar klaagden ook de studenten over. De medische voorzieningen zijn niet toereikend, zodat bv. kindersterfte nog onaanvaardbaar veel voorkomt.
Zo waren wij echt in de Derde Wereld beland. Bij het zien van het schrijnende kontrast tussen de welvaart van enkelen (onszelf inbegrepen) en de behoeftigheid van velen kon een beklemmend gevoel van machteloosheid ons bespringen: wat zit de wereld gruwelijk onrechtvaardig in elkaar en wat kunnen we er weinig aan doen! Eens te meer wisten we dan echter ook wàt we kwamen doen: een heel klein steentje bijdragen aan de opbouw van de kerk in Afrika, die met de verkondiging van het evangelie van Jezus Christus werkelijk licht ontsteekt in de duisternis. Maar dat is' het volgende onderwerp: het kerkelijk leven in zwart Afrika. Nu past mij natuurlijk grote bescheidenheid als ik daarover wat wil schrijven.
Immers, Afrika is immens groot en ik heb er maar, een piepklein hoekje van gezien. En dan: wat zijn vier weken voor de kennismaking met de gemeente van Christus in kulturele omstandigheden, die zo totaal verschillend.
zijn van die waarin wij ons bevinden?
Ik kan dan ook niet meer doen dan de globale indrukken weergeven, zoals wij die hebben opgedaan. Volgende week hoop ik te laten zien dat niettemin de moeite van het vertellen waard is.
De Stichting EvT A (Evangelische Toerusting van Afrika) gaat en nieuw projekt steunen, nl. de uitzending van Christien Breman naar Tanzania.
Daar hoopt Christien les te gaan geven aan een theologische opleiding (zie ook Opbouw van 15 mei jl.). Om die uitzending mogelijk te maken, zijn er financiële toezeggingen nodig, waarvoor u kunt schrijven of bellen naar Ida Stamhuis, Danie Theronstraat 37 hs., 1091 XW Amsterdam (020-652730).
Ook eenmalige giften zijn van harte welkom op gironummer 9710 van de Stichting EvT A te Eek en Wiel of op banknummer 330303724 (Rabobank Maurik) van dezelfde stichting, graag steeds o.v.v. "Christien Breman".
Deze laatste giften zullen gebruikt worden voor de aanschaf van Christiens uitrusting, verzending van boeken, enz.
De Tanzania-commissie van EvT A