Kind en liturgie (2)
1987-07-03
Er volgen nu enige suggesties om kinderen in de liturgie een rol te laten spelen.- Jaargang 31
- nummer 26
Liederen: in elke viering hoort· minstens één lied thuis qat allen kennen. Naast het kerklied kan het eigen kinderlied een plaats hebben. Psalm 136 of 134 kunnen kinderen van 6 jaar al gauw meezingen. Denkt u verder maar aan de psalmen 23, 33, 72, 111, 145, 150 en aan de gezangen uit het Liedboek b.v. de nummers 1, 47, 54, 57, 225, 408 en 410. Het is slechts een greep. Uit "Alles wordt Nieuw" (deel 1-4) van Wim ter Burg en Hanna Lam kunnen met de kleinsten ook verschillende liederen worden gezongen, die in huiselijke kring of op school alvast voorbereid zijn. Met een korte inleiding of aanduiding over de strekking van het lied tijdens de kerkdienst, mag een kind zelf zijn weg zoeken in deze taal.
De volwassene zal als gids optreden. Heel goed kan met kinderen en gemeente in beurtzang gezongen worden, soms met inschakeling van cantorij of koor.
Als we liederen buiten het Liedboek om kiezen, moeten we blijven streven naar bijbelse stijl en goede kwaliteit.
Gebeden:
De nood van kinderen in de wereld zal in het smeekgebed een plaats hebben, rekening houdend met de aktualiteit, b.v. kinderen die honger hebben, gehandicapt zijn, geen ouders hebben enz.
In het gebed vóór de Schriftlezingen vragen we om licht in het duister zodat we zien en begrijpen wat God zegt. Dit zondags gebed, dat rekening houdt met de aard van de zondag, kan door kinderen uitgesproken worden, al hoeft dat ook niet elke week. In de voorbeden na de preek en het lied erna, kunnen kinderen zelf voorgaan in gebed, terwijl de voorganger hen daarin bijstaat. Er wordt van te voren bepaald waarvoor en voor wie gebeden wordt.
Vaak zullen de voorbeden op schrift gesteld zijn, om niets te vergeten. Aansluitend.
volgt dan het Onze Vader, door allen hardop gezegd.
Schriftlezingen: na enige oefening kunnen kinderen met hun heldere stemmen bijbelgedeelten voorlezen, uit het leesrooster dat samengesteld is volgens de kerkelijke jaarorde. Als ook de liederen daarop afgestemd zijn, lezen en zingen wij met onze kinderen het jaar door. Uit beide Testamenten wordt gelezen, om zo de eenheid gestalte te geven. Ik maakte in een kerkdienst mee, dat de kinderen in een niet al te grote gemeente, tijdens de evangelielezing rondom de predikant gingen staan, om er een ogenblik echt geheel bij betrokken te zijn.
Preek: vaak zullen de kinderen in twee groepen (van 4-7 jaar en van 8-12 jaar) naar de kindernevendienst gaan. Een andere mogelijkheid is, dat ze na een korte kinderpreek het gehoorde gaan verwerken in een activiteit. Als de kinderen tijdens de preek in de kerk blijven zullen ze bij de prediking betrokken worden, of er zal een kinderpreek gehouden worden die niet te lang duurt.
Gaven: bij de inzameling daarvan kunnen kinderen zeker meedoen. Vooraf zal uitgelegd worden voor welk doel wij offeren en waarom wij dat doen, nl. om God en medemens onze gaven aan te bieden.
Maaltijd van de-Heer: op alle mogelijke manieren is uit het voorgaande duidelijk geworden, hoe we kinderen betrekken bij de Schriftdienst. Maar de eredienst kent een tweede' brandpunt, nl. de Tafeldienst. In het kader van dit artikel kan ik hier niet al te uitgebreid op ingaan. Maar in een volgend artikel zal dit onderwerp uitgediept worden. Nu volgt slechts een korte bespreking.
Wij gedenken als wij Tafeldienst houden lijden èn opstanding van de Heer.
Het is een bevrijdingsmaaltijd die wij opgewekt mogen vieren. In véel gevallen valt alle nadruk op het lijden en waarom zo weinig op de opstanding?
Het avondmaal gaat terug op Jezus' laatste maaltijd èn op het pascha. De joodse gezinnen staan om de tafel; waarop het brood klaarstaat en de gerechten die aan de verdrukking in Egypte doen denken. Tijdens de viering van deze maaltijd wordt het verhaal van de uittocht op de wijze verteld zoals ik aan het begin van dit artikel al aangaf. De kinderen vierden de maaltijd mee. Zo zullen wij in onze, gemeenten het gesprek op gang brengen om de kinderen te laten delen in de tafelgemeenschap.
Eén en ànder zal vóór de Tafeldienst aan de kinderen uitgelegd worden. De ouders blijven verantwoordelijk als zij hun kind laten deelnemen aan het feest van brood en wijn. Kinderen ervaren dat zij niet alleen in de Schriftdienst er-bij-horen, maar ook in de Tafeldienst. Zij vieren mee, en ontdekken stap voor stap de betekenis van wat ze vieren. Dit alles wordt omlijst met kerkelijke begeleiding van ouders en kinderen.
Doop: wanneer in een dienst de doop bediend wordt aan een kind van de gemeente, herinnert dat ieder aan zijn eigen doop. Je bent dan immers opgenomen in de geloofsgemeenschap.
De kinderen zullen daarom ook rondom het doopvont staan, terwijl de betekenis van de doop kort aan hen uitgelegd wordt, waarna de plechtigheid plaats vindt. Ze kunnen eventueel een dooplied zingen, alleen of met de gemeente samen in beurtzang.
Symbolen
In de liturgie is het een grondregel dat woord en teken hand in hand gaan.
Jezus gaf ze zelf mee. Het is voor allen nodig, maar kinderen zijn er op aangewezen.
Water, brood en wijn zijn levende symbolen, waarvan de betekenis kan worden verduidelijkt. Er is alle gelegenheid om laag voor laag de draagwijdte van het teken te ontdekken.
In de kerk zien we ook steeds meer de kaars verschijnen. Luther nam aanvankelijk uit de traditie het gebruik van de doopkaars over. Die kregen de ouders mee voor hun kind. De betekenis ervan was dat je je lamp brandende moest houden, naar Matth. 25: 1-:13. De doopgedachte werd concreet en zichtbaar gemaakt. Naar mijn mening kan de kerk dit concrete herinneringsteken weer overnemen. De grote kaars zal dan elk jaar branden op de verjaardag van de doop en het kind vraagt dan zeker als het wat ouder is, wat de betekenis is van deze kaars. Daarna volgt dan het gesprek over de doop.
Tijdens de donkere dagen van de Advent staan er 4 kaarsen op de kandelaar in de kerk. Ze geven de vier voorbereidingsweken voor Kerst aan. De eerste zondag van de Advent steekt een kind dán aan het begin van de dienst de eerste kaars aan, terwijl er een uitleg over volgt. En de volgende zondag wordt de tweede kaars aangestoken. Zo leven we heen naar het Kerstfeest met z'n vele kaarsen en sterren, als symbolen die verwijzen naar het Licht der Wereld.
Inde voorbereidingstijd op Pasen branden we weer net zo veel kaarsen als er weken zijn, waarna de grote paaskaars met Pasen wordt aangestoken, die heen wijst naar Christus die het van de duisternis won. De 'Liturgische kleuren' zijn symbolen die hebben te maken met de jaarorde. De feestdagen, zondagen en gedenkdagen zijri daarin vaste punten.
We kunnen aan de kleur zien vanaf de. tafel en de preekstoel in welke tijd van het kerkelijk jaar we leven. Wit is de kleur die op het Kerstfeest en de eerste zondagen erna gebruikt wordt.
Eveneens is dat het geval op het Paasfeest en de zes zondagen erna. Paars geeft een tijd aan waarin wij ons voorbereiden op deze feesten (Advent en Veertigdagentijd).
Het rode kleed verschijnt op de Pinksterdag: de kleur van vuur en het bloed der martelaren die van Jezus getuigden.
Op de overige zondagen hangt er meestal groen: de kleur van hoop en het leven van de kerk.
Deze kleursymbolen kunnen in een kort gesprek, vragenderwijs aan kinderen verduidelijkt worden. De afbeeldingen op de kleurkleden zijn motieven of figuren die met de Here Jezus of met de kerk te maken hebben: het kruis, het Lam, een vis, een duif, een schip, water, brood en wijn. Zulke motieven kunnen we soms ook vinden in de ramen, op de muren" op de preekstoel. of het doopvont. Neem takken mee als we palmzondag vieren of een druiventros bij het verhaal van de verspieders of de bruiloft te Kana. Bij kinderen blijven symbolen, gecombineerd met het verhaal duidelijk in hun herinnering bewaard.
Slotbeschouwing
In de inleiding van "Kind en Liturgie" werd aangegeven waar het in dit artikel over gaan zou, nl. dat kinderen in de gemeente de ruimte krijgen in de liturgie.
Dat vraagt van de volwassenen heel wat creativiteit, zoals we gezien hebben. Alle suggesties die gedaan zijn, kunnen niet in één klap overgenomen worden. Als we maar ergens beginnen, zodat er alvast enige aandacht voor het kind komt.
De Schrift zèlf geeft immers genoeg aanknopingspunten. Het gaat er in de gemeente om vooruit te lopen op het visioen van vrede. Als volwassenen laten we dan de kinderen voorop gaan, hoewel ze niet de boventoon voeren. De kinderlijke ontvankelijkheid en argeloosheid zijn tekenen van vrede en van toekomst. De ouden kijken toe terwijl de kinderen zich uitleven, volgens het beeld getekend in Zach. 8:4,5: “Zo zegt de Here der heerscharen: Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van Jeruzalem zitten, ieder met een stok in de hand vanwege hun hoge leeftijd. Ook zullen de pleinen der stad vol zijn van jongens en meisjes, die daar spelen."