Rondom woord en kerk (2)

1988-07-29
  • Jaargang 32
  • nummer 28
Naar een Nazireaatsmodel?
In zijn visie op "De toekomst van onze kerken" houdt ds De Jong ons het nazireaat voor als model voor ons kerk zijn. Hij hoopt, dat de Nederlands Gereformeerde Kerken een kerkverband worden, dat zichzelf ootmoedig dienstbaar maakt aan de voortgang van Gods Koninkrijk. Hoewel me gevraagd is hierop kritisch in te gaan, wil ik om te beginnen m'n instemming met de grondtoon van deze visie betuigen. "Gods genade is u genoeg. Zijn kracht openbaart zich ten volle in zwakheid" wordt ons voorgehouden. Inderdaad, omdat de kerkelijke onmacht en schuld onder ons toch heel sterk ervaren wordt, is dit een vertroostend woord. Een woord waarmee we kerkelijk Nederland, wanneer we als kerken uit dit centrum van de Schriften leven, dienstbaar kunnen zijn.
En toch: als model voor de gemeente van Christus lijkt het Nazireaat me ten ene male ongeschikt.

Tussen de kerk en het nazireaat bestaan een aantal ingrijpende verschillen.
Allereerst berust het nazireaat op een vrijwillige keuze. Onze keuze. Het deel uitmaken van de kerk van Christus berust ook op een keuze. Gods keuze. Het lidmaat zijn van de kerk van Christus berust op Gods genadige verkiezing, die gestalte krijgt in de doop van onwetende kinderen. Meteen al een verschil tussen kerk en nazireaat van verstrekkende konsekwenties.
Ten tweede berust het nazireaat op een individuele keuze, Een enkeling heeft God een gelofte gedaan en lost die gelofte persoonlijk in. De gemeente van Christus echter is een verbondsgemeenschap: in de doop verbonden aan de Here en door de doop verbonden aan elkaar. Binnen de gemeente wordt daarom ook gemeentelijk gedacht.
Binnen de gemeenschap der heiligen zijn we geroepen elkaar trouw te zijn, elkaar lief te hebben, elkaar te vertroosten, elkaar te vermanen. Geven en ontvangen. Dit is de eerste roeping waarmee de Here ons, een ieder van ons, roept.
Tenslotte kan het nazireaat een bijzondere wijding genoemd worden. Een toewijding, die voortkomt uit een sterk verlangen God op een veeleisende wijze dienstbaar te zijn. In Num. 6 lijkt het een keus te zijn van iemand, die de moedermelk al geruime tijd ontgroeid is. (Ik spreek nu niet van Simson.) Binnen de kudde van Christus komen we ook heel andere schapen tegen. Allereerst denk ik dan aan de lammetjes, die het allemaal nog moeten leren. Vervolgens zijn er naast sterke, gezonde, doelbewuste, overtuigde, aktieve en noem maar op schapen ook zwakke, zieke, afdwalende, twijfelende en luie schapen. Dit brengt met zich mee, dat een gemeente nooit een nazireaatsgemeenschap kan zijn. Daarvoor is ze veel te gemêleerd.

Mijns inziens geldt van iedere gemeente van Christus dat het een door de Here verkoren en geroepen verbondsgemeen schap is. Het nazireaat is als oriëntatiepunt voor een kerk, als kerkmodel, onbruikbaar. Om eerlijk te zijn vind ik ds De Jong z'n inbreng van het nazireaat daarom niet zo'n geslaagde greep.

Natuurlijk is het zo, dat onze kerken een bepaalde geschiedenis achter de rug hebben. En wat ik graag aanneem is, dat een kerkgemeenschap al naar gelang de situatie waarin ze zich bevindt en al naar gelang haar voorgeschiedenis een bepaalde kleur, een bepaald gezicht kan krijgen. Een meer diakonaal, een meer profetisch, een meer charismatisch, een meer missionair gezicht. Het zou kunnen zijn, dat het nazireaat een aspekt van onze kerken is. Onze kerken enige kleur geeft. Zo kan ik me voorstellen, dat leden, die onze kerken een tijdlang als toevluchtsoord opgezocht hebben na verloop van tijd weer terug: keren naar het oude nest. Niet uit ontrouw aan ons, maar uit roepingsbesef naar de andere kerkgemeenschap. Of dit onze kerken kenmerkt weet ik niet, maar zeker mogen we hen biddend en zegenend op die weg begeleiden.
Wat ik ds De Jong echter zie doen is: ziende op de situatie en het eigene van onze kerken, een aspekt van de kerk van Christus - het nazireaat - tot algemene regel verheffen. Hij heeft iets wezenlijks tot onze kerken te zeggen, maar lijkt daarbij aan het wezen van de kerk voorbij te gaan, namelijk, dat zij een verbondsgemeenschap is. Dit al te eenzijdige accent kan mijns inziens alleen maar leiden tot een geamputeerd gemeente zijn.
Dit gevaar zie ik dan ook opdoemen bij ds De Jong. Hij schrijft: "Maar onze kinderen dan, zal iemand zeggen, want dit wat u nu zegt is toch meer een zaak voor volwassenen. Dat is waar. Mijn antwoord is: voed uw kinderen goed op, als ouders en als kerk. En laat ze vervolgens vrij. Als ze volwassen geworden een andere kerk kiezen, laat ze gaan ...
Wees blij, dat we ook zo met het vele dat we ontvangen hebben te midden van Gods volk tot zegen kunnen zijn. En de Here zal dan wel zorgen dat er onder de volwassenen weer nieuwe vrijwilligers toetreden." Ik kan dit niet anders zien dan een keuze voor een geamputeerd gemeente zijn. Een gemeente als verbondsgemeenschap geeft juist aan het kind, het gedoopte kind, een bijzondere en belangrijke plaats. Ds De Jong lijkt aan het kind bijna een wat ondergeschikte plaats te geven!
Daarbij vraag ik me af of van de nood geen deugd wordt gemaakt. Hoe vaak komt het niet voor, dat jongeren overgaan naar een andere kerk, omdat ze vervreemd zijn van "het eigene" van onze kerken. Of omdat ze gewoon daar naar de kerk gaan waar ze zich op dat moment het beste thuis voelen? Overigens, ook bij ouderen komt dat wel voor. Vaneen roepingsbesef is dikwijls geen sprake. Nee, er zijn teveel gevallen denkbaar waarin het nazireaat koren op de molen van het individualisme is.
Hoe belangrijk is het, de kerk als een verbondsgemeenschap te zien.

Bestaansrecht of bestaansnoodzaak?
Nu kan ik me voorstellen, dat ds De Jong zich niet aangesproken voelt door bovenstaande kritiek, omdat het hem om het eigene van onze kerken te doen is. Daarin immers zoekt hij het bestaansrecht van onze kerken. Uitgaan van datgene wat iedere gemeente van Christus is, namelijk een verbondsgemeenschap, rechtvaardigt zijns inziens het bestaan van onze kerken niet.
Mijns inziens echter kan ons bestaansrecht nooit in een eigen kerkmodel gevonden worden. We hebben nu eenmaal een ellendige geschiedenis achter de rug, waarvan het trieste resultaat is, dat 30.000 leden van het lichaam van Christus hun plaats binnen de kerk van Christus werd ontzegd.
Dan sta je daar. En dan heb je de verantwoordelijkheid voor de 30.000, waaronder vele kinderen. Zij moeten bewaard worden bij het verbond, dat de Here met hen gesloten heeft. Dus ga je aan de slag. Tot op de dag van vandaag, omdat samensprekingen spijtig genoeg nog niet tot het gewenste resultaat hebben geleid. Van een bestaansrecht zou ik dan ook niet willen spreken. Er is een bestaansnoodzaak. Vanwege de 30.000.
En mochten er dan kanten aan ons kerkelijk leven zijn waardoor we - Wij?!, wat een genade! - tot zegen zijn voor kerkelijk Nederland, laten we daarop dan niet ons bestaansrecht gronden, maar laten we blijven bij de eerste roeping die we ontvingen: verbondsgemeenschap zijn met hen, die in de loop van de
geschiedenis bij elkaar zijn gekomen.

Mogelijke misverstanden
Graag zou ik mogelijke misverstanden willen voorkomen.
Zo zou men zich af kunnen vragen of het uitgaan van de gemeente als een door God verkoren en geroepen verbondsgemeenschap niet noodzakelijk tot een nieuwe ware kerkideologie moet leiden. Alstublieft niet! Deze ideologie doet tekort aan Gods verbondstrouw , aan het werk van de Heilige Geest buiten de eigen kerkgemeenschap en aan de komplexiteit van de kerkgeschiedenis.
Met ds De Jong ben ik dankbaar, dat de gemeente van Christus ook buiten de Nederlands Gereformeerde Kerken te vinden is.
Hoe serieus ik dit opvat mag uit het volgende blijken. Het komt meer dan eens voor, dat broeders en zusters uit een andere kerk toetreden tot de onze. Uitgaande van de ware kerkideologie kan dit alleen maar positief gewaardeerd worden. Omdat de gemeente van Christus ook buiten het verband van onze kerken te vinden is meen ik, dat het warm onthalen van overkomende broeders en zusters niet altijd vanzelfsprekend is. Afhankelijk van de gemeente waaruit men komt kán er sprake van zijn van kerkelijke ontrouw! Omdat iedere gemeente van Christus een verbondsgemeenschap is. Inderdaad, in zulke situaties is de verleiding erg groot om ongeestelijk uit te zijn op "het winnen van zieltjes". Maar Hij moet wassen.
En terwille van Zijn gemeente zal dan kritisch meegedacht moeten worden: zijn de motieven om toe te treden tot één van onze gemeenten wel zuiver?

In ds De Jong z'n afwijzing van het ware kerkbegrip wil ik dus heel ver meegaan.
Wel valt me op hoe weinig profetisch hij in z'n causerie over kerkelijk Nederland spreekt. Het ware kerkbegrip mag dan tot hyperkritiek geleid hebben, ds De Jong z'n afwijzing ervan heeft iets onkritisch. Hij houdt het er op, dat er kerken zijn, die het ware kerk zijn slechts gebrekkig vertonen. Er zijn' kerken die in 't geheel genomen een werelds aanzien krijgen. Mijns inziens is dit veel te relativerend gesteld. Staan er niet heel wezenlijke dingen op het spel?
Het gezag van Gods Woord, de betekenis van het kruis van Christus, het zondaar zijn van de mens, het genadekarakter van onze verlossing, de noodzaak van zending en evangelisatie, noem maar op. Het gaat toch werkelijk om de fundamenten van het christelijk geloof.
Eerlijk gezegd verwondert het me dan ook, dat uitgerekend ds De Jong zo onkritisch spreekt. Als ik in zijn prekenserie over Handelingen 7 lees hoe verontrust hij is over de verjoodsing van geloof en theologie, vind ik deze relativerende toon ongebrijpelijk.
Over het waar of vals zijn van de ons omringende kerken wil ik me niet uitlaten.
De kerkelijke situatie is heel ondoorzichtig. Maar over de valse profeite in veel kerken moeten we ons uitlaten.
Daartegen zullen jongere en oudere gemeenteleden gewaarschuwd dienen te worden.

Vervolgens kan men zich afvragen of het uitgaan van de gemeente als verbondsgemeenschap niet leidt tot een situatie, waarbinnen de enkeling, die wel eens elders kerkt, of zelfs overgaat naar een andere gemeente van Christus, onverbiddelijk teruggefloten wordt door de gemeenschap.
Ook dit is niet m'n bedoeling. Er kunnen dringende persoonlijke redenen zijn waarom iemand dit doet. Sterker, er zijn situaties denkbaar, dat we alleen maar blij mogen zijn, dat een andere gemeente van Christus een bepaald lid of een bepaald gezin kan opvangen. Het is toch ook zo, dat door de kerkelijke verbrokkeling gemeenten met heel verschillende mogelijkheden zijn ontstaan.
De gaven van Christus zijn door de kerkelijke verscheurdheid ook verbrokkeld!
Binnen bepaalde gemeenten kunnen de accenten daardoor zo eenzijdig gelegd worden, dat men op een gegeven moment niet in staat is een gemeentelid met uitgerekend datgene wat hij of zij nodig heeft te dienen. Dat is heel pijnlijk, en het valt nooit goed te praten, maar het feit ligt er. Laten we in dergelijke gevallen zoeken naar een oplossing waar het betreffende gemeentelid wel bij vaart. Dankbaar gebruik makend van de gaven, die een ander rijk is.
Dit alles zeg ik echter op basis van het gegeven, dat de gemeente een verbondsgemeenschap is. Dat voorkomt, dat we hierover al te luchtig gaan doen.
Integendeel, van een gemeentelid, een gezin, mag verwacht worden, dat men zich werkelijk inspant, biddend inspant, trouw te zijn aan de eigen gemeente en daarvan een levend lidmaat te zijn. Dat brengt het verbond met zich mee. Maar, nadrukkelijk moet dan ook de keerzijde van dit verbond ter sprake gebracht worden. Juist omdat de gemeente van Christus een verbondsgemeenschap is zal ze de uiterste moeite moeten doen de enkeling tot zegen te zijn. Natuurlijk zijn er principiële en praktische grenzen.
Maar waarop ik doel is, dat een gemeente ook ontrouw aan de enkeling kan zijn, of zelfs aan een bepaalde groep in de gemeente.
Waar bovenstaande reaktie zich tegen verzet is het nazireaatsmodel. Dat doet m.i. tekort aan het wezen van de gemeente.
Ze is een verbondsgemeenschap.
Hopelijk is uit het bovenstaande duidelijk geworden, dat deze fundamentele aanpak in het geheel niet haaks hoeft te staan op het grondwoord van ds De Jong z'n visie op "De toekomst van onze kerken": "Hij moet wassen, ik moet minder worden". Hieraan gemeentelijk en kerkelijk gestalte geven, dat is de roeping waarmee Gods volk in Nederland te worstelen heeft, totdat Hij alles is in allen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief