Terloops ...

1988-07-29
  • Jaargang 32
  • nummer 28
Over Tieske en de waardering van de arbeid
Bij ons in Bommel was Tieske vroeger een bekende figuur. Dat 'vroeger' is nu ook weer niet zo verschrikkelijk lang geleden. Voordat Tieske met werken ophield, was het straatbeeld van Bommel niet los te denken van hem. Hij was nl. putjesschepper. Misschien moet ik spreken van puttenschepper, maar putjes klinkt beter dan putten. Voor die putten had hij een speciale schep, zoiets als een kolenschop met een rand er om heen. Terwijl ik dit neerschrijf, merk ik dat het me niet goed duidelijk is waarom ik het over een schep en een schop heb. Zoek ik wel eens uit op een rustige middag.
Tieske deed overigens veel meer. Hij hield ook de goten schoon. Vandaag hebben we in Bommel nog steeds een boel goten, maar het verschil met vroeger is dat ze tóen wel en nu niet worden schoongehouden. Tieske ging met een kar met een houten deksel er op door de stad, langs de goten en van put naar put. Dat kon destijdstoegegeven - wat gemakkelijker dan tegenwoordig, want het stond toen nog niet vol met auto's.
Tieske heette eigenlijk Godefridus en Zondags was hij te vinden in de Rooms-Katholieke kerk. En ook door de week liep hij daar regelmatig naar binnen. Persoonlijke contacten tussen Tieske en mij hebben zich waarschijnlijk beperkt tot een wat algemene vraag, die kinderen aan hem stelden, nl. of hij, voordat hij de rommel uit de put in de kar deponeerde, even wou kijken of er soms knikkers tussen de vuiligheid zaten.
Hoewel Tieske er zelf niet altijd even schoon uitzag, deed hij zijn werk goed en liet hij steeds een stuk schone straat achter zich. Als hij weer eens zo'n put te pakken had gehad, legde hij zijn schep of schopvolgens m'n vrouw was het een schep - bovenop de kar, legde z'n bezem er naast, en keek dan met een wat zelfvoldane blik in het rond.
Misschien was hij ook wel eens moe, want Tieske was lichamelijk niet zo sterk. Hij had een bochel en liep nogal mank.
Ook van Tieske gold, dat hij een méns was, een mens naar Gods beeld, ook al was dat aan de buitenkant misschien niet zo goed te zien. God heeft ook van Tieske iets verwacht. Ook met hem was God als het ware onderweg.

Een menswaardig bestaan
Toen ik laatst wat rommelde in m'n boekenkast, kwam ik het boekje 'menswaardig bestaan' van J. Lanser tegen. Bij het nog eens lezen ervan viel het me op, dat Lanser over onderwerpen als arbeid, verantwoordelijkheid e.d. een aantal heel goede opmerkingen maakt. , Lanser zegt o.a.: 'Arbeid, zo leert de geschiedenis, kan de mens verhogen maar ook diep vernederen. Mensen zijn ondergeschikt gemaakt aan processen, systemen en structuren.
Dat is in strijd met de waardigheid van de mens. En verder zegt de schrijver o.a., dat de mens zijn arbeid moet kunnen ervaren als zinvol voor het eigen bestaan en dat van anderen.
En toen moest ik weer aan Tieske denken. Jarenlang heeft hij zijn werk bij ons in de straten gedaan. Ik weet niet of hij de verzuchting van de Prediker over 'alles is ijdelheid' heeft gekend. Maar gezucht zal hij best eens hebben. In hoeverre hij zich in zijn werk voor zijn gevoel heeft kunnen ontplooien, weet ik niet. Wel heb ik het idee, dat hij zich op zijn manier heeft verblijd in zijn werk (Pred. 3 : 22). En dus is zijn arbeid niet ijdel geweest (1 Cor. 15 : 58).
En vandaag wordt bij ons in Bommel nog over Tieske gesproken. Veel mensen zijn vergeten, Tieske leeft nog voort onder ons. Dát is zijn onderscheiding, die uitgaat boven een lintje. Want dat heeft hij nooit ontvangen, zelfs niet de medaille in brons.
Maar zijn werk volgt hem na en dat is waardevol.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief