Pastorale notities

1987-07-10
  • Jaargang 31
  • nummer 27

De eenzaamheid doorbroken

Het stille sterven van "ons moe" (ze was en bleef Brabantse) duurde een week. Ze werd getroffen door een beroerte, raakte verlamd en kon niet meer spreken. Dikwijls zakte ze weg in een diepe, slaap. Maar soms was ze wakker. We kregen dan de indruk dat ze volkomen helder was, maar zich afzonderde: afasie is een afschuwelijk lijden!
Hier dreigde diepe eenzaamheid.
Dr. Elizabeth Kûbler-Ross schrijft daarover in "Lessen voor, Levenden", 1969, blz. 29 en 164.
Op de manier die zij aangeeft begonnen wij onze zieke vragen te stellen waarop ze met een nauw merkbare beweging van het hoofd positief of negatief antwoorden kon.
Dat lukte voortreffelijk.
Lag moe lekker? Ja! - Had ze pijn?
Neen! - Was ze bang om heen te gaan? Neen! - Bleef ze wel zeker van Gods beloften? Ja! - Zouden we samen bidden? Ja!
De eenzaamheid leek doorbroken.
Tot er op zeker moment een traan blonk in haar ogen: Was moe verdrietig? Ja! Maar waarom?
Verschillende mogelijkheden werden afgetast. Maar het was steeds Neen!
Opnieuw dreigde er eenzaamheid.
We herinnerden ons toen het sterven van een lieve zuster uit onze gemeente, die in een niet al te diepe coma lag, drie weken lang. Haar kinderen zorgden ervoor dat de ziekenkamer steeds gevuld bleef met gezang van psalmen en geestelijke liederen. Klonken die, dàn was de zieke rustig en scheen zelfs blij. Was de cassette afgelopen, dan werd ze merkbaar onrustig en enigszins angstig. Dan zette de zuster weer een bandje op.
Zo deden wij. Eerst kwamen enkele psalmen, oude berijming. Toen lied 319 van Johannes de Heer: Als hier op aarde mijn werk is gedaan. Bij het refrein gebeurde het wonder: de steeds gesloten ogen gingen wagenwijd open en de lippen articuleerden stemloos de woorden mee: ,,O dat maakt mij - zalig en blij - als ik het Lam zie - geslacht ook voor mij!" Na het tweede vers herhaalde het zich nog een keer.
Toen zonk de stervende weer weg in een diepe slaap.
Weer was de eenzaamheid doorbroken. Nu door psalmen en gezangen, machtig instrument van de Heilige Geest: Pinksteren op het sterfbed, Ef. 5: 18, 19. We kunnen mevr. Kûbler-Ross nooit volgen in haar oosterse filosofieën.
Maar we kunnen wel veel van haar leren. Bijvoorbeeld dat we nooit te gauw moeten denken dat een stervende niet meer aanspreekbaar is. In haar boek "Wat kunnen we nog doen", 1974, blz. 44, vertelt ze van een stervende, van wie ieder dacht dat ze aan afasie leed, maar die bij het horen van haar lievelingsgezang ineens weer begon te praten. "Muziek is een verwaarloosde vorm van communiceren", aldus Mevr. Ross.
Dat geldt zeker voor onze psalmen en gezangen.
Boven de rouwkaart plaatsten we de woorden van ps. 71:23: Mijn lippen zullen jubelen, wanneer ik U zal psalmzingen en mijn ziel, die Gij hebt verlost.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief