De ark van Noach

1987-06-05
  • Jaargang 31
  • nummer 22
Dit wordt geen verlate recensie, dit, is een ontboezeming.

In mijn werkkamer hangt een echte Rien Poortvliet Daar ben ik niet trots op, 'want ik heb er niets voor gedaan. Ik ben er wel erg blij mee. Want de kunstenaar schonk hem mij tengevolge van een misverstand, als zou ik hem een plezier hebben gedaan. Ik liet hem in dit misverstand en hij liet mij met twee reeën in de sneeuw, vanaf de hoogzit in de schemer gezien.

U hoeft zich nog geen echte R.P aan te schaffen om van zijn brede natuurvisie en zijn meesterlijke weergave te profiteren. R.P: heeft een ongelooflijk vruchtbaar palet, vol, met alle .schone natuurkleuren. Wie een of meer van zijn (tien!) prachtige boeken bezit, of zijn jaarlijkse R.P. kalender, of een van de door hem geïllustreerde werken, zal het beamen: deze man ziet de natuur, kijkt er doorheen, leert ook ons onze ogen te gebruiken en... wijst ons op de grote Schepper aller dingen. Daarmee bereikt zijn ongewilde prediking een heel grote schare mensen, die geconfronteerd worden met de magnalia Dei. Iemands wiens blij makende producten in vrijwel alle beschaafde landen ter wereld gedrukt worden, zou wel eens naast zijn schoenen kunnen lopen. U niet? Toch valt het steeds weer op: dat R.P. een nederig kind van God blijft, die zijn kunstenaarstalenten van hoger hand ontving om die met interest terug te geven' aan zijn Leenheer. Dat Rien 'gewoon gereformeerd' is; vroeger nog 'catechisatie liep bij ds C. Vonk van ' Schiedam, heeft hem allerminst benepen gemaakt; hij doet gaarne wel, aan alle mensen, zij het met bijzondere graagte aan de huisgenoten des geloofs.

In dit tiende boek leeft R.P. zich de toestand van Noach in. Met de historische zondvloed als uitgangspunt vermeldt hij 'voluit de betreffende hoofdstukken uit de statenbijbel (wie doet het hem.na"), terwijl hij u zo'n twee honderd gekleurde platen, olie's en aqua's voorschotelt, sommige in een 40X58 formaat, alsmede talloze illustrerende schetsen en studies; en rijkt u minutieus de details aan van een reis over de woeste baren met de behoudende ark naar de berg Ararat in Turkije.

Niet veel mensen zullen zich die zondvloed zo sterk hebben ingeleefd als R.P. Zijn visuele persoonlijkheid ontgaat werkelijk niets. Bekwaam tot zijn vak is hij in dienst van koningen gesteld; Prins Bemhard der Nederlanden geeft hem een slotwoord mee. Het bouwen van de ark (en dr .Ouweneel heeft ons destijds voorgerekend dat stellig alle toen bestaande soorten in de gegeven ruimte hebben gepast, inclusief mondvoorraad en woongelegenheid voor acht zielen)-
het bouwen van de ark wordt door deze praktische Doe-het-zelver nauwkeurig weergegeven, inclusief primitieve gereedschappen, hijsinrichtingen, handen spandiensten van Noach's drie zonen, alsmede de ongelovig 'lachende mensen, die "nog geen nattigheid voelden".

Ja, de taal van Rien is zeer volks. Zonder ooit oneerbiedig te zijn kan hij Gods, woord ongelofelijk raak doorgeven - elke predikant zou het hem benijden. Hij vermoedt dat Noach die laatste week op het- droge heel wat dieren te zien kreeg, die hij nooit, eerder gezien had. En dat Noach een prachtkans kreeg om ze eens goed te leren kennen, zo oog in oog, "als je toch in hetzelfde schuitje zit". En als Noach had kunnen tekenen had hij heel wat leuke schetsen kunnen/maken; "stel je voor: modellen die alle tijd hebben, wat wil een mens meer?"Hij bewondert Adam, die al deze dieren een naam heeft mogen geven, welke hun wezen uitdrukte. Hij denkt dat de dieren, die een jaar in de ark doorbrachten, wel een soort winterslaap hebben beleefd; in kleine ruimten overlevend, zonder de' natuurlijke gevechten, en zonder alle 'voortplantingsgedoe' - ("voor dat werk heb je ' bovendien nogal wat ruimte nodig", peinsde hij en denkt aan de gracieuze reeënbronst) en allen op een minimum rantsoen natuurlijk.- Noach verbaast zich: hoe de goede God het allemaal gemaakt heeft"; en citeert plotseling Psalm 8. "Zo was-ie wel", denkt Rien.

Dan bedenkt de schilder onzinnige varianten en toont aan hoe wijs de Here, al de' schepselen ontwierp. Hij tekent bladzijden vol oren, neuzen, ogen, monden, gebitten, koptooi, versieringen, kleuren, kuiven, staarten, gangen, voeten, huidbedekking, camouflage, "pakken die er tegen kunnen en er nog aardig uitzien ook". "Hoe schitterend zit het allemaal in elkaar", stamelt Rien - die zó door zijn subjecten is gegrepen, dat hij over de hoge kwaliteit van zijn weergaven heen ziet. Dat is nederigheid. Er komt natuurlijk wel eens een minder elegant p.&p. mopje tussen door (daar kunt u hem aan herkennen) maar het is nooit stotend; trouwens wat is stotend vandaag?

En dan de dierengeluiden, die niet met een penseel kunnen worden weergegeven, maar wel ter tafel komen. R.P.
luistert naar tsjilpen, sjirpen, fluiten, burlen, loeien, knorren, kraaien, van paarden, mezen, karekieten, gazellen en plevieren', en bedenkt ineens: "wij horen hen in hun eigen taal van de grote daden Gods spreken". En tegen de goddeloze evolutietheorie citeert hij even Albert Einstein met een lik op stuk.

"Dat zal een uitbundig gedoe geweest zijn, toen de dieren het beloofde land in renden", overweegt de kunstenaar, geeft er een wereldkaart je bij met verspreidingspijlen, en let op hoe Noach ze nakijkt, als hij na dertien maanden 'zijn schaapjes weer op het droge heeft'. Voor sommige diersoorten vindt Rien een toekomst geprofeteerd - maar hij ziet ook steeds meer soorten uitsterven en waarschuwt ons om wat zuiniger met de schepping om te gaan. Want "we zijn er met zijn allen en daar ging het maar om"; met die ark en zo. "En mocht je het niet van huis uitmeegekregen hebben, dan doe je je best maar om wat meer geïnteresseerd te raken - de Schepper heeft het allemaal niet voor niks gemaakt". Dat is het enige preekie, en het is een goed preekie.

Voortaan ziet u niet meer 'een koe, nou en?' - maar 'een koe, hoe bestaat het!'. Zijn slotzang is psalm '104 voluit, alle coupletten alstublieft. Een zingend vogeltje is uw voorzanger en discantus. En - typisch geintje voor Rien - aan het slot ook nog even een bijzondere ark: een arc-en-ciel, een regenboog. Teken van God, dat de wateren de aarde niet weer zullen bedekken.

Het komt mij voor dat Rien begrepen heeft wat Salomo zei: de rechtvaardige kent het leven van zijn dieren. Hij is een begenadigd mens, die in kleuren kan 'weergeven: vorm, aard en wezen van onze medeschepselen, de dieren. Vroegere generaties beschreven de dieren *) als objecten, die uiteengenomen moesten worden om gekend te worden.

Latere schrijvers vormden een dierpsychologie **), waarbij psychologie hoofdzaak, het dier bijzaak was. Nog latere dierkundige schrijvers lieten dieren als mensen ***) spreken, denken en reageren. Rien Poortvliet is over deze stadia heen. Hij ziet in de dieren schone schepselen Gods, zonder welke deze aarde niet compleet is; zonder welke ook de nieuwe aarde niet compleet zal zijn. Looft de Heer, die wonderen werkt. "


*) Brehm, Het leven der dieren;
**) Buytendijk, Psychologie der dieren;
***) Löns e.a.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief