"De twee van Breda"

1987-06-12
  • Jaargang 31
  • nummer 23
Enige tijd geleden publiceerde Trouw een gesprek met de theoloog Theodor Schober, de geestelijk verzorger van Franz Fischer en Ferdinand Aus der Fünten, de beide Duitsers die om hun in Nederland gepleegde oorlogsmisdaden nog altijd in de Bredase strafgevangenis verblijven.
Eens per twee maanden brengt dominee Schober 'de twee van Breda' een bezoek om hen geestelijke bijstand te verlenen. Regelmatig viert dominee Schober ook het A vondmaal met hen. In een gesprek met Albert Schipper vertelt Schober hoe bij deze beide oude mannen telkens weer de hoop herleeft, dat zij zullen worden vrijgelaten om hun laatste I levensdagen door te kunnen brengen bij hun vrouwen, hun kinderen en kleinkinderen.

Wij weten wat hun vrijlating tot nu toe in de weg staat. Juridisch gezien zijn er geen hindernissen, maar tot nu toe is van hun vrijlating afgezien om de gevoelens te ontzien van de oorlogsslachtoffers in het algemeen en van de slachtoffers van deze beide mannen in het bijzonder. Er zijn ook oorlogsslachtoffers die de aanwezigheid van de twee in Nederland als een last ervaren en zeggen: "Stuur hen weg, dan hebben wij rust", maar toch zullen we moeten vaststellen dat de vrijlating afstuit op de gevoelens van hen die dit stukje barmhartigheid, als het zo nog zou kunnen heten zouden ervaren als een miskenning van hun lijden en hun oorlogservaringen.

Aan deze laatsten denk ik bij het schrijven van dit stukje. Ik bedoel daarbij werkelijk pastoraal te zijn en te helpen. Velen van hen ken ik van nabij. Ik weet hoede oorlog hun leven. in twee stukken scheurde, ik weet van het niet kunnen vergeten van hun ervaringen, van hun eenzaamheid omdat niemand echt schijnt te begrijpen wat hen bezielt en plaagt. Zonder het evangelie, dat is zonder God, zie ik geen oplossing. Want zonder God zijn wij mensen volledig op elkaar aangewezen en van elkaar afhankelijk. Zonder God zijn wij werkelijk onder elkaar met onze wrok, om onze wraaklust, onze bitterheid en ook met ons gevoel voor recht. Zonder God is de zaak van 'de twee van Breda' ook inderdaad, zoals de Hervormde Synode het noemde, een' keuze tussen twee soorten onrecht: het humanitaire onrecht tegenover twee oude mannen en het onrecht tegenover hun slachtoffers indien zij zouden worden vrijgelaten. Buiten het evangelie kunnen wij in het beste geval elkaar opwekken, de zaak eindelijk te laten rusten omdat het allemaal zo lang geleden is.
Zand erover, maar zo komt de zaak de wereld niet uit. Alleen het evangelie biedt werkelijke hulp.

"Daar gaan we weer", denkt nu deze of gene lezer, "hebt uw vijanden lief en alles is opgelost". Maar het evangelie gaat een stuk dieper. Midden in een Bijbelperikoop (Rom.12:9-21), die als opschrift heeft "opwekking tot liefde" staat het verrassende woord: wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn (van God). Als we dat kunnen: opzij gaan met onze haatgevoelens en onze wrok, dan gaat er geen zand over, maar je maakt plaats voor Gods toorn en dan neemt God de zaak ter hand...
Het is mogelijk dat HIJ in Zijn toorn aan ontferming denkt. "Je kunt de schuld van allen niet aan twee ophangen" zei dominee Schober. Dat is een waar woord, maar ik wil er aan toevoegen dat God de schuld van allen wel door Eén kan laten dragen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief